Geschiedenis

Drinkwater in oorlogstijd

Erfgoed van de Week – 15 april 2016

Dit jaar is de Stelling van Amsterdam, de 135 kilometer lange verdedigingslinie om Amsterdam, 20 jaar UNESCO werelderfgoed. In het weekend van 16 en 17 april openen veel forten hun deuren voor het publiek tijdens de start van het Fortenseizoen.

In totaal bestaat de Stelling van Amsterdam, grotendeels aangelegd tussen 1874 en 1914, uit 46 forten en batterijen en een grote hoeveelheid dijken en sluizen. Wat wel eens wordt vergeten is dat de verdedigingslinie uit meer bestond dan de waterlinie om de stad. Ook in de stad zijn verschillende bouwwerken te vinden die verbonden waren aan dit Hollands staaltje van waterbouwkundig vernuft.

Active Image
Locatie van de Nooddrinkwatervoorziening nabij de Oude Haagseweg.

Proviand
In tijden van oorlog moesten de burgers en soldaten in het gebied natuurlijk wel voorzien worden van eten en drinken. Daarom werden er binnen de linie verschillende magazijnen gebouwd om bijvoorbeeld kleding en geneesmiddelen op te slaan. De Graansilo in het IJ werd gebouwd voor opslag van graan voor productie van brood. En voor het geval Amsterdam zonder drinkwater kwam te zitten, werd tussen 1901 en 1908 iets ten noorden van het Nieuwe Meer, aan de Oude Haagseweg in Nieuw-West, een Nooddrinkwatervoorziening aangelegd.

Nooddrinkwatervoorziening
Omdat de duinwaterleidinggebieden buiten de stelling lagen, moest in tijden van nood voor maar liefst 1 miljoen mensen water binnen de Stelling van Amsterdam gevonden worden. Langs de Ringvaart en de Riekerpolder werden daarom meer dan 100 putten gegraven voor het oppompen van grondwater. De omvangrijke Nooddrinkwatervoorziening, het grootste complex van de linie, was nodig om dit grondwater dat teveel ijzer en grondgassen bevatte, te reinigen. Een machinegebouw, een ontijzeringsinrichting, een filterbassin en een reinwaterkelder vormen de kern van een oorspronkelijk groter complex. Daarbuiten bevinden zich ook nog drie personeelswoningen op het terrein.

Van grondwater via ontijzeren naar drinkwater
Voor de zuivering werd het grondwater via het machinegebouw met pompen naar de ontijzeringsinrichting geleid. Hier kwam het in de nok van het gebouw in een betonnen goot terecht. Deze goot vertakte in kleinere goten waaraan sproeiers waren bevestigd, die het water vernevelden. Tijdens het neerdalen van de nevel oxideerde het ijzer in het water met zuurstof in de lucht, dat door de lamellenluiken werd binnen gevoerd. Het ontijzerde water en de roest kwamen neer op een drie meter dikke laag cokes, die op de begane grond lag en de gehele verdieping vulde. Het water sijpelde hier doorheen met achterlating van de roest. Het schone water sijpelde door de geperforeerde vloer en stroomde in de kelder naar een tweetal verzamelpunten. De rest van het vuil werd uitgefilterd in het met zand en grind gevulde filterbassin, vanwaar het naar de reinwaterkelder stroomde. Via het machinegebouw kon het water tenslotte op het Amsterdamse waterleidingnet gepompt worden of per waterschuit vervoerd. De Nooddrinkwatervoorziening is maar één keer gebruikt, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het water was ondrinkbaar. De vormgeving van de uit rood baksteen opgetrokken gebouwen is typisch industrieel. De rijke versiering in de vorm van boogvormige vensters, boogfriezen langs de dakranden en de sierlijke profielen van de gootklossen laat zien dit complex belangrijk betekenis had binnen de Stelling van Amsterdam.

Een tweede leven
Vanaf 1950 kreeg het in onbruik geraakt complex een nieuwe functie voor de Luchtverkeersleiding van Schiphol. Het machinegebouw dient als ‘backup’ voor de luchtverkeerleiding, op het filterbassin en de eerste reinwaterkelder kwamen kantoren. Aan het geheel werden twee zendmasten toegevoegd. Ook werd een deel van het complex gesloopt bij de aanleg van de A4. Het meest indrukwekkende gebouw, de ontijzeringsinrichting, stond jarenlang leeg. Begin jaren negentig vormden krakers dit gebouw om tot de zogenaamde Rijkshemelvaartdienst, samen met de tweede reinwaterkelder en een werkgebouw uit de jaren ’50 van de twintigste eeuw. Zo ontstond een levendige woon- en werkgemeenschap. Om de gebouwen geschikt te maken voor bewoning en voor ateliers en werkplaatsen hebben zij raam en deuropeningen, vloeren en scheidingswanden aangebracht. Daarmee kreeg deze oorlogsvoorziening dat eigenlijk nooit als zodanig heeft gefunctioneerd, een tweede leven. Het nieuwe gebruik voegt een extra dimensie toe aan een complex, dat het verhaal van de Stelling van Amsterdam aanvult.

Erfgoed van de Week
In de rubriek Erfgoed van de Week staat elke week een bijzondere archeologische vondst, vindplaats, voorwerp, monumentaal gebouw of historische plek in de stad centraal. Via de website www.amsterdam.nl/erfgoed en twitter @erfgoed020 delen de erfgoedexperts van Monumenten en Archeologie onder #erfgoed020 het erfgoed van de stad met Amsterdammers én overige geïnteresseerden.

Van: www.amsterdam.nl/kunstencultuur/monumenten/nieuws-ma/erfgoed-week/erfgoed-week-b/

Dit artikel als pdf-bestand: Drinkwater in oorlogstijd.pdf

Ooievaars in Sloten, een verhaal van eeuwen

Nu het ooievaar-stel op de nestpaal in het Weilandje voor de derde keer serieus aan het broeden is geslagen, is het misschien aardig om nog eens te herinneren aan de lange geschiedenis van de ooievaars in Sloten.

Veel Slotenaren kennen wel de tekening die Rembrandt omstreeks 1645 maakte van de Sloterkerk, op een van zijn vele tochten rond Amsterdam. De tekening is onder meer te vinden in de boekjes ‘Rembrandt in Sloten’ en ‘De Sloterkerk, een eeuwenoud verhaal’ van Bert Stilma.

Active Image

Op het kerkdak tekende Rembrandt een – op het oog niet bewoond – ooievaarsnest. Minder bekend is dat de kerk is in diezelfde jaren ook verschillende keren is vastgelegd door Rembrandts goede vriend (en mogelijk leerling) Roeland Roghman. Halverwege de Gouden Eeuw was Roghman een veel gevraagd tekenaar en graveur. Hij vereeuwigde ook de banpaal langs de nog landelijke Sloterweg. Roghmans oorspronkelijke tekeningen zijn niet bewaard gebleven. Wel de etsen en gravures die door hemzelf en anderen naar zijn tekeningen gemaakt zijn.

Roelands zuster Geertruid Roghman maakte de hier afgebeelde gravure is zo’n 370 jaar geleden, naar een tekening van haar broer. Net als op Rembrandts schets zie je het kerkgebouw omgeven door half ingestorte muren. Het is de ruïne van de veel grotere, middeleeuwse Sloterkerk. Die was in 1573, aan het begin van de Tachtigjarige oorlog, door de geuzen verwoest.

Het ooievaarsnest is op deze gravure wel bewoond. Goed is te zien dat het geen eigen bouwsel van de ooievaars kan zijn. Het heeft nog het meeste weg van een houten kribbe die men schrijlings op de punt van het zadeldak heeft geplaatst. Als lentebode en brenger van geluk en nieuw leven was de ooievaar ook toen al een gast die men in dorpen en op boerderijen graag binnen haalde.

Active Image

Het nest op het dak zie je terug op vrijwel alle tekeningen die de volgende twee eeuwen van de Sloterkerk zijn gemaakt. Zoals ook op de tweede, gekleurde gravure uit ca. 1840. Nestelende ooievaars brengen niet alleen geluk, ze brengen ook een hoop rommel, ongedierte en viezigheid mee. Toen in 1860-1861 de huidige kerk werd gebouwd, heeft men zich mogelijk twee keer bedacht alvorens weer een nest op het maagdelijk nieuwe dak te plaatsen. Het komt in ieder geval op latere afbeeldingen niet meer voor.

Ooievaarsnesten op kerkdaken zie je nog bij de vleet in de dorpen van Centraal Spanje en Portugal. De huidige nestpalen in het Weilandje moet je maar zien als praktisch compromis. Met het broedende ooievaarspaar is in ieder geval een eeuwenoude traditie in Sloten hersteld.

Carly Misset

Verantwoording beeld:

De gravure van Geertruid Roghman komt uit eigen collectie. De ingekleurde ets (kunstenaar onbekend, naar Jan Bulthuis 1786) is afkomstig uit de Provinciale Atlas/Noord-Hollands Archief in Haarlem (rechtenvrij te reproduceren).

Archeologisch onderzoek in Sloten in 1988

Uit: Archeologische kroniek van Holland over 1988

In de periode 17 oktober tot en met 10 november 1988 werd onderzoek verricht in de Sloterpolder. Het betreft het gebied nabij de Louwesweg, gelegen ten westen van de Geerban tussen de Sloterweg en de Plesmanlaan, voorheen de Nieuwe Vaart.

Het doel van het onderzoek was de ontwikkeling van de veenontginning Sloten nader te bestuderen. De kerk van Sloten wordt voor het eerst in 1040 vermeld. Het is een dochterkerk van die van Velsen. Op oud kaartmateriaal staat de lokatie van deze kerk van Sloten als ‘Out Kerkhoff’ aangegeven. In 1951 werd deze plaats reeds onderzocht, voordat hij met zand werd opgespoten, en werd er 11e- en 12e-eeuws aardewerk aangetroffen.

In 1984 werd door de Afdeling Archeologie van de Dienst Openbare Werken Amsterdam opnieuw een poging gedaan iets meer te weten te komen over de kerk en omliggende bebouwing. Deze poging leverde, mede vanwege de kleinschalige aanpak, geen nieuwe informatie op.

Een tweede opgraving van de Afdeling Archeologie in dit gebied, uitgevoerd in 1986, betrof een tweetal huispercelen ten oosten van de Geerban direkt gelegen aan de Sloterweg. Hierbij werden gegevens verzameld over de bewoning op huisterpen vanaf ca. 1300.

Aangezien ook het gebied tussen Sloterweg en Plesmanlaan in verband met nieuwbouw binnenkort onder het zand zal verdwijnen richtte het onderzoek in 1988 zich op eventuele verplaatsingsfasen van het oude dorp Sloten naar het huidige dorp, dat sinds ca. 1300 aan de Sloterweg gelegen is. Er is gekozen voor reeksen grondboringen, om de tien meter, en voor het graven van onderzoekssleuven over een aantal kavels, lopend van de Plesmanlaan tot aan de Sloterweg. Het gehele onderzochte gebied bracht geen huisterpen aan het licht, zodat er voorlopig van uitgegaan moet worden dat, in tegenstelling tot de ontginningen van Assendelft en Waterland, de ontginning van Sloten geen tussenfasen kent in de verschuiving van het oude dorp Sloten naar de huidige lokatie.

Halverwege de kavels loopt parallel aan de Sloterweg een oud pad, de Louwesweg. Evenwijdig aan deze weg werd ten zuiden ervan een dijk of kade aangetroffen. Deze kade kon over een lengte van 150 m gevolgd worden. De basis van deze kade was ruim 3 m breed en lag op een diepte van 4 m NAP . Een nauwkeuriger datering dan de periode He tot 13e eeuw is niet mogelijk, daar ter plaatse slechts houten drinkbakjes en zware behakte houten balken en planken werden aangetroffen.

Archeologische Dienst Amsterdam, J-M. Baart.

Uit: www.assets.geschiedenisvanzuidholland.nl/assets/archeologische-kroniek-1988 ; pagina 27 (301).

Feest 95 jaar Speeltuin Sloten

Op 28 mei 2016, van 13.00 tot 16.00 uur is het groot feest in de speeltuin van Sloten ter ere van het 95-jarig bestaan van de tuin. Daarover later meer. Eerst even een duik in de geschiedenis, met als basis het boekje dat is uitgegeven bij het 75-jarig bestaan.

“In het najaar van 1921, kwamen enkele Slotense winkeliers en zakenlieden bijeen om te overleggen over de oprichting van een veilige speelplaats voor de jeugd. Er hadden zich in het dorpsleven juist een aantal ingrijpende veranderingen voltrokken. Zo was op 1 januari van dat jaar de voordien zelfstandige gemeente Sloten (dorp Sloten, Osdorp en Sloterdijk), ondanks heftige protesten van de Slotense gemeenteraad, geannexeerd door Amsterdam, dat uitbreiding nodig had voor de groeiende bevolking.

Het moet in dat jaar 1921 geleken hebben of het eeuwenoude plattelandsdorp tegen wil en dank met een klap in de twintigste eeuw was gezet, en opeens van alle kanten werd overspoeld door het moderne leven. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de Slotense heren (vrouwen kwamen in het he1e verhaal voorlopig niet voor) zich zorgen maakten over de gevaren waaraan de Slotense jeugd blootstond. ‘Wij zullen hen moeten beschermen’, luidde het devies van de initiatiefnemers, die actief  waren in een vereniging die zich – ook toen al! – bezighield met ‘de plaatselijke belangen en het verkeer’. Het inrichten van een veilige plek om te spelen en het organiseren van de kinderen in clubverband, diende als eerste stap in de goede richting.”

Meer geschiedenis
Natuurlijk zijn de omstandigheden in veel opzichten anders dan 95 jaar geleden. Maar één ding is niet veranderd, het is nog steeds belangrijk dat de kinderen uit Sloten en omgeving een veilige plek hebben om te spelen. De speeltuinvereniging Sloten biedt die plek. Al 95 jaar dus. Wie in de geschiedenis van de vereniging duikt ziet hoogtepunten en dalen. Een eerste dieptepunt was het afbranden van het verenigingsgebouw in 1931. Nadat er met veel pijn en moeite een nieuw gebouw was verrezen brak de oorlogsperiode aan. Het verenigingsgebouw werd gevorderd door de bezetter, die overigens keurig netjes huur betaalde aan de vereniging. Om precies te zijn f 1.497,50, geld dat in eerste instantie door de gemeente Amsterdam werd geclaimd, maar later kwijtgescholden. Het bevrijdingsfeest dat de speeltuin organiseerde werd voor een deel betaald uit dat potje.

In de eerste 20-30 jaar na de oorlog kende de vereniging een bloeiperiode. Er werd van alles georganiseerd en talloze Slotenaren zetten zich vrijwillig in om de activiteiten te begeleiden. En net als bij zoveel verenigingen begon in de jaren ’70 de sleet er wat in te komen. Het werd lastiger om voldoende vrijwilligers en bestuursleden te vinden. En toch werden er nog steeds dingen georganiseerd, zoals het huttenkamp aan het eind van de grote vakantie. Begin jaren ’90 rommelt het opnieuw. De bescheiden subsidie wordt stopgezet, de toen nog betaalde toezichthoudster wordt noodgedwongen ontslagen en als klap op de vuurpeil wil het stadsdeel huur gaan vragen voor het clubgebouw. Een lang verhaal kort: er werd in 1994 een projectgroep opgericht die het bestuur moest gaan ondersteunen bij de onderhandelingen met het stadsdeel en de toen broodnodige renovatie van gebouw en terrein. En in 1996 kon met veel tromgeroffel het 75-jarig bestaan worden gevierd. In een gerenoveerd gebouw en een volledig nieuw ingericht terrein.

Twintig jaar later
De geschiedenis herhaalt zich. Zo’n twee jaar geleden was de vereniging weer in een kleine crisis beland. Te weinig bestuursleden, te weinig vrijwilligers en gebouw en terrein konden na twintig jaar wel weer eens een grondige opknapbeurt gebruiken. En er was geen geld. En net als de vorige keer stonden ook nu weer mensen op die zich het lot van de speeltuin aantrokken en aan de slag gingen. Het gebouw kreeg een andere functie en een nieuw bestuur is bezig met plannen om het speelterrein te herinrichten, met nieuwe toestellen en er is ook aandacht voor de drainage, zodat de grote plassen die er nu staan na een flinke regenbui, tot het verleden zullen horen. Tijdens het jubileumfeest zal in de Tuin van Sloten het herinrichtingsplan ter inzage liggen.

Het feest
Het jubileumfeest is vooral gericht op de kinderen. Er zijn tal van (sportieve) activiteiten die worden begeleid door oud-studenten van de opleiding Sport en Bewegen, onder toezicht van een docent. Voor dit soort activiteiten heeft men een speciale organisatie opgericht: de Gymnastiekfabriek, die wordt gesubsidieerd door IMPULS. Daarnaast is er een ‘Boefjesmarkt’ waar ouders hun overtollige kinderkleren en speelgoed kunnen verkopen. Voor  € 2,50 kan men een plaatsje reserveren bij Alexander in de Tuin van Sloten. Zelf een tafel of een kleed meenemen. En natuurlijk is er volop eten en drinken te krijgen in de Tuin van Sloten en bij het snoephuisje.

Zie ook: www.westerpost.nl/feest-95-jaar-speeltuin-sloten

Arie van Genderen

Uit: de Westerpost van 25 mei 2016.

Buslijnen in Sloten

Tussen 1918 en 1925 reed er een tram naar Sloten. De geschiedenis hiervan is beschreven in het artikel De tram naar Sloten (Gemeentetram Sloten). Zie ook: Gemeentetram Sloten op Wikipedia. Sinds 1925 heeft er 90 jaar lang een busdienst over de Sloterweg gereden. In december 2015 kwam daar een einde aan. In december 2017 keerde de bus op het westelijke deel van de Sloterweg weer terug. Hieronder een beschrijving van de verschillende buslijnen die in de afgelopen negen decennia naar het dorp Sloten reden.

Onderstaande informatie is grotendeels ontleend aan Wikipedia.

 Active Image
De voorganger van de buslijn naar Sloten. Motortram met autobus nr. 2 en tramrijtuig nr. 4 (ex-paardentram van de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij), nu van de Gemeentetram Amsterdam, onderweg op de Sloterweg, richting Sloten. Het koersbord vermeld de route Akerweg – Bosboomstraat.
Foto: Beeldbank Amsterdam.

Lijn G
Deze buslijn van de Gemeentetram (sinds 1943: Gemeentevervoerbedrijf) was op 3 december 1925 de opvolger van de in dat jaar opgeheven tractortram 21. De lijn reed van de Akerweg in Sloten via de Sloterweg naar de Sloterkade. Na de opening van de Zeilbrug in 1927 reed lijn G door naar het Haarlemmermeerstation.

In de bezettingsjaren 1940-1944 werden geleidelijk alle Amsterdamse buslijnen stilgelegd als gevolg van gebrek aan brandstof en materialen. Lijn G was op 6 september 1944 de laatste buslijn die de dienst moest beëindigen. Als eerste buslijn na de oorlog werd lijn G bijna een jaar later, op 13 augustus 1945, weer in dienst gesteld.

Active Image
Vanaf 1925 was buslijn G de opvolger van de vroegere tram naar Sloten. De bus op de Sloterweg, nabij de Ringspoordijk,
gezien in oostelijke richting met bus naar Sloten; circa 1935.
Foto: Beeldbank Amsterdam.

Active Image
Buslijn G aan het eindpunt bij de Sloterbrug in de jaren vijftig.
Foto: Beeldbank Amsterdam.

Lijn 29
Deze GVB-lijn werd ingesteld op 5 september 1965 en was een combinatie van de lijnen G en H. Lijn 29 reed van Sloten bij de Sloterbrug via de Sloterweg, de Vlaardingenlaan en het Hoofddorpplein naar het Haarlemmermeerstation. Vandaar werd via de route van lijn H over de Amstelveenseweg naar de Kalfjeslaan bij de grens met Amstelveen gereden. In Sloten werd echter niet meer door het dorp gereden maar buitenom via Vrije Geer en Ditlaar.

Lijn 69
Op 22 november 1970 werd de westelijke tak van lijn 29 vervangen door de nieuwe integratielijn 69 die geheel met GVB-bussen, maar in samenwerking met de toenmalige vervoermaatschappij Maarse & Kroon, werd gereden. De lijn werd over de Sloterbrug doorgetrokken via de Burgemeester Amersfoortlaan naar het centrum van Badhoevedorp. Op dit laatste traject was alleen het hogere M&K-tarief geldig. Omdat de loopafstanden vanuit Badhoevedorp naar Sloten niet zo groot waren gaven velen er de voorkeur aan, net zo als voorheen bij lijn 29, naar Sloten te lopen en daar de bus te nemen tegen het goedkopere stadstarief. Omdat de frequentie van lijn 69 de helft bedroeg van die van lijn 29 bleef deze laatste lijn nog bijna een jaar rijden tijdens de spitsuren en op zondagmorgen als versterking tussen Sloten en het Haarlemmermeerstation.

De andere tak van lijn 29 (ex-lijn H) werd opgeheven op 17 oktober 1971 toen de eerste fase van het plan Lijnen voor morgen van kracht werd en stadsvervoer werd ingesteld op de M&K-lijnen over de Amstelveenseweg die lijn 29 vervingen.

Lijn 179
In 1987 werd lijn 69 in 179 vernummerd en drie jaar later overgeplaatst naar een nieuwe garage in Hoofddorp. In 1993 werd lijn 179 gecombineerd met de reeds bestaande lijnen 144 en 145 en reed daarbij vanaf Hoofddorp door naar Nieuw-Vennep, waarbij het lijnnummer 179 verdween. Na een half jaar werden alle ritten als lijn 145 gereden.

Active Image
Buslijn G reed tot in 1965 de oude route via de Sloterweg en door het dorp Sloten tot bij de Sloterbrug.
Daarna werd deze vervangen door buslijn 29, die om het dorp heen ging rijden via Ditlaar en Vrije Geer.
Foto: Beeldbank Amsterdam.

Active Image
Buslijn G  met autobus 8 op de Sloterweg ter hoogte van Boerderij Zomerlust; 1965.
Foto: Beeldbank Amsterdam.

Lijn 145

Deze lijn had zijn oorsprong in lijn 5 van Maarse & Kroon, die op 15 mei 1938 werd ingesteld tussen het Marktplein in Hoofddorp, Badhoevedorp, Sloten en het Surinameplein in Amsterdam. Op 14 april 1947 werd een andere lijn ingesteld tussen Hoofddorp, Nieuw Vennep, De Kaag, Warmond en Leiden. Deze lijnen werd later gecombineerd tot een doorgaande lijn Amsterdam – Leiden. In 1967 werd de lijn bij de ingebruikname van Schiphol-Centrum hier langs verlegd en kreeg een halte op het M&K-busstation op Schiphol. Gelijktijdig kreeg de lijn een snellere route tussen Schiphol en Amsterdam en reed voortaan via de Oude Haagseweg naar het Surinameplein. Vandaar werd via de Overtoom en Nassaukade naar het Centraalstation gereden waar de lijn een standplaats kreeg in het Prins Hendrikplantsoen. De lijn vormde zo een snelle verbinding tussen Schiphol en Amsterdam. Het traject door Badhoevedorp en Sloten werd verlaten en vervangen door een nieuwe lijn 44.

Active Image
Buslijn 5 van Maarse & Kroon op de oude Sloterbrug bij Badhoevedorp; 1962.
Foto: Beeldbank Amsterdam.

In 1973 fuseerde Maarse & Kroon met de Nederlandsche Buurtspoorweg-Maatschappij (NBM) tot Centraal Nederland (CN).

In 1980 begon CN systematisch de lijnnummers te verhogen om doublures binnen Amsterdam te voorkomen. De ex-M&K-lijnen kwamen op 31 mei 1981 aan de beurt. De 100-nummers waren al in gebruik en dus werd lijn 5 tot 145 vernummerd. Lijn 25 werd 143 en 44 werd 144 waarmee de combinatie 143 / 144 / 145 een kwartierdienst tussen Schiphol en Amsterdam vormden. Lijn 143 reed 2 maal per uur en lijn 144 en 145 ieder één keer per uur.

In 1993 werd lijn 145 samen met lijn 144 gekoppeld aan buslijn 179 en reed via Badhoevedorp en Sloten naar het Haarlemmermeerstation grotendeels de oorspronkelijke route uit 1938, en vandaar via de De Lairessestraat en het Leidseplein naar het busstation in de Marnixstraat. Na een half jaar werd lijn 144 weer ingekort tot station Hoofddorp en reed alleen lijn 145 de route naar Amsterdam.

In mei 1994 werd CN opgeheven en verdeeld (feitelijk teruggesplitst) tussen de Noord-Zuid-Hollandsche Vervoer Maatschappij (NZH) en Midnet; lijn 145 was voortaan een NZH-lijn. In mei 1999 gingen NZH en Midnet met een aantal andere streekvervoerders op in Connexxion, alweer de vierde exploitant voor lijn 145.

In 2008 verviel het traject tussen Nieuw Vennep en Hoofddorp. Sinds december 2007 reed lijn 145 tussen Station Hoofddorp en de Marnixstraat. In Amsterdam reed de lijn tussen de Sloterbrug en het Haarlemmermeerstation sindsdien feitelijk als GVB-stadsdienst, over de route van de voormalige tractortram 21, later bus G / 29 / 69 / 179, maar eigen GVB-plaatsbewijzen (GVB-only en wegwerp enkele rit) waren echter niet geldig.

Active Image
Buslijn 145 op de Vrije Geer bij de halte Osdorperweg; oktober 2015.
Foto: Erik Swierstra.

In het vervoerplan 2016 werd voorgesteld de lijn in te korten tot Station Lelylaan en tevens te verleggen via Nieuw Sloten en Slotervaart in plaats van via de Sloterweg. Ook wilde men de route in Badhoevedorp strekken en de frequentie tussen Badhoevedorp en Station Lelylaan verhogen.

Dit vervoersplan werd ingevoerd bij het ingaan van de dienstregeling 2016, per 13 december 2015, waarmee lijn 145 van de Vrije Geer, Ditlaar en Sloterweg is verdwenen.

Lijn 195

Na intensief lobbywerk bij de Vervoerregio Amsterdam is het de bewoners van Sloten na twee jaar gelukt om de bus over een gedeelte van de Sloterweg (ten westen van de Anderlechtlaan) te laten terugkeren. Met ingang van 10 december 2017 ging lijn 195, de opvolger van lijn 145, over deze route rijden, waarmee ook de bushaltes bij het Sportpark Sloten, Ditlaar en Vrije Geer weer met de bus bereikbaar zijn. De nieuwe lijn 195 rijdt tussen Station Amsterdam Lelylaan, Sloten, Badhoevedorp en Schiphol en is onderdeel van het nieuw ingevoerde Schipholnet. Dit netwerk wordt sinds maart 2018 met elektrische bussen bereden.

Elektrische bus Connexxion 9747 op lijn 195 (Schiphol – Station Amsterdam Lelylaan)
op de Ditlaar bij het Dorp Sloten. Foto: Erik Swierstra; 29 maart 2018.

Zie ook:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gemeentetram Sloten
https://nl.wikipedia.org/wiki/Buslijn 29 (Amsterdam)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Buslijn 69 (Amsterdam)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Buslijn 179 (Amsterdam-Hoofddorp)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Buslijn 145 (Amsterdam-Hoofddorp)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Buslijn 195 (Amsterdam-Hoofddorp)

Buslijn 192

Dit was een buslijn geeëxploiteerd door Connexxion (tot 11 december 2011 echter door het GVB). De lijn maakte deel uit van het Schiphol Sternet. De lijn verbond de Amsterdamse wijk Osdorp met Sloten, Badhoevedorp en de luchthaven Schiphol en eindigde op het parkeerterrein op Schiphol-Zuid.

Geschiedenis
De lijn vindt zijn oorsprong in GVB-buslijn 19, waarvan in de zomer van 1981 een aantal ritten werd doorgetrokken vanuit Sloten naar Schiphol-Centrum.

Lijn 19
Ook de huidige lijn 69 vindt zijn oorsprong in de in 1960 ingestelde buslijn 19 die de toen nieuwe wijk Osdorp bij Hoekenes verbond via de Troelstralaan met Geuzenveld, Slotermeer, het noordelijke deel van Overtoomse Veld en het Mercatorplein. Na korte tijd werd de lijn in Osdorp doorgetrokken naar de Klaas Katerstraat. In 1971 werd de lijn vanaf Osdorp via Langsom doorgetrokken naar Sloten (Sloterbrug).

In 1980 ging een aantal ritten doorrijden naar Badhoevedorp. In de zomer van 1981 werden deze ritten doorgetrokken naar Schiphol-Centrum. Met de winterdienst 1981 werden deze ritten vervangen door de nieuwe buslijn 68. In de zomer van 1983 werd de lijn ingekort tot Osdorp met een standplaats in het Jan van Zutphenplantsoen.

Lijn 68
In oktober 1981 werd buslijn 68 ingesteld, die het oude station Amsterdam Sloterdijk-Zuid (Molenwerf) verbond met Slotermeer, Geuzenveld, Osdorp, Sloten, Badhoevedorp en Schiphol-Centrum. Lijn 68 was een samenwerking met de toenmalige streekvervoerder Centraal Nederland maar werd in tegenstelling tot de Amstelveenlijnen 65 / 66 en 67 volledig door het GVB gereden vanuit de busgarage West.

In 1983 werd de lijn verlengd naar het nieuwe Station Sloterdijk (Orlyplein). In 1994 veranderde het karakter van de lijn en reed deze, in plaats van Station Sloterdijk, vanaf Osdorp via Slotervaart en Buitenveldert, naar Amstelveen Plein 1960; dit ter vervanging van de ingekorte lijn 64. In 1997 herkreeg de lijn weer zijn oude route via Geuzenveld naar Station Sloterdijk.

Active Image
Buslijn 192 op de Vrije Geer bij de halte Kortrijk; oktober 2015.
Foto: Erik Swierstra.


Lijn 192

In maart 2000 werd lijn 68 vernummerd in lijn 192 en opgenomen in het toen nieuwe Schiphol Sternet, een samwerkingsverband tussen het GVB en Connexxion. Lijn 192 werd verlengd naar Schiphol-Zuid en bleef met GVB-bussen rijden. In 2002 werd de lijn nog verlegd via de wijk de Eendracht. In 2006 kreeg lijn 192 nachtritten onder het lijnnummer 392.

In december 2011 trok het GVB zich terug uit het Sternet en werd lijn 192 aan Connexxion overgedragen; de lijn werd echter ingekort tot het Osdorpplein. De nachtritten van lijn 392 kwamen te vervallen maar GVB-nachtlijn 369 bood een alternatief.

In het vervoerplan 2016 werd voorgesteld de lijn op te heffen. De lijn wordt vervangen door uitbreiding en verlegging van de lijnen 69, 145 en 194.

Dit vervoersplan werd ingevoerd bij het ingaan van de dienstregeling 2016, per 13 december 2015, waarmee lijn 192 uit Sloten is verdwenen. Hiermee verviel ook de busroute via de hele lengte van de Vrije Geer.

Zie ook:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Buslijn 192 (Amsterdam)

Erik Swierstra; december 2015
Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp

Zie ook: de Westerpost van 16 december 2015.

WOII: Wat gebeurde er toen op Sloten?

Unieke verhalen vastgelegd in prachtig boek!

Op 26 november 2015 verschijnt een toegankelijk boek waarin een bijzonder stuk van de geschiedenis van Sloten ligt vastgelegd. Marjan Schwegman, directeur van het NIOD, neemt dan om 16.00 uur het eerste exemplaar van ‘In de schaduw van de oorlog, 1940-1945 In de Polders van Amsterdam Nieuw-West’ in ontvangst. Wilt u er bij zijn? Kom dan ook naar het stadsdeelkantoor van Nieuw-West (Plein ’40-’45 nr. 1). Het boek is tijdens de presentatie voor 17,50 euro te koop.

De gemeente Sloten was allang geannexeerd door Amsterdam, maar Nieuw-West was er nog niet. Waar nu Osdorp, Slotervaart, Geuzenveld en Slotermeer zijn verrezen, was toen nog een wereld van boeren, tuinders en dorpelingen. De ingrijpendste oorlogsgebeurtenissen speelden zich vooral af in ‘de stad’, bij de luchthaven Schiphol en in de Haarlemmermeer. Het gebied van het huidige stadsdeel lag zogezegd in de schaduw. Maar ook hier werden mannen verplicht tot dwangarbeid, boden de bewoners onderduikmogelijkheden, was men betrokken bij het verzet. De polders bleven door de oorlog heen voedsel en brandstof leveren voor de stad – al dan niet legaal. Er was heldenmoed, verraad, en na afloop: zuivering.

Klokkenroof en hongertochten
In dertien hoofdstukken komen de ervaringen van bewoners aan bod, gecheckt en verdiept door historisch onderzoek. De kinderen van toen vertellen over hun school die door Duitse soldaten was bezet, en met wie ze soms speelden. Een dagboekschrijver maakt ons deelgenoot van de klokkenroof van de Pancratiuskerk en de redding van een Nieuw-Zeelandse boordschutter. De hongertochten van de stedelijke Amsterdammers worden beschreven, evenals de voedselpakketten die in mei 1945 uit de Amerikaanse bommenwerpers werden gegooid. Ook komt de schandpaal aan de orde waarin na de bevrijding een NSB’er werd vastgezet.

Koerier en zwartslachter
Langs de Slotervaart drukte Gerrit Fontijn het illegale Parool, dat via die waterweg door zijn dochters werd verspreid. Gré Ruhe en haar vader Herman maakten deel uit van de lang vergeten verzetsbeweging ‘Groep 2000′. Ruim honderd brieven aan Aart in ’t Veld geven een inkijkje in het leven van een economiestudent, die koerier was tussen Amsterdam en Parijs. Het lot van de kinderen van de joodse slager van Sloten komt in beeld, evenals dat van enkele andere joodse vervolgden. En processtukken worden besproken uit twee zaken tegen ‘zwartslachters’, onder wie Jan van den Broek, vader van de supermarkthouder.

Overal te koop
Pim Ligtvoet interviewde Slotenaren en anderen, zocht illustraties bij de verhalen en maakte hier prettig leesbare verhalen van. Pim: “De ervaringen van oorlog, verzet en bevrijding van de gezinnen van de boeren, tuinders en dorpelingen in Sloten, Osdorp en de Sloterpolder vormen een ‘vergeten geschiedenis’: het gebied verdween grotendeels onder het zand van Nieuw-West. Ik heb dit boek geschreven om hun vergeten geschiedenis weer terug te halen.”

Het ruim geïllustreerde boek is prachtig in full colour uitgegeven en een bijzonder Sint- of Kerstcadeau. Het kost 19,50 euro en is na 26 november bij iedere boekhandel en bij uitgever de Driehoek verkrijgbaar. Meer informatie: info@stichtingdriehoek.nl. (ISBN 978-94-90586-12-6)

De werkgroep Historie van de Dorpsraad Sloten-Oud Osdorp heeft een bescheiden ondersteunende rol vervuld bij de totstandkoming van dit bijzondere boek.

Tamar Frankfurther

Uit: de Westerpost van 18 november 2015.

Zie ook: Aanvullingen en correcties op het boek ‘Schaduw van de Oorlog’

Een temperamentvolle man

Slotenaar in Badhoevedorp, Toon Loogman 1914-1982

Jan Loogman (1951) groeide op in een groot rooms-katholiek gezin in Badhoevedorp. In zijn onlangs verschenen boek Een temperamentvolle man, Slotenaar in Badhoevedorp, Toon Loogman 1914-1982 neemt hij de lezer mee op zijn zoektocht naar vader Toon die voor hem als jongen voor een deel onbekend was. Maar het boek heeft meer te bieden. Het geeft een prachtig beeld van het leven van de bewoners van Osdorp, Sloten en Badhoevedorp in de periode 1840-1968.

“Je bent er een van Loogman”
Als kind was Jan bang voor de onredelijke woedeuitbarstingen van zijn vader. Nare herinneringen overheersten en hij besloot op zoek te gaan naar wie zijn vader nu werkelijk was. ‘Je bent er een van Loogman’ was de bezweringsformule. Om die te begrijpen begint hij een speurtocht naar het leven van zijn vader. Hij doet dat aan de hand van uiteenlopende bronnen: interviews, literatuur, archieven en websites. Hij begint in de 19e eeuw, bij zijn overgrootvader, die enig aanzien genoot als polderbestuurder, en zijn in 1924 overleden grootvader Jan, die bekend stond als flierefluiter. Daarna beschrijft hij het kleurrijke leven van zijn vader: opgegroeid in Sloten, verhuisd naar Badhoevedorp, de oorlog en zijn huwelijk met Mien Sol. Veel aandacht krijgt zijn werk als schillenboer, bestuurslid en penningmeester van voetbalvereniging Sint Pancratius, waar hij bij de toneelafdeling een succesvol amateur toneelspeler was. Tenslotte werd hij eigenaar van een groentezaak in de Binnen Bantammerstraat.

Een temperamentvolle man
Het verhaal is zeer vlot en met veel inlevingsvermogen geschreven. Het leest als een ooggetuigenverslag. De gevonden puzzelstukjes vormen gaandeweg een ander beeld van de vader die hij zich als kind herinnert. Een temperamentvolle man, maar ook iemand met onaangename driftbuien, die bij fouten van zijn kinderen er op los kon meppen. Zijn grote passie was toneelspelen. Op het toneel kon hij zich laten gaan, maar tegenover zijn kinderen toonde hij niet zijn ware gevoelens. Hij was voorkomend en ging altijd goedgekleed. Hij had de bijnaam “schillenboer met een stropdas”. Hij verdiende goed als schillenboer, maar kon zijn talenten er niet in kwijt. Die kon hij wel kwijt in het verenigingsleven, waar hij als bestuurder en penningmeester van Sint-Pancratius, en vooral als toneelspeler, veel ‘gezag’ opbouwde. Hij was ‘er een van Loogman’, maar ook een mens met gebreken.

Het aardige van dit boek is dat de speurtocht naar de vader van de schrijver ook een prachtig beeld oplevert van het leven in Osdorp, Sloten en Badhoevedorp. Het laat zien hoe de verschillende geloofsgroepen in het nog verzuilde Nederland – tot in de jaren vijftig en zestig – vooral in eigen kring participeerden. Dat op het toegangskaartje voor de toneelvoorstellingen van Sint Pancratius “alleen voor katholieken” stond vermeld, is in dit verband veelzeggend. Maar de tijden veranderden. Nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding kwamen op, de televisie deed zijn intrede en ook aan het verzuilde verenigingsleven kwam een einde.

Toon Loogman overleed in 1982, maar de speurtocht eindigt eind jaren zestig, omdat er dan geen spectaculaire veranderingen meer plaatsvinden: de periode die volgt heeft de schrijver niet meer nodig om te weten te komen wie zijn vader is geweest.

Een temperamentvolle man, Jan Loogman, Brave New Books, 174 pagina’s, geïllustreerd, € 19,95, ISBN 9789402135947. Te koop bij Boekhandel Jaspers in Badhoevedorp, bij andere erkende boekhandels en bol.com.

Zie ook: www.geheugenvanwest.nl

De Kroniek van het Kanaal om de West

Het Kanaal om de West in Amsterdam, een kanaal waarvan slechts een klein deel is aangelegd. De ondertitel luidt: Hoe een onvoltooid kanaal de afwatering van Rijnland ongunstig beïnvloedt.

Het leek mij een goed idee om het gereedkomen van de studie te koppelen aan het voornemen van het hoogheemraadschap van Rijnland, de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude en de gemeente Amsterdam, om in het eerste kwartaal van 2015 een beslissing te nemen over het vergroten van de doorvoercapaciteit van de sluizen in Halfweg. Indien daartoe inderdaad besloten wordt, komt een eind aan een decennialange discussie. Het is een mooi moment om mijn werkstuk af te sluiten en in bredere kring bekend te maken.

Active Image
Het Kanaal om de West op de kaart van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam.

Het Kanaal om de West was een nieuw kanaal aan de westrand van Amsterdam dat de (toen) overvolle Kostverlorenvaart / Schinkel op termijn moest ontlasten. Plannen voor het kanaal stonden al in het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam van 1935. Het moest voorzien in een verbinding tussen het Nieuwe Meer en het Noordzeekanaal.

Het tracé valt grotendeels samen met de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder en Zijkanaal F in het westelijk havengebied. De ontbrekende schakel vormt het deel tussen de Ringvaart bij Zwanenburg en Zijkanaal F bij Halfweg. Later wordt het tracé van het kanaal naar de Amerikahaven verlegd. In 1968 besluit de gemeenteraad van Amsterdam het Kanaal om de West aan te leggen en eind 1969 wordt met het deel tussen de Amerikahaven en de Haarlemmerweg begonnen (de eerste fase). Omdat het kanaal ook dienst zal gaan doen als afvoerkanaal van overtollig boezemwater, laat Rijnland medio jaren 1970 halverwege de eerste fase een nieuw boezem-gemaal bouwen, dat het 150 jaar oude stoomgemaal in Halfweg moet vervangen. Maar veel langer dan 1500 meter zal het kanaal niet worden. De financiële situatie van de gemeente is zo slecht dat besloten wordt om het gehele project stop te zetten. Hiermee vervalt niet alleen het Kanaal om de West als scheepvaartkanaal, maar ook als afwateringskanaal voor Rijnland.

Er moet dus naar een alternatief worden omgezien. Aanvankelijk wordt geloosd op Zijkanaal F , maar dit kanaal moet weg omdat het de meest doelmatige verkaveling van het havengebied in de weg staat. Het enige alternatief ligt in de mogelijkheid gebruik te maken van de wél gerealiseerde eerste fase. In afwachting van betere tijden kiest de gemeente voor een tijdelijke oplossing. Zij stelt voor om tussen de eerste fase en Zijkanaal F een verbindingskanaal aan te leggen zodat Rijnland zijn boezemwater via dit kanaal en het nieuwe gemaal op de Amerikahaven kan lozen.

Hoewel daarmee de afwatering verzekerd is, staat van het begin af aan vast dat de uitwateringssluizen in Halfweg minder water kunnen aanvoeren dan het nieuwe gemaal kan afvoeren. De capaciteit van het gemaal is afgestemd op een 60 meter breed aanvoerkanaal. Daar komt bij dat de hoeveelheid af te voeren water elk jaar groter wordt. Sinds 1977, het jaar waarin het nieuwe boezemgemaal Halfweg in gebruik werd genomen, staat het vergroten van de doorvoercapaciteit van de sluizen in Halfweg op de agenda van Rijnland.

Inmiddels lijkt een oplossing in zicht en komt er wellicht een einde aan de decennialange discussies. Het is de bedoeling dat het hoogheemraadschap van Rijnland, de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude en de gemeente Amsterdam in het eerste kwartaal van 2015 een beslissing nemen over de wijze waarop de doorvoercapaciteit van de sluizen kan worden vergroot. Een belangrijk uitgangspunt is behoud van het monumentale karakter van het historische complex.

Hoewel de ruimtelijke reservering voor het kanaal reeds in 1986 geschrapt is, kan het komende besluit worden gezien als het einde van het Kanaal om de West. Daarmee wordt een als tijdelijk bedoelde oplossing tot definitieve situatie verheven. In de kroniek spelen genoemde instanties de hoofdrol. Bijrollen worden vervuld door de woonarkbewoners in Zijkanaal F en zaken als het Haarlemmermeer, het Nieuwe Meer, de Schinkel, de Kostverlorenvaart, de Overtoom, Halfweg met het stoomgemaal en het sluizencomplex, terwijl de historische Spaarndammerdijk zich als een rode draad door het verhaal slingert.

De kroniek bestaat uit vier delen:
– een aanloop in de geschiedenis in de vorm van een chronologie van 1000-2015 waarin de groei van de stad en zijn omgeving wordt geschetst;
– een fictief verhaal waarin wordt beschreven welke maatregelen nodig zijn als van overheidswege zou worden besloten om het kanaal alsnog aan te leggen. Het is geïllustreerd met diverse schetsen, tekeningen en een ruimtelijk eindplan dat de gevolgen van een dergelijke beslissing in beeld brengt;
– een miniserie bestaande uit vijf plattegronden waarop de ruimtelijke ontwikkeling van het kanaal in vijf stappen in beeld is gebracht;
– een fietsexcursie langs sporen van het kanaal die in het landschap zijn achtergebleven.

De studie is op eigen initiatief tot stand gekomen en wordt in eigen beheer uitgegeven. De geprinte versie telt 234 pagina’s op A4 formaat en 273 afbeeldingen in kleur, waarvan de meeste speciaal voor dit onderwerp zijn gemaakt. De voorlopige prijs ligt rond de € 30,- excl. € 6,75 verzendkosten. Hoe meer personen intekenen, hoe lager de prijs! Intekenen kan tot 15 maart 2015. Stuur dan een email naar jos@joshogenes.com

Na 15 maart 2015 krijgt u bericht hoeveel en op welke manier u kunt betalen. Na ontvangst van het verschuldigde bedrag wordt het boek toegestuurd. Als u als sponsor aan de uitgave wilt meewerken, kan dat door een hoger bedrag over te maken. Uw naam wordt dan in het boek vermeld. Ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.

Jos Hogenes

Uit: de Westerpost van 11 februari 2015.

Onrecht op Vrederust, Osdorperweg 260

Deze week verschijnt een boekje van Paul Kroes over de geschiedenis van zijn ouders op de boerderij Vrederust.

In 1955, een jaar voor zijn geboorte, werden zijn ouders op bruuske wijze weggestuurd van de boerderij, met 6 kinderen stonden ze op straat, ze zijn later komen te wonen aan de Osdorperweg 517, op het hoekje met het Laagte. Onmin met de eigenaar had gezorgd voor dit drama, dat zich afspeelt in de schaduw van de stadsuitbreiding. Het boekje is gebaseerd op gesprekken met zijn moeder, die, op hoge leeftijd, in Badhoevedorp woont.

Cornelis van Eesteren wilde de uitbreiding van Amsterdam in een strak patroon vormgeven, hetgeen, mijn inziens, tot uiterst saaie plattegronden en wijken heeft geleid, en waarbij voor de bestaande bebouwing, van grote cultuurhistorische- en belevingswaarde geen plaats was. Op deze wijze is onnodig veel schoonheid verloren gegaan, en onderscheidt Amsterdam zich nauwelijks van andere steden waar ook de stadsuitbreiding complete kaalslag van het omringende land betekende.

Wat de sloop van boerderijen extra wrang maakte, naast dat de woningnood van betrokkenen erdoor verergerde en acuut werd, dat de grond vaak nog tientallen jaren braak bleef liggen. Kom je nu op de Osdorperweg ter hoogte van Tussenmeer, dan zie je een brede groenstrook met karakterloze begroeiing, waar nog genoeg ruimte is overgebleven voor behoud van Vrederust, Hoogerwerf (Genève Hoeve) en De Batterij. Daar was de splitsing met de Uitweg die in een mooie boog naar de Haarlemmerweg liep, omzoomd met een tiental boerderijen waar bijna aan het einde een boerderij ‘Vredelust’ geheten was.

Hoeveel vormrijker was onze omgeving gebleven en hoe makkelijker was de geschiedenis nog af te lezen geweest. Zo’n batterij bijvoorbeeld, spreekt toch tot de verbeelding. Dichter bij Sloten lag er nog een, daar worden momenteel 4 huizen op gebouwd, en zie je aan de vorm en het verschil in waterpeil dat hier iets bijzonders moet zijn geweest. Hoe makkelijk was deze eigenaardigheid ook vlak geschoven en een dikke laag zand erover. Nu nog eens die brug naar het dorp, dat de organische gegroeide verbinding wordt hersteld.

Van Cornelis van Eesteren wordt verteld dat hij graag de natuur inging, elk voorjaar naar het Gein om de schoonheid van de bloei van de dotterbloemen te bekijken. Hem wordt een grote visie toegeschreven aangaande de uitbreidingsplannen van Amsterdam, maar geconstateerd moet worden dat hij ook een grote blinde vlek heeft gehad voor de schoonheid en troost van het oude cultuurlandschap van de voormalige gemeente Sloten. Het ergst is dat tot uiting gekomen ten aanzien van Sloterdijk, dat van een aantrekkelijk en bijzonder dijkdorp is veranderd in troosteloos kantoorlandschap met snelweg.

Een ernstige tekortkoming van degene die zoveel macht was toebedeeld om de toekomst vorm te geven. Hier deed zich juist de mogelijkheid voor om de kool en de geit te sparen, wat maar zelden kan. Er was ruim voldoende oppervlakte leeg polderland om de nieuwe stad te realiseren, terwijl de historische wegen en dorpen met de karakteristieke bebouwing bewaard konden worden.

Er was zoveel ruimte dat men zich er aan heeft vertild. Om wat van de oude schoonheid en rijkdom terug te winnen blijft herstelwerk, waar dat mogelijk is, dan ook geboden.

Informatie ontleend aan Het Parool 18/11/2014 en het boek Ruimzicht, Boerderijen onder het zand van Amsterdam Nieuw-West van Marja van der Veldt (2003).

Uit: de Westerpost van 26 november 2014.

Het agrarisch erfgoed van Nieuw-West

De Westelijke Tuinsteden bestonden in 2012 zestig jaar. Een goed moment om stil te staan bij de interessante locaties en architectuur die het gebied rijk is. Aflevering achttien van de rubriek Nieuw-West met andere ogen, verzorgd door vrijwilligers van de vereniging ProWest, Erfgoedvereniging Heemschut en het Cuypersgenootschap.

Het agrarisch erfgoed van Nieuw-West

Boerderij De Melkweg aan de Lutkemeerweg in Landelijk Osdorp; 4 november 2013.
Foto: Erik Swierstra.

Door: Norman Vervat, Erfgoedvereniging Heemschut

Met de aanleg van de Westelijke Tuinsteden verdween in de jaren na de oorlog een eeuwenoud cultuurlandschap. Een polderlandschap dat eeuw na eeuw in het gebied tussen Amsterdam en Haarlem was ontwikkeld verdween onder dikke lagen zand. Door deze ontwikkeling verdween niet alleen het landschap. Ook de sporen van het agrarische gebruik van dit land werden uitgewest. Veel erfgoed is na de oorlog verdwenen. Aan de randen van de Westelijke Tuinsteden is echter nog wel wat te vinden van de agrarische oorsprong van het gebied. Zo staan bijvoorbeeld aan de rand van Osdorp nog diverse historische boerderijen. Eén van de mooiste voorbeelden is boerderij ‘De Melkweg’, Lutkemeerweg 149. Even verderop, aan Lutkemeerweg 180, staat boerderij ‘Tijd is Geld’, ook een gemeentelijk monument.

‘De Melkweg’ ligt aan de hoofdweg en ontginningsas die in noord-oostelijk-zuidwestelijke richting door het midden van de Lutkemeerpolder voert. De Lutkemeer-polder is geen vervening zoals in de directe omgeving maar een droogmakerij. In 1865 werd de Lutkemeer (= kleine meer) drooggemalen en in cultuur gebracht. De oorspronkelijke verkaveling van het gebied bestaat nog in een deel van de polder.

De naam van de boerderij, ‘De Melkweg’, geeft aan dat de boerderij oorspronkelijk gericht is geweest op melkproductie. De boerderij werd gebouwd in 1903 en is tot omstreeks 1930 melkveebedrijf geweest. Tegenwoordig is het een akkerbouwbedrijf waar onder andere aardappelen en uien worden verbouwd. Op het erf, dat nog steeds als agrarisch bedrijf in gebruik is, staan behalve de boerderij nog enkele opstallen, zoals een houten schuurtje aan de oprit en een drieroeden hooiberg. De boerderij is gebouwd in een voor de jaren rond 1900 kenmerkende stijl. Mooie details zijn het verfijnde metselwerk en de chaletstijl die aan de voorzijde is toegepast. Het is duidelijk dat de bouwheer trots was op zijn boerderij, met name de voorgevel heeft een zeer voorname uitstraling gekregen.

In de jaren vijftig en zestig bekommerde men zich niet om het behoud van agrarisch erfgoed. Alleen aan de randen van het tegenwoordige Nieuw-West bleef het agrarische erfgoed behouden. Tegenwoordig gaat men heel anders te werk bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken. Neem bijvoorbeeld eens een kijkje in Leidsche Rijn. In deze grootschalige nieuwbouwwijk bij Utrecht zijn veel oude landschappelijke structuren en boerderijen bewust behouden. In Nieuw-West koesteren we tegenwoordig ook het nog resterende agrarische erfgoed. Diverse boerderijen aan de randen van het stadsdeel, waaronder ‘De Melkweg’, zijn inmiddels beschermd als gemeentelijk monument.

Zie ook: www.prowest.nl