Geschiedenis

Uniek Slotens rijdend erfgoed (1929) van Van Waveren Transport

Af en toe zie je, maar vooral hoor je, de oude vrachtwagen van Es van Waveren van Van Waveren Transport aan de Sloterweg door Sloten tuffen. Het is een A-Ford uit 1929. Dus bijna honderd jaar oud. Tijd voor een nadere kennismaking.

Es van Waveren vertelt: “Hoewel het lijkt alsof dit onze eerste vrachtwagen is, hebben we deze A-Ford pas tien jaar in ons bezit. Eén van onze medewerkers zag hem op internet te koop staan. Op de deur vonden we een plaatje met daarop firma Van der Puij, Amsterdam-Sloten. Toen was het besluit om deze vrachtwagen te kopen snel genomen.”

Slotens rollend erfgoed: Es van Waveren bij zijn A-Ford uit 1929. Foto: Geert Verweij.

Er waren vroeger veel bedrijven op het dorp Sloten. Onder andere Ford-dealer Garage P. Kok en het Carrosseriebedrijf van P. Van der Puij. Es van Waveren, die sinds 1994 weer vlak bij zijn geboortehuis aan de Sloterweg woont, kwam een oude A-Ford uit 1929 op het spoor.

Wat bleek? Die is gemaakt door beide Slotense autobedrijven. De basis komt van Kok en de carosserie van Van der Puij. Op de oude vrachtwagen zat zelfs nog een bordje van het Slotense carrosseriebedrijf van Piet (vader van Gerrit) van der Puij. Het rijdend erfgoed werd vervolgens liefdevol opgeknapt en tijdens het Open Monumentenweekend reed Es trots door het dorp.

Koetswerk van Slotense Van der Puij
“In 1929 was het gebruikelijk dat men een chassis kocht. Daarna werd dit door een carrosseriebouwer van een koetswerk voorzien”, zo legt Es van Waveren uit. “De cabine en laadbak zijn door Van der Puij in Sloten gemaakt. Het is dus een echte Slotense Ford, zeg maar: Slotens rijdend erfgoed. De eerste eigenaar was de toen net opgerichte Nederlandse Radiateuren Fabriek nabij het Luchtvaartlaboratorium (nu Anthony Fokkerweg). Na vele omzwervingen kwam de A-Ford tien jaar geleden weer terug in Sloten. We hebben er enkele jaren over gedaan om de vrachtwagen in de verloren uurtjes helemaal te restaureren.”

Op film vastgelegd
Tijdens het afgelopen Open Monumentenweekend reed Es trots in zijn vrachtwagen door Sloten. Toen hij een rondje rond de Sloterkerk, waar hij koster is, maakte, heeft Geert Verweij dat gefilmd. Hij rijdt tegen de richting in, maar voor deze ene keer zullen we hem dat vergeven.

‘Es’: traditionele Slotense naam
Es van Waveren is een geboren Slotenaar. Toen hij op zich zelf ging wonen was er geen geschikte woning in Sloten of Oud Osdorp te krijgen en verhuisde hij naar Badhoevedorp. In 1994 kwam de Margarethahoeve aan de Sloterweg vrij. Sindsdien woont hij vijftig meter van zijn geboorteplek. ‘Es’ is ook een echte Slotense naam. Zijn neef Es Velthuis (helaas al weer enkele jaren geleden overleden), die ook in Sloten woonde, heeft veel speurwerk gedaan in de archieven van de kerk van Sloten en het Stadsarchief van Amsterdam. Toen bleek dat de naam ‘Es’ op Sloten al vele eeuwen voorkomt.

Geert Verweij, 27 augustus 2022.

Tuinpark V.A.T.: de zevende standplaats voor de Slotense brandspuit

Sinds zijn komst op Sloten in 1885 moest het brandblusapparaat telkens wegens ruimtegebrek verhuizen.

“Maar nu is-ie hopelijk ècht op zijn definitieve plek op het dorp gearriveerd”, zo laat tuinparkvoorzitter Ko Plooy enthousiast weten. “Hij is hier meer dan welkom!”

Standplaats lange tijd in de tramremise
De historische handspuit uit 1880 arriveerde waarschijnlijk in 1885 op Sloten. In het brandspuitreglement uit dat jaar wordt namelijk ook Sloten als standplaats vermeld.

Aanvankelijk stond de spuit jarenlang in de (in 1988 afgebroken) loods Sloterweg 1275 waarin ook de voormalige tramremise (1918-1925) van de Gemeentetram Sloten gevestigd was. Dat speelde zich allemaal af op het stuk grond achter en tussen het huidige perceel van Sloterweg 1277, waar de familie Van der Puij woonde, en naast de toenmalige garage Kuykhoven (Sloterweg 1269).

Het interieur van de voormalige tramremise van de Gemeentetram Sloten annex wagenmakerij Van der Puij (eerst van vader Piet en later van zoon Gerrit) werd in 1975 gefotografeerd door Ino Roël. Dit was – voor zover wij kunnen nagaan – tot 1942 de standplaats van de Slotense brandspuit. Op deze foto staat wonderlijk genoeg de brandspuit van de voormalige gemeente Weesperkarspel. Dit zou verklaard kunnen worden uit Gerrit van der Puij’s passie voor het behoud van het rollend erfgoed van de Brandweer. Hij zette zich hier – als voormalig tweede Brandmeester – hartstochtelijk voor in. Hij heeft er ook persoonlijk voor gezorgd dat ook de spuiten van Osdorp en Sloten beide tot op de dag behouden zijn. Die van Osdorp sinds 2005 tentoongesteld in de hal van de brandweerkazerne aan de Ookmeerweg. De Slotense brandspuit staat niet op de foto, want die stond in 1972 in het Spuithuis even verderop.
Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

De Slotense Rietje de Jong-Mol herinnert zich uit haar vroege kinderjaren nog goed dat als haar vader werd opgeroepen of moest oefenen met de brandploeg dat hij altijd naar de remise annex wagenmakerij ging. Dat was de standplaats van het blusapparaat.

Zij herinnert zich ook dat de afgedankte paarden- en later tractortramwagens links naast de loods buiten stonden en dat zij daar vaak verstoppertje speelde. De wagens die nog wel in gebruik waren, stonden binnen, links in de loods. Rechts daarvan stond allerlei apparatuur van Wagenmakerij Van der Puij.

De voorzijde van de voormalige tramremise van de Gemeentetram Sloten aan het adres Sloterweg 1275. Rechts het tuinhek van de familie Van der Puij met achter de boom zicht op het in 1942 speciaal voor de brandspuit gebouwde Spuithuis. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam; 1975.

Eigen onderkomen vanaf 1942
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de loods van Van der Puij gevorderd door de Duitsers en ging toen fungeren als onderkomen voor soldaten, die – zo herinnert Rietje zich – ook wel eens witbrood deelden met armlastige en hongerige kinderen uit het dorp. Waarschijnlijk is dat de reden waarom de Amsterdamse Brandweer in 1942 een nieuw Spuithuis tussen de tramremise en achter de tuin van Van der Puij liet bouwen. Hierdoor kon de brandploeg voortaan weer ieder moment vrijelijk zo nodig gebruik maken van de brandspuit.

Het Spuithuis werd het tweede onderkomen van de brandspuit op Sloten. Het huisje is tegenwoordig een gemeentelijk monument en staat nu op het erf van de bewoners van Sloterweg 1277. Foto: Erik Swierstra; 5 mei 2015.

Kort in het Dorpshuis Sloten
Nadat Gerrit van der Puij in 1988 was overleden, werd zijn huis gekocht door Arie en Ellen van Genderen. Zij maakten graag gebruik van het gemeentelijke aanbod om de erfpacht af te kopen en het Spuithuis als schuur bij hun tuin te trekken. Omdat het blusapparaat toen dakloos werd, mocht het tijdelijk in de entreegang staan van het Dorpshuis (Nieuwe Akerweg 14). Maar dat was natuurlijk geen ideale plek en ironisch gezien ook zeker niet brandveilig. De grote handspuit blokkeerde namelijk deels de vluchtroute in het pand. Zeker in die jaren werd het pand intensief voor optredens en feesten gebruikt door de jongerensoos SmoeS. De brandspuit kon daar dus niet blijven staan.

In Oud Osdorpse kas
Gelukkig was daar toen Wim Schelling uit Oud Osdorp. Hij bood aan om de Slotense en Osdorpse brandspuiten een plek in zijn kas te geven. Door dat genereuze aanbod kon de Slotense spuit voor Sloten-Oud Osdorp behouden blijven en was het niet nodig elders, bij een museum, aan te kloppen.

In de hal en de tuin van de Molen van Sloten
Vanaf het moment dat de Molen van Sloten in 1991 zijn deuren opende, bood voormalig dorpsraad- en molenvoorzitter Ko Kuiper de spuit meteen een nieuw onderkomen aan in de eentreehal van de molen. De klusploeg van de Molen van Sloten (Joop Kool, Herman Kuykhoven en Wim van de Water) heeft de spuit voor deze gelegenheid helemaal opgeknapt. “Deze drie vrijwilligers kregen zelfs de pomp weer aan de praat. Die spoot weer!”, weet de Oud Osdorpse Ko Kuiper te vertellen. “Later kregen we ruimtegebrek in de hal van de molen. We wilden de bezoekers daar welkom kunnen heten en daarvoor moesten we een balie installeren.

Dat was in de tijd van vóór het Kuiperijmuseum (tot 2005), toen de molen nog vrijstond, zonder aanbouw. In de kleine achtkantige hal was toen geen ruimte meer voor die toch wel omvangrijke brandspuit. Herman, Wim en Joop hebben toen een mooi afdakje voor de spuit gemaakt. De brandspuit kreeg een mooie plek in de molentuin, aan de beschutte oostkant van de molen en is sindsdien door al onze bezoekers met be- en verwondering bekeken.”

De zesde woonplek van de brandspuit: onder het afdakje in de tuin van de Molen van Sloten. Foto: Erik Swierstra; 1 februari 2013.

Tot in de zomer van 2021 konden alle molenbezoekers het brandblusapparaat hier bekijken. Op dat moment moest de spuit echter wegens ruimtegebrek opnieuw verhuizen. De Molen van Sloten ging het voormalige Kuiperijmuseum en een groot deel van de tuin verhuren aan de Democratische School Amsterdam. Nu de tuin veel kleiner zou worden, had de molen alle resterende tuinruimte zelf nodig. Voor de spuit moest dus wederom een nieuw onderkomen worden gevonden. Al snel kreeg Tamar Frankfurther van de Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp, formeel de eigenaar van het blusapparaat, daarom het verzoek om ‘even’ een andere plek voor de brandspuit te vinden. Tamar wilde persé dat dit stukje Slotense cultuurhistorie op Slotens grondgebied zou blijven en vond gelukkig al snel gehoor bij het bestuur van Tuinpark V.A.T.

Op 29 juli 2021 verhuisde de door regen, storm en wind gehavende brandspuit naar Tuinpark V.A.T. Foto: Eveline van Rijn.

Zevende en hopelijk laatste standplaats: Tuinpark V.A.T.
Niet alleen biedt het Slotense tuinpark voortaan onderdak aan de spuit: De tuinders gingen de brandspuit ook helemaal opknappen. Dat was wel nodig ook, omdat de spuit – ondanks het bescheiden afdakje – in de molentuin flink had geleden van de Hollandse weersomstandigheden. Tuinvrijwilligers en broers Henny en Robby Lamijo bouwden ook een royaal onderkomen voor het apparaat. De tuinders bedachten hiervoor een slimme bouwconstructie die aan de ene kant volop zicht op de historische spuit biedt en tegelijkertijd het apparaat goed beschermt tegen de weersinvloeden. Het dak is aan de westkant veel langer gemaakt en helt flink over. Hierdoor kunnen slagregens en sneeuwbuien de brandspuit waarschijnlijk niet raken.

Henny gaat straks voor de zekerheid wel in de gaten houden of dit huisje de spuit inderdaad afdoende beschermt: “Zo niet, dan kunnen we overwegen om aan de west- en noordkant de wanden met glas dicht te maken. Het natte weer komt meestal toch uit die hoek. En op deze manier kunnen we het zicht op de brandspuit aan de andere kanten open houden. We moeten maar zien hoe het loopt. Wat vooral telt is dat we de nu net gerestaureerde brandspuit nu zo goed mogelijk tegen alle weersomstandigheden moeten beschermen, zodat we hem hopelijk nooit meer zo grondig hoeven op te knappen als we het afgelopen jaar noodzakelijk was.”

Tijdens openingstijden kan iedereen de spuit voortaan meteen links naast de entree van Tuinpark V.A.T. komen bewonderen. Uitgaande van het warme welkom en de gedegen aanpak van de V.A.T.-ers verwacht en hoopt de Werkgroep Historie erop dat de spuit hier nog heel lang zal kunnen blijven staan. Zo draagt het tuinpark zijn waardevolle steentje bij aan het behoud en tentoonstellen van dit unieke stukje cultureel erfgoed van en op het dorp waar de spuit thuishoort.

Het zevende (en hopelijk laatste!) onderkomen van de Slotense brandspuit: Goed beschermd en meteen links naast de entree van Tuinpark V.A.T. Op een steenworpafstand van zijn oorspronkelijke standplaats in de voormalige tramremise. Het huisje was nog niet gereed en de brandspuit zal – als het andere wiel is gerestaureerd – worden omgedraaid. Foto: Tamar Frankfurther, 12 augustus 2022.

En daarmee nemen de Slotenaren anno 2022 het stokje over van voorgaande generaties, die zich ook iedere keer opnieuw hebben ingezet om dit – toch wat onhandig grote blusapparaat – steeds weer een plek op het kleine dorp te gunnen. Gelukkig bood Oud Osdorp – toen dat hard nodig was – een paar jaar opvang aan de Slotense brandspuit en zo zie je maar hoezeer de dorpen Oud Osdorp en Sloten er voor elkaar zijn als dat nodig is.

Tamar Frankfurther; 15 augustus 2022.

Zie ook:

*

* Slotense brandspuit verhuist van Molen naar Tuinpark V.A.T.

* De brandweer in de voormalige gemeente Sloten

* Brandspuiten uit Sloten en Oud Osdorp

Brandspuiten uit Sloten en Oud Osdorp

Van de brandweer uit de vroegere gemeente Sloten zijn twee brandspuiten bewaard gebleven: één in Sloten en één in Osdorp. Voor de algemene geschiedenis van de brandweer, zie het artikel: De brandweer in de voormalige gemeente Sloten.

De brandspuit van Sloten op zijn standplaats naast de Molen van Sloten; 29 mei 2011. Foto: Erik Swierstra.

Handspuit Otterbein (Sloten)
Eén van de gemeenten die in 1921 geheel geannexeerd werden bij Amsterdam, was het uitgestrekte Sloten. In het hoofddorp Sloten was een vrijwillige brandweer, die beschikte over een tweewielige handbrandspuit van het fabrikaat Otterbein. Deze spuit is tot 1945 in gebruik gebleven en toen vervangen door een aanhangmotorspuitje, afkomstig van de Luchtbeschermingsdienst. Hoewel officieel buiten dienst gesteld, bleef men in Sloten nog jarenlang het jaarlijkse brandspuitbeproeven met de handspuit volhouden. In 1972 werd het vrijwilligerskorps opgeheven, omdat de beroepskazerne aan de Poeldijkstraat in Slotervaart geopend werd. De spuit bleef vervolgens jarenlang bewaard bij de laatste brandmeester (Sloterweg 1277) en heeft ook jaren bij de Molen van Sloten gestaan. In 2021 verhuisde hij naar het Tuinpark V.A.T. en werd daar in 2022 gerestaureerd.

Zie ook: .

De brandspuit van Oud Osdorp in de nieuwe kazerne uit 2005
aan de Ookmeerweg 2 in Osdorp.

Handspuit Otterbein (Oud Osdorp)
Het langgerekte dorp Osdorp, dat bij de gemeente Sloten hoorde, werd ook in 1921 bij Amsterdam gevoegd, waarmee de vrijwillige brandweer daar ook geannexeerd werd. Er waren in Osdorp twee brandspuiten, waarvan er één al in 1922 werd afgevoerd. Die in het spuithuis, dat het verste van de stad lag, werd nog tot 1948 in gebruik gehouden, totdat ook daar een aanhangmotorspuit werd geplaatst. De Osdorpse spuit was – net als die in Sloten – van het fabrikaat Otterbein, maar geplaatst op een vierwielig onderstel en vrijwel gelijk aan die van de Groote IJpolder (eveneens voormalige gemeente Sloten). Na de opening van de nieuwe beroepskazerne aan de Ookmeerweg 2 in Osdorp in 2005 is de oude Osdorpse spuit daar weer in volle glorie te bezichtigen.

Erik Swierstra
Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp

Tijdcapsule Sloten is straks bomvol

Afgelopen voorjaar kregen lezers van de Nieuwsbrief Sloten-Oud Osdorp het verzoek om spullen in te leveren voor de tijdcapsule.

Ook dit boekje, dat de werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp in 2002 uitgaf, zit in de tijdcapsule. U hoeft geen (halve) eeuw te wachten om het te kunnen lezen. Het is gewoon te koop bij het kleinste Politiebureautje van Nederland.

Voor vijftig tot honderd jaar afgesloten
“Het is echt zo leuk en interessant om te zien wat iedereen allemaal heeft ingeleverd”, zegt de blij verraste initiatiefnemer Guido Frankfurther. “Ik geef een bloemlezing van wat de inzenders van belang vinden om met toekomstige generaties Slotenaren en anderen te delen. Want de kans bestaat dat deze tijdcapsule pas over vijftig of misschien wel honderd jaar weer geopend wordt.”

Persoonlijke bijdragen
Er waren flink wat bijdragen ingeleverd van persoonlijke aard. Guido: “Er zat er een lange en persoonlijke brief bij waarin een inwoonster vertelde over haar familieleden, huisdieren en het leven op het dorp. Ze vertelt ook over wat haar op dit moment zoal bezig houdt in het leven, zoals de oorlog in de Oekraïne, de klimaatveranderingen en de coronapandemie. Een andere inzender heeft ook de bijzondere geschiedenis van de Molen van Sloten nog eens vast willen leggen. Weer iemand anders diende in hoe de geplande elektronische ‘knip’ op de Sloterweg tot stand is gekomen. Ook de verhalen over een heldhaftige reddingsactie uit het water en het dagelijks leven op de school voor bijzonder onderwijs De Driesprong zijn zeer de moeite waard.”

Boekjes van verleden en stille getuigen uit 2022
Anderen kozen ervoor om allerlei (zelf geschreven) boekjes, folders, foto’s en prentbriefkaarten van het hele landelijke gebied in te leveren. Guido: “Iemand heeft zijn exemplaar van het boekje over de Sloterschool 1595-1985 ingeleverd. Daarnaast trof ik onder andere aan: een verhalenboekje van Geheugen van West, een Dorpengids en het boekje ‘De Veldwachter vertelt’ waarin Slotense laatste veldwachter Freek Raat herinneringen ophaalt. Anderen vonden het van belang dat er recente en wat oudere kranten in de tijdcapsule zaten. Ook leverde iemand de zomereditie van de ‘Allerhande’ van Albert Heijn in. Dit laatste item bevatte een briefje met de tekst: “Hierin kunt u zien wat wij in 2022 zoal aten”.

Rechter en linker GEB-deurtje
Als de beide GEB-deurtjes gereed zijn, zullen ze worden teruggeplaatst. De tijdcapsule zal goed verpakt achter het rechter deurtje verdwijnen. Achter het linker deurtje – dat een slot krijgt en weer naar boven opengeklapt kan worden – zal de oude GEB-telefoon uit 1932 (uit het andere GEB-huisje) worden geplaatst.

Tamar Frankfurther; 10 augustus 2022.

Hoe Sloten begin 20e eeuw elektriciteit kreeg

De speurtocht naar het oplossen van het mysterie waartoe toch de beide GEB-deurtjes achter de brandmelder naast het Slotense Politiebureautje dienden, heeft veel losgemaakt.

Osdorperweg in februari 1934 gezien in noordelijke richting vanuit het dorp Sloten met elektriciteitsmast. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Er kwamen zoveel vragen en reacties over dit onderwerp binnen dat initiatiefnemer voor de restauratie van de deurtjes, Guido Frankfurther, zijn project heeft verbreed.

Aanvankelijk: stroomkabels bovengronds
Guido is zich daarom gaan verdiepen in de geschiedenis van de elektrificatie van Sloten. Wanneer men in de huizen en winkelpanden elektriciteit kreeg en hoe het zat met de komst van de straatverlichting.

Guido Frankfurther: “Door de Eerste Wereldoorlog was er grote schaarste aan steenkool en daarmee aan stadsgas. Daarom besloot de gemeente Amsterdam in 1917 tot aanleg van elektrische straatverlichting in de hele stad. In 1923 doofden de laatste gaslantaarns in Amsterdam.

De gemeente Sloten is in de periode 1918-1920 (kort voor de annexatie in 1921) nog van een eigen elektriciteitsnet voorzien. Hiertoe werd in 1918 besloten door de eigen gemeenteraad. De infrastructuur hiervoor werd aangelegd door de N.V. Algemeene Nederlandse Electriciteits Maatschappij Groeneveld, Ruempol & Co., Haarlemmerweg 317. De stroom werd betrokken van de Gemeente-Electriciteitswerken (GEW) van Amsterdam, opgericht in 1899. Dit bedrijf ging in 1941 op in het Gemeente-Energiebedrijf (GEB).

De elektriciteitsmasten verdwenen waarschijnlijk eind jaren ’30 uit het dorp, omdat de stroomkabels toen ondergronds gingen. Op foto’s van de Sloterweg van 1938 zijn nog duidelijk dergelijke masten te zien”.

Sloterweg, 13 april 1940: De elektriciteitsmasten met draden ontbreken in het straatbeeld. Van links naar rechts de adressen: Sloterweg 1236 (Bakkerij Holla), 1234 (de kapper), 1232 en 1230: Café Het Rechthuis, dit stond op het terrein dat in de jaren ’50 speelplaats / basketbalveld van de Sloterschool werd en sinds de jaren ’90 het Dorpsplein is. Rechts daarvan: het politiebureautje op nummer 1226. De brandmelder en pomp staan nog op hun originele plekken. Tot slot helemaal rechts: een stukje van het pand aan de Sloterweg 1224. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam; Jacobus van Eck.

Amsterdamse kruisjes in de gemeente Sloten?
De aanwezigheid van de drie Andreaskruisjes van Amsterdam op de GEB-deurtjes heeft veel lezers aan het denken gezet. Zouden de deurtjes dan pas ná de annexatie door Amsterdam in 1921 zijn geplaatst? André Bank, Operationeel Installatie Verantwoordelijke bij Alliander en die al vijftig jaar een huisje op volkstuincomplex V.A.T. heeft, denkt dat dit niet zo hoeft te zijn: “Amsterdam voorzag ook diverse gemeenten rondom zijn eigen grondgebied van stroom. In dit geval dus in opdracht van de gemeente Sloten. De Gemeente-Electriciteitswerken regelden bijvoorbeeld ook dat Landsmeer, Uitdam, Driemond en de dorpen in Landelijk Noord elektriciteit kregen. Driemond werd pas in 1966 door Amsterdam geannexeerd en Landsmeer is nog steeds zelfstandig. Grote buurman Amsterdam regelde dat in hun opdracht. Het was voor de kleinere gemeenten ook niet rendabel om dit zelf te doen.”

Geen GEB-vermelding op achterkant
André vervolgt: “Omdat Sloten in 1920 al over een eigen elektriciteitsnetwerk beschikte is het mogelijk dat het Amsterdamse elektriciteitsbedrijf na de annexatie in 1921 de drie kruisjes op de deurtjes heeft geplakt. Dit zou verklaren waarom er ook op de deur aan de achterzijde van het gebouwtje geen enkele link met de Gemeente-Electriciteitswerken (GEW) is waar te nemen, zoals de letters GE(B) en het logo met de fakkel. Op veel andere elektriciteitshuisjes zie je die namelijk wel. Maar meer waarschijnlijk is het dat de kruisjes er al vanaf het begin opzaten, omdat de infrastructuur door een Amsterdams bedrijf werd aangelegd met stroomafname van de Amsterdamse GEW in opdracht van de gemeente Sloten.”

Ritterlantaarn op de hoek van het Kerkrondje rond de Sloterkerk en het huidige Dorpsplein in 1956. Café Het Rechthuis is al gesloopt, maar het basketbalveld is nog niet aangelegd. De moderne versie van de Ritterlantaarn met LED-verlichting verlicht de dorpskern nog altijd. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Ook rechter deurtje van vóór de annexatie
In Amsterdam werd de straatverlichting vanaf 1917 elektrisch. Voor die tijd waren er gasarmaturen in bestaande Ritterlantaarns. Deze lantaarns staan tegenwoordig nog steeds in een groot deel van Sloten. Guido: “De elektrificatie van de gemeente Sloten in 1918-1920 maakt dat we zeker weten dat ook het rechter GEB-deurtje er in 1920, een jaar vóór de annexatie van de gemeente Sloten, al was en gebruikt werd. In de kast daarachter zat de apparatuur om de elektrische lantaarns op het dorp aan te sturen: een Openbare Verlichtingsklok en een schakelaar om overdag alle straatlantaarns op het dorp aan te zetten voor een test. Deze apparatuur was dus hoogstwaarschijnlijk in de laatste jaren voor de annexatie al in gebruik.”

Tamar Frankfurther, met dank aan Erik Swierstra; 2 juli 2022.

Zie ook:

Het monument aan de Osdorperweg

Aan de Osdorperweg, tussen het oude dorp Osdorp en de Lutkemeerweg staat een monument dat herinnert aan slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. Het is niet bekend wanneer en door wie het monument is geplaatst, maar het staat er waarschijnlijk al van kort na de Tweede Wereldoorlog.

Het monument bestaat uit een kleine obelisk op een voetstuk. Dit staat op een vierkante basis. Rond de basis is een sierstrook van kiezelstenen die op de vier hoeken wordt afgesloten door stenen zuiltjes met kettingen ertussen. Ervoor ligt een stenen tegel met een inscriptie in het Nederlands en het Engels.

Monument te Oud Osdorp

Op het monument zijn de namen vermeld van twee bewoners van Oud Osdorp die door oorlogshandelingen zijn gesneuveld. Petrus Franciscus Bierman sneuvelde in Oegstgeest, al op de eerste dag van de oorlog in Nederland, Jan Kars sneuvelde in het najaar van 1944, tijdens de bevrijding van Zeeuws-Vlaanderen.

Op 4 mei 2017 is voor het monument een tegel onthuld die herinnert aan een omgekomen Amerikaanse piloot die met zijn vliegtuig in 1943 neerstortte in een weiland nabij de Osdorperweg.

Tekst

De tekst op het voetstuk luidt:

“Gevallen voor het Vaderland

Petrus Franciscus Bierman

Geb. 8 dec. 1914

Gesneuveld en begraven

10 mei 1940 te Oegstgeest

Jan Kars

Geb. 20 april 1919

Overleden 20 oct. 1944

en begraven

te Waterlandkerkje

in Zeeland”

De tekst op de gedenktegel luidt
“Deze tegel herdenkt een Amerikaanse piloot van de US Army Air Force (USAAF). Op 8 oktober 1943 werd zijn P-47 Thunderbolt getroffen door een Duitse Jager. Hij stortte neer in de buurt van Amsterdam, raakte vermist en werd overleden verklaard. 2 LT Dover Chalmond Fleming jr. (1917), Piloot. Hij stierf voor onze vrijheid.

This plaque commerorates an American pilot of the US Army Air Force (USAAF). On October 8, 1943 he got missing when his Thunderbolt bomber, hit by a German fighter, crashed in the surroundings of Amsterdam. He is regarded as killed in action. 2 LT Dover Chalmond Fleming jf. (1917). He sacrificed his life for our freedom.”

Wijzigingen
In 2008 is het monument na herprofilering van de Osdorperweg opgeknapt. De tekst is opgefrist en de verdwenen kettingen werden vervangen door vier nieuwe. In 2018 is de gedenktegel verder aangepast.

 

De geschiedenis

Het monument aan de Osdorperweg te Amsterdam (gemeente Amsterdam) herinnert aan twee Osdorpse militairen en een geallieerde piloot.

De namen van de slachtoffers luiden: Petrus Franciscus Biermans, Dover Chalmond Fleming jr., Jan Kars.

Piet Bierman
Piet Bierman (Sloten, 8-12-1914) woonde met zijn ouders en de andere kinderen aan de Osdorperweg 565. Op 9 mei 1940 kreeg hij plotseling de oproep zich bij zijn regiment in Lisse te voegen. In die nacht begon de Duitse overval. Het eerste Regiment Infanterie (I-1 RI) moest Den Haag verdedigen en rukte op naar Rijnsburg. Bierman hoorde bij de mitrailleurcompagnie (MC). In Oegstgeest, op de Valkenburgseweg, werd de colonne aangevallen door een Duits vliegtuig. Piet en negen anderen raakten zwaar gewond. Een Fries sterft ter plekke. De anderen korte tijd later. Piet overlijdt diezelfde dag in het Militair hospitaal in Oegstgeest. Hij werd op 14 mei begraven bij het Groene Kerkje ter plaatse. Daar bleef zijn lichaam tot 22 december 1977, toen het werd bijgezet op het Ereveld Grebbeberg.

Dover Ch. Fleming jr.
Dover Chalmond werd in 1917 in de Amerikaanse staat Mississippi geboren, in Calhoun County. Zijn vader droeg dezelfde naam, zijn moeder heette Jerusha en hij had twee zussen, Ila en Elvira, en een broer, Fester. Tweede luitenant Fleming nam vanuit de Engelse basis Holesworth op 8 oktober 1943 deel aan de alles-of-niets aanval, op het Duitse Bremen. Hij hoorde bij het 63e squadron, de 62e fighter group van de Amerikaanse luchtmacht (USAAF). De P-47 Thunderbold is een zware jager-bommenwerper en heeft maar 1 bemanningslid. Deze keer vloog Fleming in de kist van zijn kapitein, William H. Janson. Boven het IJsselmeer werd hij door een Messerschmitt 109 beschoten. Dovers collega Kidd Hofer haalde dat toestel neer, maar Fleming kon niet verder. Hij haakte af van de formatie en crashte. Sinds 1979 werd gedacht dat de crash bij de Osdorperweg was, maar na recent onderzoek van Jon van der Maas (SGLO) bleek dat een vergissing te zijn.  Fleming werd geregistreerd als Missed in Action (MIA). Op 14 augustus 1945 werd zijn dood administratief vastgesteld. Dover Chalmond Fleming jr. wordt op de Amerikaanse begraafplaats Margraten herdacht op de Muur der Vermisten.

Jan Kars
Jan werd op 20 april 1919 geboren als zoon van Tonia Kars. Haar latere man, Klaas Duijster, erkende Jantje en deze groeide met acht broers en zussen op aan de Osdorperweg 496. Maar zijn naam bleef Kars. Jan was lang en had opvallend rood haar. Hij zong graag, en was lid van de jongelingsvereniging en het jongerenkoor van de hervormde kerk in Sloten, waar hij ook belijdenis deed. Jan werkte eerst aan het onderwegje van de Osdorperweg bij tuinderij van Berkel. Na zijn militaire dienst bij het paardenvolk; kwam hij in bij de Koninklijke Marechaussee terecht. Deze stationeerde hem in Oostburg, Zeeuws Vlaanderen. Voor hij eind juli 1940 hierheen vertrok ging Jan in ondertrouw met zijn katholieke verloofde, Ans Kruissen. Een brief uit de marechausseekazerne van Oostburg van mei 1945 schrijft dat Jan lang ondergronds werkte. Zijn zuster Greet zei dat Jan joodse gevangenen op weg naar Vught had helpen ontsnappen. Jaap Gerritsen (1922), ondergedoken bij een zus van Jans moeder, weet dat Jan onderduikers van Rotterdam naar Groningen moest brengen. Als politieman kon hij dat makkelijker doen dan een ander. Kars zat in het verzet maar vertelde er weinig van. Hij wordt echter bekend; als hij op 4 augustus 1944 meewerkt aan de overval op het distributiekantoor van Oostburg. Hij zorgt voor de sleutel van de kluis en zet de achterdeur van het kantoor open. Daarna duikt hij in Oostburg onder. Zijn besluit om in oktober 1944, samen met boer de Bruyne en verzetsvrouw Francien de Zeeuw, door de vuurlinie bij Waterlandkerkje te gaan betekent het einde van zijn leven. De drie wilden de geallieerden waarschuwen hun boerderij met zo’n 80 gevluchte burgers niet te bombarderen. Onderweg werd een granaat naar hen gegooid. Alleen Jan werd geraakt en kwam om het leven. Na de bevrijding van West-Zeeuws-Vlaanderen werd Jan Kars begraven in Waterlandkerkje en afgebeeld als prominent lid van partizanengroep De Vos. Francien de Zeeuw, die kort daarna de eerste vrouwelijke militair (MARVA) werd, sprak vaak over hem. Zijn lichaam werd in 1946-1947 overgebracht naar het kerkhof bij de hervormde kerk van Sloten. Op 29 juni 1970 werden zijn stoffelijke resten bijgezet op het Nationaal Ereveld Loenen. 

Oprichting
Het is niet geheel duidelijk wanneer en door wie het monument is opgericht. Omdat de stoffelijke resten van Jan Kars waarschijnlijk in de loop van 1947 zijn overgebracht van Waterlandkerkje (Zeeuws-Vlaanderen) naar de begraafplaats bij de Nederlands-Hervormde kerk van Amsterdam-Sloten, moet het monument van voor die tijd zijn. Oude bewoners van Osdorp denken dat het monument werd gesticht door het Oranjecomité.

Op 4 mei 2017 is door het 4-5 mei comité Oud-Osdorp in aanwezigheid van adoptievrienden van de Amerikaanse begraafplaats te Margraten door de Amerikaanse consul David McCawley een gedenktegel gelegd voor Dover Chalmond Fleming jr.

Locatie
Het monument aan de Osdorperweg bevindt zich op de hoek van de Osdorperweg en Lutkemeerweg te Amsterdam (gemeente Amsterdam).

Bronnen
* Traces of War. ‘Monument PF Bierman en J Kars‘ (hwww.tracesofwar.nl)
* Jon van der Maas, artikel over de noodlandingen in 1941 en 1943 aan de Osdorperweg in: Bulletin van de Studiegroep Luchtoorlog (zie www.studiegroepluchtoorlog.nl);
* Pim Ligtvoet, In de schaduw van de oorlog. 1940-1945 in de polders van Amsterdam Nieuw-West. Stichting de Driehoek; 2015. ISBN 
9789490586164;
* Pim Ligtvoet, Osdorper Jan Kars (1919-1944), partizaan in Zeeuws-Vlaanderen. In: Tijdschrift – Bulletin van de Heemkundige Kring West-Zeeuws-Vlaanderen, 11/2/42, juni 2016 (p.15-39).

Informatie en tekst ontleend aan: Amsterdam, Monument aan de Osdorperweg (www.4en5mei.nl)

Zie ook:  (www.slotenoudosdorp.nl)

De Sint-Pancratiuskerk in het dorp Sloten

De Sint-Pancratiuskerk is een rooms-katholieke kerk in het dorp Sloten nabij Amsterdam.

Sint-Pancratiuskerk te Sloten; 30 januari 2010.
Foto: Erik Swierstra.

Al in de middeleeuwen stond hier een kerk, die echter in 1573 door de Geuzen grotendeels werd verwoest tijdens het Beleg van Haarlem. De kerk van Sloten, gewijd aan Pancratius, was een dochterkerk van die van Velsen. Het dorp lag aan de ‘Heilige Weg’ van Haarlem naar pelgrimsoord Amsterdam, bekend van het ‘Mirakel’ uit 1345. Waarschijnlijk daarom had Sloten een relatief grote kerk, vanwege de vele pelgrims die hier langs kwamen. De Sloterweg was tot het begin van de 16e eeuw de belangrijkste landverbinding tussen Amsterdam en de rest van Holland, totdat de landbrug naar Haarlem in 1508 door de golven werd weggeslagen. Daarna ging het verkeer via Sloterdijk.

De Sint-Pancratiuskerk van boven gezien. Foto: Bob Oudejans.

De kerk te Sloten werd als Protestantse kerk herbouwd. Dit werd de Sloterkerk. De katholieken waren verdreven uit de kerk van Sloten en moesten enige decennia lang gebruikmaken van boerenschuren die als schuilkerk dienst deden. In 1650 werd als vervanging een kerk te Osdorp gebouwd. Deze katholieke kerk was ook weer gewijd aan de heilige Pancratius. De kerk werd vernieuwd in 1789. De toren is er in 1836 afgewaaid. Door de vervening van de omliggende polders werd de kerk als gevolg van verzakking bouwvallig en moest in 1901 worden afgebroken. Ter vervanging werd in 1901 een nieuwe Sint-Pancratiuskerk aan de oostelijke rand van het dorp Sloten gebouwd. Dit is het nog bestaande gebouw aan de Sloterweg.

Interieur Sint-Pancratiuskerk; 10 april 2022.

De parochie van Sint-Pancratius werd in 1893 opgericht. Deze parochie had behoefte aan een eigen kerk, waarbij gekozen moest worden tussen een locatie in Sloten en een plaats in Osdorp. De bouwpastoor J.A. Haverman was een groot voorstander van de huidige locatie en was ook degene die Jan Stuyt aantrok om het gebouw te ontwerpen. Stuyt was een leerling geweest bij A.C. Bleijs (Sint-Nicolaaskerk) en bij P.J.H. Cuypers. Voor Stuyt was dit zijn eerste kerk. In zijn ontwerp voor deze sobere neogotische driebeukige kerk is de invloed van Cuypers goed terug te vinden.

De kerk te Sloten is het eerste door Jan Stuyt gebouwde kerkgebouw. Het is een kleine driebeukige basilicale kerk, gebouwd in een min of meer neogotische stijl. Deze stijl is vrij sober in vergelijking met de meer “traditionele” rijke neogotische stijl die nog steeds de norm was voor katholieke kerken in die tijd. De kerk heeft een korte vierkante toren en een ondiep rechthoekig koor.

Nadat al eerder het interieur werd gerestaureerd werden in 2005 het dak en de torenspits onder handen genomen. Doordat deze restauratie niet goed is uitgevoerd, is de toren in 2013 weer opnieuw gerestaureerd.

Meer informatie over de werken van de architect Jan Stuyt kunt u vinden op de website van Archimon: www.archimon.nl

Van: www.pancratiussloten.nl

Zie ook: De Sint-Pancratiuskerk in het dorp Sloten.pdf

Zie ook: www.reliwiki.nl

Speciaal Boekenweekgeschenk met Publieksprijs Nieuw-West

Boekhandel Meck & Holt aan de Tussen Meer 46 in Osdorp heeft voor de vijfde keer een eigen boekenweekgeschenk voor Nieuw-West gemaakt.

Met daarin net als eerdere jaren ook weer historische bijdragen over het landelijke gebied. Wie tijdens de Boekenweek (9 tot en met 18 april 2022) bij Meck & Holt voor tenminste € 20 een boek aanschaft, krijgt naast het gewone Boekenweekgeschenk ook de uitgave ‘Nieuw-West Side Stories: vijfde jaargang’ cadeau.

Jaagpad 200-201, de woning bij het Kruithuis. Op de voorgrond het smalspoor voor materiaaltransport; juni 1953. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Transitie van het grondgebied van Sloten naar Nieuw-West
Het eigen Boekenweekgeschenk van Nieuw-West bevat vooral verhalen uit en over de Westelijke Tuinsteden, maar ook deze keer zijn er weer bijdragen opgenomen die vooral gaan over de historie van het ontstaan daarvan en de periode daarvoor. Zo schreef Erik Swierstra ook voor deze editie weer historisch interessante verhalen over de veranderingen die in de 20e eeuw plaatsvonden op het grondgebied van de voormalige gemeente Sloten. Zijn teksten dragen de titels de ‘Geschiedenis van Sloterplas en Sloterpark’ en ‘De Westelijke Tuinsteden van Amsterdam’.

Terug naar de jaren zestig
Jan Loogman schreef een lezenswaardig verhaal over het landelijke gebied halverwege de 20e eeuw: “Toen de stad nog ver weg was. Die grensde aan de Postjeskade. Wie wist er van de plannen om ook de rest van de polders onder het zand te werken en flats neer te zetten? Niemand hoorde je over de tuinsteden; tenminste niet hier in de polders.”

Het Jaagpad bij de Nieuwe Meer
Bijzonder is ook de bijdrage van Marian Merkestein, waarin zij haar prilste levensherinneringen aan de Nieuwe Meer deelt. Dat resulteert in een mooi sfeerbeeld van toen zij in de eerste helft van de jaren vijftig in ‘Het Kruithuis’ aan het Jaagpad 200 woonde. Ver van de bewoonde wereld. Omringd door ongerepte natuur en water.

Het Kruithuis maakte deel uit van de Stelling van Amsterdam. Het ontleende zijn naam aan de militaire magazijnen achter het huis waar munitie lag opgeslagen. “Vandaar dat wij achter een imposant hekwerk woonden. De aanvoer ging over water. Afgemeerd aan de grote steiger voor ons huis, werd de munitie uitgeladen en op lorries gezet, die op de rails naar de opslagplaatsen rolden.” De andere helft van van de twee-onder-een-kapwoning, met nummer 201, werd bewoond door veldwachter Tiemen Dijkema, die werkte vanuit het Politiebureautje in de Slotense dorpskern.

Zie ook: Herinneringen aan Jaagpad nr. 200 bij de Nieuwe Meer

Publieksprijs
Boekhandel Meck & Holt verbindt een leuke Publieksprijs aan hun vijfde in eigen beheer uitgegeven boek. Als lezer kunt u aangeven wat u de beste drie verhalen uit deel vijf van de ‘Nieuw-West Side Stories’ vindt. De auteur van de bijdrage met de meeste stemmen wint de ‘Publieksprijs Nieuw-West 2022’, een bedrag van € 1.000. Wie zijn stem uitbrengt, maakt kans op een van de vier tegoedbonnen voor € 200, € 100, € 50 en € 25, bij Meck & Holt te besteden. Voor meer informatie over deze wedstrijd klik hier.

Tamar Frankfurther; 4 april 2022.

Weilandje Vrije Geer opgenomen in boek over Amsterdamse geschiedenis

De geroemde schoonheid van de hoofdstad zult u niet vinden in het recent verschenen fraaie boek ‘Over Amsterdam’.

Wèl treft u in deze nieuwe uitgave onbekende verhalen met een duister Amsterdams randje of verhalen waarin het verzet tegen de macht aan bod komt. Daarbij is er ook een link naar het dorp Sloten. Vandaar dat er ook een hoofdstuk is gewijd aan het behoud van het Weilandje Vrije Geer.

In het boek wordt ook een hoofdstuk gewijd aan het in 1995 gehouden succesvolle Slotense referendum. Het referendum zou pas geldig zijn als 34% van de Amsterdammers kwam stemmen. Dankzij een effectieve publiciteitscampagne is dat gelukt. Striptekenaar Dik Bruynesteyn maakte belangeloos het ijzersterke logo. Dankzij een slimme verspreiding verscheen het affiche in heel Amsterdam achter de ramen. Meer weten? Kijk dan naar de film.

Striptekenaar Dik Bruynesteyn maakte belangeloos het ijzersterke logo. Dankzij een slimme verspreiding verscheen het affiche in heel Amsterdam achter de ramen.

Amsterdams horrorboek
Het boek had ook ‘Horrorstad Amsterdam’ kunnen heten, maar het verscheen onder de wel zeer neutrale titel ‘Over Amsterdam. 741 jaar stadsgeschiedenis in 38 artikelen’. Auteur Frank van Vuuren (1970) woont in Nieuw Sloten. Hij is sinds 2006 werkzaam bij de gemeente Amsterdam. Hij schrijft sinds 2014 artikelen voor de Gemeentekrant en de site Amsterdam.nl. Uit die lijst van inmiddels 150 artikelen koos hij een selectie voor in dit boek. Vervolgens verrijkte hij zijn teksten met vaak nog onbekend en prachtig illustratiemateriaal.

Leven, liefde en dood
In zijn verantwoording geeft Van Vuuren aan dat veel van het Amsterdamse verleden “onderbelicht is” en dat de geschiedenis van de stad “nog veel interessants bevat waar weinig of niks over gepubliceerd is”. De auteur: “Met mijn eigen persoonlijke fascinatie voor leven, liefde en dood werd ik op mijn wenken bediend.” Het woord ‘horror’ behoort tot zijn vaste vocabulaire, getuige zijn verwijzing naar het ‘horrorhotel’ dat nu het ‘Tolhuis’ heet en ooit uitkeek op het schrikwekkende galgenveld ‘Volewijck’ in Noord.

De duistere zijde van de stad
Over Amsterdam is enorm veel geschreven, maar zelden of nooit eerder met zoveel aandacht voor de duistere zijde van de stad. Het wemelt van observaties van bijvoorbeeld de ‘wederdopers’ die op 14 mei 1535 op de Dam werden geëxecuteerd door “het hart levendig uit het lichaam te snijden en in het aangezicht te werpen”. Voor de wederdopers, die geloofden in een tweede doop voor volwassenen, was Amsterdam het Nieuwe Jeruzalem. Ze liepen naakt door de straten om het einde der tijden af te wachten. De stad is “godsdienstwaanzinnig”.

De banpaal van Sloten. Foto: Erik Swierstra; 16 april 2021.

Verbannen uit Amsterdam
Als straf kon een doorsnee crimineel uit Amsterdam verbannen worden en mocht de gestrafte niet binnen de omgeving van de banpalen rondom Amsterdam komen. Een van zes banpalen die er toen stonden, staat nog altijd in de monumentale dorpskern van Sloten. Zie ook: De banpaal van Sloten.

Voor wie – naast de Slotense historie – ook meer wil weten over de maar liefst vier Amsterdamse galgenvelden, de openbare dronkenschappen, de dolhuizen voor vrouwen, de stank van de stad, de naaktloperij van de wederdopers, de helse plek het IJ, het vrouwenprobleem en over andere kanten van de rauwe stad, is dit boek een aanrader. Van Vuuren dient dit alles met smaak op.

Hester Vlamings; 26 februari 2022.

Frank van Vuuren: Over Amsterdam. 741 jaar stadsgeschiedenis in 38 artikelen. Uitgave Gemeente Amsterdam, 271 blz., prijs € 20,00.

Voor de recensie van Kester Freriks in het het NRC van zaterdag 26 februari 2022 klikt u hier.

Artikelen over de geschiedenis van het gebied ten zuiden van de Sloterweg

Over de geschiedenis van het gebied ten zuiden van de Sloterweg: de Riekerpolder, het Jaagpad en de Nieuwe Meer, zijn in de loop der jaren diverse artikelen verschenen op www.slotenoudosdorp.nl en in het blad ‘Oever’ van de ‘Vereniging Oeverlanden Blijven‘. Een aantal van deze artikelen is als pdf-documenten opgeslagen. Deze zijn hieronder te lezen:

* De Bronwaterleiding in de Riekerpolder

* De geschiedenis van de Oeverlanden

* Drinkwater in oorlogstijd

* Een naam ouder dan de doden – Begraafplaats Huis te Vraag

* Herinneringen aan het witte huisje aan Jaagpad nr. 220

* Herinneringen aan Jaagpad nr. 200 bij de Nieuwe Meer

* Het Jaagpad langs de Schinkel en Nieuwe Meer

* Het Jaagpad, Café Opoe

* Huis te Vraag – Dat het nog bestaat

* Huis te Vraag – Dodenakkers

* Sloten en de verbinding van Amsterdam naar Den Haag

* Van militaire watervoorziening tot broedplaats

* Vliegtuig halen, twee maal tol betalen

 

Uit het blad ‘Oever’ van de ‘Vereniging Oeverlanden Blijven‘:

* Aan het Karnemelksche Gat

* De aanleg van het Jaagpad

* De geologische geschiedenis van de Oeverlanden

* De geschiedenis van de Oeverlanden

* De Nieuwe Meer

* De Oeverlanden in de krant

* Donderdag 25 augustus 2005

* Dr. W. Sieger (1886-1958)

* Een geheugenopfrisser

* Een kwart eeuw op de bres voor natuurbehoud

* Een vliegongeluk in de Riekerpolder

* Groot rondje Nieuwe Meer

* Herinneringen aan het Jaagpad en Riekerpolder

* Herinneringen van een vliegtuigspotter

* Het Nieuwe Meer – Jac P Thijsse 1923 DGA

* Het Spijtellaantje is een blijvertje

* In de voetsporen van Jac.P. Thijsse

* Jac.P. Thijsse (1865-1945)

* Jan Strijbos (1891-1983)

* Jan Swammerdam (1637-1680)

* Levende natuur aan het Karnemelksche Gat

* Luchtfoto 24 mei 1935

* Luchtfoto van de Royal Air Force 1944

* Mijn herinneringen aan het Jaagpad

* Parkenquaestie – januari 1908

* Pontjes Nieuwe Meer

Zie ook: www.oeverlanden.nl/historie/