Erik Swierstra

Andreaspenning voor oprichter Molen van Sloten

Ko Kuiper heeft zondagmiddag de Andreaspenning ontvangen vanwege zijn inzet voor de stichting Molen van Sloten.

Door: het Parool; 6 januari 2019

Kuiper richtte in 1981 de stichting op om de molen, die naar de Amstel was verplaatst, terug te krijgen aan de Akersluis in Sloten. Hij slaagde erin om het geld bij elkaar te brengen voor de herbouw van de molen.

Burgemeester Van Thijn legde in 1990 de eerste steen en uiteindelijk werd de molen in 1991 geopend door Koningin Juliana, samen met het restaurant, de beeldentuin en de kaasmakerij.

Daarna zorgde Ko Kuiper dat er verschillende uitbreidingen kwamen zoals een audiovisuele presentatie van Rembrandt, die een band had met Sloten, het kuiperijmuseum en bierbrouwerij De Zeven Deugden.

Vrijwilligers
Er werken 85 vrijwilligers in de molen. Eind vorig jaar werd een crowdfundactie gestart om geld bij elkaar te krijgen voor grootschalig onderhoud. De hoognodige restauratie gaat zo’n vijftigduizend euro kosten.

De Andreaspenning is een prijs voor mensen die grote prestaties hebben verricht op sociaal, cultureel, maatschappelijk of economisch gebied voor Amsterdam en die langer dan 10 jaar als vrijwilliger werken voor een maatschappelijk doel.

Kuiper kreeg de penning bij zijn afscheid als voorzitter van de stichting, tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst voor de vrijwilligers.

Van: www.parool.nl

En de boer, hij ploegde voort

Raadsvergadering
Het was een teleurstellende raadsvergadering 19 december 2018. De oppositiepartijen Partij voor de Dieren, Bij1 en Christenunie deden hun best de raad te overtuigen van het belang van de polder en de mogelijkheden om deze te behouden of minstens de tijd te nemen dit goed te onderzoeken. De wethouder bleef echter bij haar standpunt dat bouwen noodzakelijk is in de polder en dat er voldoende gekeken is naar andere mogelijkheden.

Coalitie dient twee moties is
Twee moties kregen voldoende steun in de raad, ingediend door coalitiepartijen Groen Links, D66, PvdA en SP. De moties dragen de wethouder op om niet eerder te beginnen dan dat er reserveringsovereenkomsten zijn en om gefaseerd te ontwikkelen met als doel het zo lang mogelijk open houden van de polder omwille van biodiversiteit en klimaat.

Deze moties en het feit dat er bijna anderhalf uur gedebatteerd is over de Lutkemeerpolder en De Boterbloem geven aan dat er inmiddels wel degelijk een urgentie wordt gevoeld. Hoewel de meerderheid van de raad vasthoudt aan de noodzaak om te bouwen en veel mensen zich laten afschrikken door de mogelijke kosten die de bouw afblazen met zich mee zou brengen, is er met de moties ook aangegeven dat de verdere ontwikkeling in de Lutkemeerpolder kritisch gevolgd gaat worden.

Onderzoek
Juridisch is er ook nog het een en ander te verwachten. Raadslid Van Schijndel schreef een notitie over de corruptiezaak die zich eerder in de polder afspeelde rond de verkoop van grond aan de gemeente en de nog steeds geldende samenwerkingsovereenkomst. Zijn motie om dit verder uit te zoeken haalde het niet. De gemeente is inmiddels wel gestart met een Bibob-onderzoek. De ontwikkeling die als eerste plaats vindt is voor SEKU BV, waar de gemeente een samenwerkingsovereenkomst mee heeft. De toenmalige directeur moet begin 2019 voorkomen op verdenking van corruptie. Naar verwachting zal dan meer duidelijk worden over de consequenties voor zowel de overeenkomst als de ontwikkeling.

De wethouder heeft toegezegd met ons in gesprek te gaan. Wij juichen dat toe en hebben een uitnodiging gestuurd. We hopen dat de dialoog nu alsnog tot stand kan komen.

Van: Nieuwsbrief De Boterbloem nr 10 – 29 december 2018

Zie ook: https://reddeboterbloem.wordpress.com

40 jaar Rubriek

Met deze 1988-ste editie van de Rubriek Sloten-Oud Osdorp sluit ik nu de veertigste jaargang van dit unieke communicatiekanaal af.

Mijn vader, P.Hans, bedacht dat het goed zou zijn om bewoners en andere belangstellenden wekelijks te informeren over het wel en wee van het landelijk gebied van Nieuw-West. Zo kon dit kwetsbare en bijzondere stukje Amsterdam bekender worden. Een prima overlevingsstrategie. Want – ook al is het landelijk gebied sindsdien flink verkleind en fors veranderd – we zíjn er nog en het behoud van de resterende cultuurhistorie krijgt tegenwoordig steeds meer bijval. Helaas gaat de afbraak echter nog altijd door zoals u hieronder leest over de Lutkemeerpolder…

In de afgelopen veertig jaar hebben veel vrijwilligers op (on)regelmatige basis stukjes geschreven en informatie aangeleverd. De Rubriek begon in januari 1979 in de toenmalige Badhoevese Slotense Courant. Sinds deze krant ophield te bestaan, ging de Rubriek verder onder de vleugels van de veel grotere Westerpost. Hier gedijt de Rubriek nu al jaren prima. Grote dank aan de Westerpost is dan ook zeker op zijn plaats.

Tamar Frankfurther

Uit: de Westerpost van 24 december 2018.

De Boterbloem blijft strijden voor behoud Lutkemeerpolder

Alies Fernhout na de bespreking in de Stopera op 19 december 2018: “Treurig… een gemiste kans… Na anderhalf uur (!) debatteren bleef de meerderheid van de gemeenteraad erbij dat De Boterbloem genoegen moet nemen met het aanbod van slechts twee hectare akker.”

Geen zand erover! Red de Boterbloem! (Foto: Erik Swierstra)

Ondertussen blijven veel vragen onbeantwoord. Over noodzaak, kosten, klimaat, mogelijkheden, het enorme draagvlak. Alies: “Het College van B&W heeft wél met Schiphol-ontwikkelaar SADC overlegd, maar níet met ons.” Maar, tóch ziet De Boterbloem nog lichtpuntjes: “Er ís een toezegging om nu wél om tafel te gaan; er liggen twee moties die openingen bieden en héél veel raadsleden tonen zich betrokken. Laten we ons daar dan maar op richten… We gaan door…”

Tamar Frankfurther

Uit: de Westerpost van 24 december 2018.

Gemeente houdt vast aan bouwplannen Lutkemeerpolder

Een laatste poging van de oppositie om de Lutkemeerpolder groen en onbebouwd te houden is woensdag stukgelopen in de gemeenteraad.

Door: Bart van Zoelen – 19 december 2018

Partij voor de Dieren, Bij1 en ChristenUnie drongen er vergeefs op aan eerst te onderzoeken of de polder opgekocht kan worden en toegevoegd aan de Hoofdgroenstructuur. Daarbij kregen de partijen steun van Denk, Partij van de Ouderen, Forum voor Democratie en CDA.

Wel werd op aandringen van de coalitiepartijen GroenLinks, D66, SP en PvdA besloten dat de ontwikkeling van het bedrijventerrein, dat gepland staat in de polder, zo veel mogelijk in fases gebouwd moet worden en dat elk stuk groen pas bouwrijp wordt gemaakt als de komst van bedrijven zeker is.

Ook een motie van de oppositie om 6,5 hectare beschikbaar te stellen voor de ecologische zorgboerderij De Boterbloem kreeg geen steun van de coalitiepartijen.

Wethouder Marieke van Doorninck (GroenLinks) van Ruimtelijke Ordening bood vorige maand de mogelijkheid om met 3 hectare verder te gaan, maar volgens De Boterbloem is de boerderij dan niet levensvatbaar.

Zandwagens
Toch bleef Platform Behoud Lutkemeer ‘verbouwereerd’ achter. Woordvoerder Idriss Nor noemt het ‘vrij ongelofelijk’ dat het niet is gelukt om het stadsbestuur te overtuigen. “Dit college heeft gezegd: wij willen een andere stad. Behoud van deze polder is helemaal in lijn met wat het college beoogt. Maar ze houden vast aan wat ooit besloten is.”

Het Platform is strijdbaar, zegt hij. “Als de zandwagens komen, zijn wij er ook. We geven niet op.”

Uit: het Parool; 19 december 2018

Van: https://www.parool.nl/amsterdam/gemeente-houdt-vast-aan-bouwplannen-lutkemeerpolder~a4615288/

Politiek gekonkel rond Boterbloem

Groen Links is de sleutel

Het is werkelijk een bijzondere vertoning die zich momenteel voordoet in de Amsterdamse politiek. In de vorige raadsperiode heeft Groen Links ons enorm gesteund om het behoud van de akkers van de Boterbloem op de agenda te krijgen. Vanzelfsprekend met winstwaarschuwingen: “we weten niet wat we kunnen bereiken, maar er komt in ieder geval ruimte om alles goed te bekijken.”

De afgelopen maanden lijkt het tij volledig gekeerd. In eerste instantie bleven de gesprekken met de raadsfractie op de vlakte: “we wachten op de wethouder”. En vervolgens bleef het daarbij:”de wethouder zegt dat het niet kan, want te duur.” Punt.

Wij dragen heel veel argumenten aan die het tegendeel aantonen. We geven handvatten en instrumenten om tot een andere aanpak te komen. We bieden aan om samen te werken voor een betere, groenere stad. We laten zien dat we ook medefinanciers kunnen vinden. De deur blijft dicht.

Het dedain waarmee Groen Links laat weten niet eens om tafel te willen is stuitend. Ze zijn domweg niet bereid om met ons naar oplossingen te zoeken.

Wat we vragen is tijd. Tijd voor een beter proces. Een proces waarin ook wij oplossingen kunnen aandragen. Oplossingen die we dan gezamenlijk kunnen afwegen.

En zelfs deze vraag wordt negatief beantwoord “omdat het toch geen zin heeft”.

Ondertussen is er in de oppositie veel steun, maar zonder Groen Links vormen zij geen meerderheid. Binnen de coalitie is er eveneens sympathie, maar daar is de opvatting dat Groen Links over de brug moet komen.

Uit: Nieuwsbrief De Boterbloem; 15 december 2018.

Van: www.reddeboterbloem.wordpress.com

Vrij zicht op de Sint-Pancratiuskerk

De entree van het dorp Sloten – met prachtig zicht op de Sint-Pancratiuskerk – lijkt weer even op hoe het er hier in de jaren zeventig uitzag…

 Toen lag achter de bushalte nog een paardenweitje. ‘Natúúrlijk’ mag in deze
tijden van economische voorspoed geen plekje grond meer onbenut blijven…
Volgend jaar zal hier dan ook het shortstayhotel verrijzen…
Maar we kunnen nu nog wel even mijmeren en dromen…
(Foto: Liesbeth Berghuis) 

Tamar Frankfurther

Uit: de Westerpost van 12 december 2018.

Verzet tegen bouw Oud Osdorp

Op 21 november 2018 heeft de Parochie uit Halfweg informatie gegeven aan omwonenden over hun plannen om een deel van de Oude Begraafplaats in Oud Osdorp te bebouwen. Het gaat om het midden van het terrein, waar een vrijstaande woning en een twee-onder-een-kap woning zouden moeten komen. Het zicht vanaf de Osdorperweg naar de begraafplaats blijft vrij.

Voor de bouw is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Uit de toelichting op de plannen werd duidelijk dat het de Parochie uitsluitend om het geld gaat. Nu brengt dit terrein niets op. De Parochie wil wel met de opbrengst de begraafplaats met toegangsweg opknappen.

Velen van de ruim dertig aanwezigen lieten kritische geluiden horen. Veel gehoorde vragen waren: “Waarom wordt niets gedaan met de huidige bestemming volkstuinen en recreatie?” en “Zijn er alternatieven bekeken?” De Parochie wimpelde dit allemaal af en gaf feitelijk geen antwoord op deze toch redelijke vragen.

Een aantal direct omwonenden is verontrust en boos: Zo begint de verrommeling van Oud Osdorp opnieuw! Zij willen stappen ondernemen tegen deze ongewenste ontwikkeling en hebben de Dorpsraad gevraagd om negatief op dit voorstel te reageren of om – zonder overleg met hen – nog geen officiële reactie over deze bouwplannen aan de gemeente door te geven.

Tamar Frankfurther

Uit: de Westerpost van 12 december 2018.

Het Nieuwe Meer

Uit: ‘De Groene Amsterdammer’, 23 maart 1923

Een van de vele nare leugens, die dezen tijd vergiftigen en de toekomst onzeker makers, is, dat Amsterdam’s omgeving arm zou zijn aan natuurschoon. De waarheid is, dat de Amsterdammers het misschien niet genoeg kennen en waardeeren, en dit heeft weer het gevolg dat het niet wordt ontzien. Bij de uitbreiding van Amsterdam schijnt men met Jan ter Gouw de heele omgeving beschouwd te hebben als “gras en slooten, anders niet !” en zoo is dan maar plompweg gegraven en gebouwd, omdat, naar men meende, er toch niets verloren ging of bedorven werd.

Nu is de schoonheid van veenland en polder, boezemland, watergang, plas, braak en bedijkt zeestrand wel van zeer bijzonderen aard, maar toch niet zoo subtiel of zij kan genoten worden door den gewonen middelsoort-mensch, terwijl zij den artist tot zalige verrukking kan brengen. Bovendien schept het water allerlei pleizierige mogelijkheden voor hengelaar, zwemmer, roeier, zeiler en tuffer, en kan de beschouwer van het Leven van planten en dieren en de ontwikkeling van het landschap voor zijn leven Lang volop bezigheid vinden zelfs binnen de oude banpalen. Het is dan ook zeer goed mogelijk, dat de bevolking van de hoofdstad, die gaandeweg het millioen gaat bereiken, in de onmiddelijke omgeving verheugenis kan vinden voor hoofd en hart en zich niet behoeft te ontwikkelen tot een stadsras, verstoken van de goede dingen der wereld en zich beperkend tot genietingen van minder allooi, die leiden tot versuffing en ondergang. Ons tegenwoordig gemeentebestuur ziet dat wel in en kan misschien nog tijdig den groei van de stad in de goede richting leiden, beseffende dat Amsterdam er over honderd jaar ook nog moet wezen en over duizend jaar misschien nog geen noodlottige schommelingen van zijn beroemd Peil heeft ondervonden.

Een van Amsterdam’s schoonste wandelingen, inderdaad een der mooiste ter wereld, was Amstelveensche weg, Koenenkade, Sloterjaagpad, dus de wandeling om het Nieuwe Meer en langs het Huis De Vraag, waar nu het kerkhof is. Ik zie dat nog, als voor veertig jaar, als ik op een mooien Meimorgen op het Kwakel bruggetje stond bij den Koenenmolen. Wat een heerlijkheid! In de verte de stad met zijn blinkende torens, naderbij de prachtig begroeide Amstelveensesche weg, de wijde plas van het Nieuwe Meer en tusschen Meer en weg en kade de bloemenzee van het boezemland vol dartele kieviten, tureluurs en grutto’s en jubel van leeuweriken. Zuidwaarts het niet minder mooie Karnemelksgat met zijn liefelijk elzen en esschenboschje aan de Westzijde, dan het verder verloop van den Amstelveenschen weg naar de misschien nog mooiere Poel van Amstelveen. Maar links de Sloterweg, tegenhanger van den Amstelveenschen (maar minder interessant) en aan de overzijde van het Nieuwe Meer het Sloter Jaagpad met zijn schilderachtige bruggetjes en zijn binnenzoom van wilgen en esschen en velerlei gebloemte. In het Zuidwesten ligt in een kuil de Haarlemmermeer en wat die zelf aan sierlijkheid mist, wordt ruim vergoed door het boezemland langs zijn Oostwand, dat ik pas een jaar of tien later goed zou leeren kennen.

Wat was dat Nieuwe Meer mooi en hoe heerlijk om uit de Schinkel er heen te roeien en dan opeens dat wijde water voor je te zien. Of ‘s winters op de schaats, al hadden de stoombooten dan ook tot ‘t allerlaatst nog schotsen gemaakt. Alle landschapsarchitecten van de wereld zouden met elkaar nooit iets zoo schoon en zoo volledig hebben kunnen bedenken als dit heerlijk oord van Nieuwe Meer en Omgeving. Een kleine dertig jaar geleden stond ik aan het hoofd van een “Armenschool” in een uithoek van de Jordaan en menigmaal ben ik toen met de hoogste klassen den Koenenmolen omgewandeld. Wat genoten die kinderen al waren ze bekaf als we thuis kwamen. Maar als het lijden kon, dan namen we bij de Haarlemmermeer plaatsen op de voorpiek van zoo’n groen met wit Volharding-bootje en dan was ons geluk volmaakt. De bioscoop-bestrijders moeten maar veel van die tochtjes organiseeren. Dat misschien voor de vorming van goeden smaak.

Het Nieuwe Meer is er niet op vooruitgegaan en de Amstelveensche weg nog minder. Het Haarlemmermeerspoortje heeft een leelijken streep getrokken door het boezemland, de koenenmolen ging in vlammen op, de polders bezuiden de kade werden uitgeveend. Maar het eigenlijke Meer is nog mooi en ‘t boezemland en het Jaagpad bergen nog hun weinig bekende schatten. De mogelijkheid dat dit landschap kan bijdragen tot het behoud van de bevolking van Amsterdam bestaat nog altijd. Er groeien nog altijd volop dotterbloemen en gele lisschen voor het groote publiek en orchideeën en moeras-lathyrus voor de ingewijden. Nog altijd broeden en zingen er haast alle vogels van weide en moeras, zelfs de edele bosch-rietzanger. Dat is er nu wel een van zeer subtiele schoonheid en er is opvoeding voor noodig om hem te leeren kennen en waardeeren, trouwens een opvoeding, die leidt langs zee bebloemde wegen, die de Amsterdamsche jeugd niet schuwen zou. Verbeeld je eens, een boschje hakhout van elzen en esschen, met hop en kamperfoelie en varens en in de varen het nest van den boschrietzanger, het edelste vogeltje van het rietland. Ik vermeld dit diertje hier, als aanwijzing van de qualities van de planten- en dierenwereld in de onmiddellijke omgeving van Amsterdam.

Nu vertelt de heer Hudig in het Handelsblad, dat er een sluisdam gelegd zal worden, midden door het meer ongeveer ter hoogte van den Koenenmolen. Dat wordt dan voor de water precies hetzelfde als het Haarlemmermeerspoortje voor het boezemland. Wie nu komt aanvaren uit de Schinkel, krijgt in plaats van de wijde blinkende plas een dam te zien en de sluis met zijn huisjes. Hij zal dan wat minder hoog gestemd moeten blijven. Daar draait het allemaal op uit: verlies aan stemming, aan levensvreugde, afdaling naar het troosteloos oppervlakkige.

Die sluis moet ergens komen, want met de opruiming van de pestilentieele Overtoomsche sluis mag men toch heusch niet langer wachten. Hoogstwaarschijnlijk is uit waterbouwkundig oogpunt het leggen van den sluisdam, juist op die plaats ook wel aan te bevelen. Maar toch vragen wij ons af, of het niet mogelijk zou zijn de sluis te ontwerpen niet in het Nieuwe Meer, maar in de Schinkel zelve, waar aan weerszijden van de spoorwegbrug, die er ook al komt, toch wel ruimte genoeg te vinden is, ook vrij van die brug.

Werkelijk, het behoud van natuurschoon, het behoud van goede gelegenheid tot gezonde en verheffende ontspanning is een levensbelang voor Amsterdam. ‘t Is al zoo dikwijls gezegd, alle offers, daaraan gebracht, ontheffen ons van grooter bedragen, die vereischt zouden zijn voor gekkenhuizen, gevangenissen en hospitalen. Wij moeten het Nieuwe Meer behouden zooals het is, misschien voorzichtig en met eerbied langs den Noordoever een beetje planten en bouwen. Wij moeten van de Amsteloevers redden wat er nog te redden valt. Wij moeten het Zuiderzeestrand van Muiden tot Uitdam beschouwen als recreatieveld voor de Amsterdammers. Wij moeten er naar blijven streven om rondom Amsterdam een gordel van natuurschoon te handhaven of te stichten en langs groene wegen dien gordel in verbinding brengen met het hartje van de stad. Van de Duinen en het Gooi alleen kunnen wij het niet hebben. Er moet voor den Amsterdammer gelegenheid blijven om zonder onkosten of tijdverlies iederen dag met de Natuur te verkeeren, ook in den vroegen morgen en den laten avond. En op de scholen moet men aan de leerlingen kunnen openbaren de rijke schatten aan natuurschoon van Amsterdam’s omgeving. Ze zijn er thans werkelijk nog.

JAC. P. THIJSSE

Publicaties Sloten-Oud Osdorp

en het gebied van de vroegere gemeente Sloten

* Amsterdam Nieuw-West – De Westelijke Tuinsteden zoals ze eens waren – Auteur: Jacob Zwaan; Uitgave: Buijten & Schipperheijn, Amsterdam; 1979 – ISBN 90-6064-054-3

* In de ban van Sloten, Auteur: L.A. Faber; Uitgave: 1980

* De Molens van Amsterdam in oude Ansichten, deel 3; Auteur: J.H. van den Hoek Ostende; Uitgave: Europese Bibliotheek, Zaltbommel; 1983 / 2001 – ISBN 90-288-2466-9

* Sloterschool 1595-1985; Uitgave: Werkgroep Sloterschoolboekje; 1986 – ISBN 90-9001494-2

* Badhoevedorp, Sloten en omgeving – Auteur: Cor Lücke; Uitgave: Van Geyt productions; 1991 – ISBN 90-5327-011-6

* Een tuin om van te houden – 75 jaar Speeltuinvereniging Sloten; Uitgave: Speeltuinvereniging Sloten; 1996

* Het lof van Amsterdam – Sloten en Oud Osdorp, jeugdherinneringen van bewoners aan de jaren 1900-1940 – Auteur: Harry Stork; Uitgave: Spraakwater; 1997 – ISBN 90-803880-1-7

* Leven rond de Sloterplas – Auteur: Louis Firet; Uitgave: Lorelax Productions, Muiderberg; 2001 – ISBN 90-76254-25-7

* Gebouwen in de Aker, Amsterdam-Osdorp – Auteurs: Hilde de Haan en Jolande Keesom; Uitgave: Architext, Haarlem; 2002 – ISBN 90-5105-035-6

* Landelijk Amsterdam, Monumenten in het buitenleven, Auteur: Astrid Aarsen, Bureau Monumenten & Archeologie; Uitgave: Bas Lubberhuizen; 2003 – ISBN 90-5937-0325

* Ruim Zicht, Boerderijen onder het zand van Amsterdam Nieuw-West, Auteur: Marja van der Veldt; Uitgave: Stichting Uitgeverij Noord-Holland; 2003 – ISBN 90-7-1123-65-0

* Sloterpolder in tekst en beeld – De groentetuin van Amsterdam, periode 1920-1960; Uitgave: 2004 – ISBN 90-808355-1-X

* De Sloterkerk, een eeuwenoud verhaal. Auteur: Bert Stilma; Uitgave Stichting Fondsenwerving Restauratie Sloterkerk; 2004 – ISBN 90-803302-7-2

* De stad is nooit af. Ontstaan en ontwikkeling van het stadsdeel Slotervaart, van Algemeen Uitbreidingsplan tot stedelijke vernieuwing. Auteur: Maili Blauw. Uitgeverij Verloren, Hilversum / Stadsdeel Slotervaart; 2005 – ISBN 90-6550-898-8

* Bos en Lommer en De Baarsjes. De geschiedenis van Amsterdam-West. Auteur: Ton Heijdra. Uitgeverij René de Milliano; 2004 – ISBN 90-72810-45-7

* Amsterdam Nieuw-West. De geschiedenis van de Westelijke Tuinsteden. Auteur: Ton Heijdra. Uitgeverij René de Milliano; 2010 – ISBN 978-9072810-588

* In de schaduw van de oorlog. Vijf oorlogsjaren in de polders van Nieuw-West. Auteur: Pim Ligtvoet. Uitgave van Stichting de Driehoek; 2015. ISBN 978-94-90586-12-6

* Het Monster van de Sloterplas. Auteurs: Fred Martin, Jan-Paul van Spaendonck en Anthonie Holslag. Uitgave van Stichting de Driehoek; 2015. ISBN 978-94-90586-13-3

* We De kwestie Vrederust. De huisuitzetting van de familie Kroes op 3 februari 1955 uit de boerderij aan de Osdorperweg 260 in Amsterdam-Sloten. Auteur: Paul Kroes. Uitgave in 2014. ISBN 978-94-92133-02-1

* We hadden van alles niks. Een verhaal over de familie Schelling en het leven aan de Osdorperweg in de periode 1890 – 1960. Auteur: Kees Schelling. Uitgeverij De Overhaal; 2012.

* De vaders van Osdorp. De schoolstaking van 1963 aan de Osdorperweg. Auteur: Kees Schelling. Uitgeverij De Overhaal; 2013. ISBN 978-821200-0-4

* Een verloren paradijs. Het leven in de Sloterpolder van 1920 tot 1955. Auteur: Kees Schelling. Uitgeverij De Overhaal; 2016. ISBN 978-821200-1-1

* Licht, lucht en leven. In de verhalen in ‘Licht, lucht en leven’ keert Kees Schelling terug naar de voormalige Sloterpolder. Auteur: Kees Schelling. Uitgeverij De Overhaal; 2018. ISBN 978-90-821200-2-8

* De Sloterkerk in kort bestek. Auteur: Bert Stilma. Uitgave: Stichting Vrienden van de Sloterkerk / Amsterdam Drukwerk; 2018.

* Rond de Sloterbrug. Badhoevedorp, Sloten, Oud Osdorp in de naoorlogse jaren. Auteurs: Paul Kroes, Jan Loogman, Kees Loogman, Kees Schelling. Uitgeverij: www.ronddesloterbrug.nl; 2019. ISBN 978-90-82-477-511

* Rond de Sloterbrug. Badhoevedorp, Sloten, Oud Osdorp in de roerige jaren. Auteurs: Paul Kroes, Jan Loogman, Kees Loogman, Kees Schelling. Uitgeverij: www.ronddesloterbrug.nl; 2021. ISBN 978-90-82-477-535

Uitgaven van de Dorpsraad Sloten-Oud Osdorp

Deze boekjes zijn te koop voor 3,50 euro bij de Molen van Sloten en in het Dorpshuis Sloten. Hieronder de titels:

– 30 jaar Sloterbrug – De veldwachter vertelt –

– Fietsen door Landelijk Osdorp – Op de grens van het recht –

– Van tuinbouw tot tuinstad – Wandelen door het dorp Sloten van toen en nu – 



* Dertig jaar Sloterbrug – 1962-1992; Uitgave: 1992 en 2005

* Van Tuinbouw tot Tuinstad – 1953-1990 (over het Tuinbouwgebied Sloten en Nieuw-Sloten); Uitgave: 1993 en 2002

* Op de grens van het Recht – 200 jaar Banpaal Sloten – 1794-1994; Uitgave: 1994 en 2002
zie ook: 200 jaar Banpaal Sloten – Op de grens van het recht (pdf)

* De Veldwachter vertelt – Over de handhaving van de wet in Sloten en omliggende polders in de jaren vijftig en zestig; Uitgave: 2002

* Wandelen door het dorp Sloten van toen en nu; Uitgave: 2002

* Fietsen door Landelijk Osdorp; Uitgave: 2004 – ISBN 90-808355-2-8


Cultuurhistorische infoboekjes

Wandelen en fietsen door Sloten en Oud Osdorp

De boekjes zijn te koop in het Politiebureautje Sloten, Dorpsplein 5, of te downloaden.

De gids Fietsen door de voormalige gemeente Sloten (pdf), inclusief de bijbehorende Fietskaart (pdf), is voor drie euro te koop in het Politiebureautje Sloten.

De Wandelgids Sloten (pdf) is voor twee euro te koop in het Politiebureautje Sloten, de Speeltuin en de Molen van Sloten.

De Fietsgids Oud Osdorp (pdf) is voor twee euro te koop bij Boerderij De Boterbloem en in het Politiebureautje Sloten.

Van de Wandelgids Sloten zijn er in de Molen van Sloten ook vertalingen te koop in het Engels, Duits, Frans en Italiaans.