Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026 werden er op het dorp Sloten 647 stembiljetten ingevuld door Slotenaren en anderen die het leuk vonden om hier te komen stemmen.
Als Amsterdammers in de rest van de stad net zo zouden hebben gestemd, zou de nieuwe gemeenteraad van de stad heel anders zijn samengesteld. Zonder de vermelding van het stembureau ‘Tuin van Sloten’ op 18 maart in Het Parool zou het verschil vermoedelijk nog groter zijn geweest. In de krant stond “dat je in de Tuin van Sloten lekker rustig je stem kunt uitbrengen terwijl de kinderen zich uitleven in de speeltuin midden in het oude dorp Sloten”.

Er zijn 642 geldige stemmen uitgebracht in het sfeervol ingerichte verenigingsgebouw van de Speeltuin Sloten waarin ook de horecagelegenheid ‘Tuin van Sloten’ is gevestigd.
D66 wint op Sloten en daarna volgen de VVD en GL
Op Sloten wordt traditiegetrouw rechtser gestemd dan elders. Met bijna 18 procent van de stemmen won D66 deze verkiezingen op Sloten. De VVD nam met bijna 15 procent (97 stemmen) de tweede plek in. Daarna volgen GroenLinks met 13,5 procent (87) en JA21 met 13 procent (84). De PvdA sluit op Sloten de top 5 af met 75 uitgebrachte stemmen (11,5 procent).
De overige partijen scoorden beduidend lager. Op een gedeelde zesde plaats staan de PvdD, het CDA en FvD, die met ieder 32 stemmen 5 procent van de stemmen binnenharkten. In totaal hebben 23 van de deelnemende 35 partijen ten minste twee stemmen verworven in het Slotense speeltuingebouw.
Tamar Frankfurther; 24 maart 2026.
Lees verder en bekijk de volledige uitslag van Sloten…
Aan de hand van 21 familieverhalen geeft de auteur – die tot zijn elfde zelf in Oud Osdorp woonde – een kleurrijke beschrijving van het dagelijkse leven rond de Osdorperweg van toen.
Het resultaat: een boek vol foto’s en levendige verhalen, die samen uitbeelden hoe het was om halverwege de vorige eeuw in de veelal kleine en tochtige huizen aan de Osdorperweg te wonen. Het boek plaatst Oud Osdorp en de Osdorperweg daarnaast in historisch perspectief en geeft een overzicht van de nog aanwezige bijzondere (monumentale) panden en plekken erlangs.
De 21 verhalen volgen de Osdorperweg, die op Sloten begint met het huis en de verhalen van Ruud van Boom, die nog altijd woont op het adres Osdorperweg 1. Tot en met het waargebeurde verhaal dat zich afspeelde op Osdorperweg 967, bij de familie Van Geilswijk.
De eeuwenoude Osdorperweg loopt allang niet meer ononderbroken door van Sloten naar Halfweg. De plattegrondjes met locatie-aanduidingen geven de lezer houvast over waar een verhaal zich precies afspeelde. Mede hierdoor voelt ‘De Osdorperweg van toen’ niet als geschiedenisboek, maar als verhalenboek dat aanhaakt bij het heden. Over de oorlogsjaren, het tuinders- en boerenleven en de geleidelijke veranderingen in het landelijke Osdorp.
Openhartige vertellingen
Schelling laat ook zijn eigen moeder – Suze Schelling-Kenter, echtgenote van Cor – aan het woord. Het gezin woonde van 1954 tot 1966 in een noodwoning aan de Osdorperweg 872 A waar Kees en zijn beide jongere broers en zusje werden geboren. Kees’ moeder overleed op 6 maart 2026 en heeft het boek dus net niet meer kunnen doorbladeren, maar haar verhalen zullen voor altijd behouden blijven. Haar bespiegelingen over haar positie als vrouw met een hang naar zelfstandigheid in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zijn bijzonder.
De ijsbloemen stonden in de winter op de ruiten van de woning van de familie Schelling, die één kachel had. Suze Schellings herinnering aan de snikhete zomer van 1959 markeert de uitersten goed: “Toen ik tijdens een hittegolf van mijn jongste zoon moest bevallen, stond buurman Wim Wiebes met een tuinslang water te spuiten op het dak om de boel een beetje af te koelen. Het was behelpen maar je wist niet beter. Maar bovenal voelde ik me er gelukkig.”
Uniek inkijkje van binnenuit in leven op woonwagenkamp
Op zijn minst bijzonder zijn de twintig pagina’s waarin Leo Meijer over het dagelijkse leven op het woonwagenkamp De Rolleman op Osdorperweg 705 vertelt. Over hoe gezinnen met zeven kinderen in kleine woonwagens op 14 vierkante meter woonden. Het is in dit licht niet vreemd dat het leven zich hier vooral buiten afspeelde. Met z’n allen tegelijk eten was er niet bij en “het was een legpuzzel om iedereen een slaapplek te kunnen geven”. Meijer vertelt ook over de oorlogstijd, de rol van de politie, de zeer karige voorzieningen die de gemeente beschikbaar stelde, het werkbezoek van burgemeester Samkalden aan het kamp, het schooltje, de kermis, de kerk en de saamhorigheid binnen deze kleine samenleving.
Talloze anekdotes
Het boek laat zien hoe de eigen besognes van families en nabuurschap in Oud Osdorp hand in hand gingen. Het staat bomvol kleine en grote herinneringen en anekdotes, die niet onder één noemer gebracht kunnen worden. Van het lieve opofferingsgezinde verhaal van Jo Wiebes-Velle tot het stoere verhaal hoe Henk Worm zijn koeien meestal zelf uit de sloot wist te krijgen. Maar ook hoe hij “na een stoot van een stier vijf meter door de lucht vloog”. Of over dokter Faber uit Sloten, die bleef overnachten – of was het zijn roes uitslapen? – tot een baby veilig was geboren. En niet te vergeten het verhaal van de op 22 februari 2026 overleden Nico Dekker. Hij vertelt dat bijna niemand in de winkel aan de Osdorperweg 539 brood kocht, dat alles in de broodwijk werd bezorgd en dat de bakkers tot op de cent nauwkeurig broodprijsafspraken maakten.
Voor 24,95 euro te koop bij…
Kortom: iedere omschrijving van dit bijna 300 pagina’s tellende boek schiet tekort. Er zit niets anders op. U zult het moeten aanschaffen. Ideaal voor op het nachtkastje. Dan kunt u voor het slapen gaan telkens een verhaal lezen. Het boek ‘De Osdorperweg toen’ is te koop bij Boekhandel Jaspers, Sloterweg 95 in Badhoevedorp en bij het Politiebureautje Sloten (Dorpsplein 1, Sloten). Het kost 24,95 euro. Het is ook te bestellen via de website van Kees Schelling. U betaalt dan wel verzendkosten.
Tamar Frankfurther; 23 maart 2026.

Impressie van de toegankelijke layout van het boek. Met rechtsboven een voorbeeld van een plattegrondje dat aangeeft waar het verhaal zich afspeelt. Hier wordt ook gedeeld wie een verhaal vertelt en wat zijn band met deze locatie is. Op een van de volgende pagina’s staat een foto uit 1954 met de opa en opoe van Leo Meijer voor hun scharensliepkar. Leo: “Opa Spies was scharensliep. Als er niets te slijpen viel, ging hij met galanterieën langs de deuren. Ook opoe ging uit venten.”
Aangezien dit woord wat in ongebruik is geraakt: de Van Dale omschrijft galanterieën als “sierlijke snuisterijen met een geringe kunstwaarde”.
Zie ook: op www.theodurenkamp.nl:
Op de weblog van Edward Neering verscheen op 23 maart 2026 onderstaand bericht:
Op 30 maart 2026 verscheen in de Westerpost (Nieuw-West) een aankondiging van het boek:
* Kees Schelling haalt herinneringen aan de Osdorperweg terug
Op 31 maart 2026 verscheen in het Haarlems Dagblad een artikel met een interview met Kees Schelling:
* Het harde bestaan langs een rafelige Osdorperweg opgetekend in een boek: ’Wie terug wil naar het verleden is niet goed bij zijn hoofd’
* Boek over het harde bestaan langs een rafelige Osdorperweg – ’Wie terug wil naar het verleden is niet goed bij zijn hoofd’
Dat blijkt uit onderzoek van een werkgroep die de 750-jarige geschiedenis van Amsterdam onder de loep heeft genomen.
Slotenaar en lokaal historicus Bert Stilma onderhield namens de Sloterkerk contact met deze werkgroep en is uiteraard verguld met deze informatie. Het huidige gebouw van de Sloterkerk aan de Osdorperweg op Sloten is ‘slechts’ 165 jaar oud. De gemeente Amsterdam is eigenaar van de toren en de Protestantse Kerk is eigenaar van het kerkgebouw. De historie van de kerk op deze centrale plek op Sloten gaat echter veel verder terug in de tijd omdat eerdere kerkgebouwen op deze locatie verloren zijn gegaan.

Hoog in de kerktoren meldt de eeuwenoude klok onvermoeibaar ieder half uur hoe laat het is. In de rand van de klok staan alle gegevens gegraveerd.
Op één na oudste kerkklok van Amsterdam
De werkgroep wilde een ‘andere kaart’ van Amsterdam ontwikkelen met daarop vermeldingen van religieus cultureel erfgoed. Als onderdeel van het huidige Amsterdam heeft de werkgroep zich uiteraard ook in de Sloterkerk verdiept. “Wat eerder nooit bekend was, is dat op de klok van de Sloterkerk drie vermeldingen zijn aangebracht”, vertelt een enthousiaste Stilma: “de naam van de klok ‘JERON’, de naam van klokkengieterij Gebr. Moer en het jaartal 1516”. Deze informatie wordt bevestigd door de vermelding “1516 Sloterkerk” op de inventarisatielijst van deze klokkengieterij uit ‘s-Hertogenbosch. Stilma: “De naam verwijst waarschijnlijk naar kerkvader Hieronymus, die in de vierde eeuw na Chr. de Bijbel uit het Hebreeuws en het Grieks in het Latijn heeft vertaald. De klok van de Zuiderkerk is uit 1511 en dus nét wat ouder, maar onze JERON blijkt de op één na oudste klok van Amsterdam te zijn.”

Het dorp Sloten vanuit de toren van de Sloterkerk gezien in zuidelijke richting met op de voorgrond het Dorpsplein. Links op de voorgrond een van beide pinakels, die kenmerkend zijn voor het aangezicht van dit monumentale kerkgebouw. Een pinakel dient niet alleen ter versiering van het pand. Het ‘uitsteeksel’ is met name bouwtechnisch van belang. Beide pinakels zorgen voor verzwaring en dus voor extra druk op de steunberen. Hierdoor wordt het gewicht van het zware dak beter verdeeld en is de constructie sterker.

Zicht in westelijke richting: de Nieuwe Akerweg en de Akerpolderstraat met prominente in het midden het Wees- en Armenhuis.

En tot slot: zicht in noordelijke richting met de andere pinakel. Daarachter het monumentale complex arbeiderswoningen met de tuintjes, die niet direct aan de woningen grenzen. Medewerkers van de afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente hebben herhaaldelijk benadrukt hoe bijzonder dit hofje is. Mogelijk bestaat er in heel Nederland geen – of slechts een enkel ander – vergelijkbaar hofje.
Tekst en foto’s: Tamar Frankfurther; 27 januari 2026.
Wat nu de ‘landtong’ heet, was ooit een stukje van de Riekerpolder aan de monding van de Nieuwe Meer, bij de overgang naar het ‘Groot Haarlemmermeer’. De Riekerpolder is aangelegd in 1636 door bedijking van het boezemland en gefinancierd door onder andere het Burgerweeshuis en rijke Amsterdamse regenten. Ook werd er toen een poldermolen geplaatst. De Riekermolen, afgebroken in 1956 en in 1961 herbouwd aan de Amstel, nabij de Kalfjeslaan.

De zes stammen van de lindeboom bij de Magazijngebouwen. Vooral de diagonale structuur oogt heel speciaal; 4 december 2025. Foto: Erik Swierstra.
Een steeds terugkerend probleem voor het polderbestuur was hier de voortdurende dreiging vanuit het Groot Haarlemmermeer op de oevers in het noord-oosten van het Haarlemmermeer, waar dreiging van de ‘Waterwolf’ zich doet gevoelen en de zachte veengrond makkelijk kon worden weggeslagen bij de overheersende zuidwesten-wind. In de loop der tijd verdween veel land in de golven inclusief de dorpen Rijk en Nieuwerkerk (omstreeks 1600). Een afdeling in de Haarlemmermeerpolder heet Rijk en een boerderij aan de Hoofdvaart draagt de naam Nieuwerkerk, waarmee de herinnering aan deze vroegere dorpen levend wordt gehouden.
Na de Franse tijd, wanneer nieuwe technische mogelijkheden (stoommachines) beschikbaar komen, wordt besloten tot drooglegging van het ‘Groot Haarlemmermeer’, 18.500 hectare groot met vruchtbare zeeklei. Dit was al een oud idee van Jan Adriaanszoon Leeghwater uit 1641. In zijn ‘Haarlemmermeer-boek’ stelt hij voor om met zo’n 140 windmolens het water weg te pompen. De omvang van de te maken polder was wat geringer dan 200 jaar later is gerealiseerd. Gezien de stand van de techniek achtte men zijn plan onrealistisch. Ook was er niet voldoende geld beschikbaar.
Directe aanleiding tot de aanleg van de Haarlemmermeerpolder waren grote overstromingen in november en december 1836 toen Amsterdam en vervolgens Leiden werden bedreigd door de ‘Waterwolf’. In 1837 besloot Koning Willem I tot droogmaking. In 1839 wordt begonnen met het graven van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder, bijna 60 km lang. Ter hoogte van de Nieuwe Meer wordt de Ringvaart door de westhoek van de Riekerpolder gelegd. Vanaf 1849 pompten drie stoomgemalen het water weg. In 1852 viel de Haarlemmermeerpolder droog.
Het fort aan de mond van de Nieuwe Meer
De defensieve batterij die op de Rijkerhoek lag, aan de oever van het Groot Haarlemmermeer, ongeveer waar nu de Koekoekslaan / Meidoornlaan de Oude Haagseweg kruist, werd vervangen door het Fort aan de Nieuwe Meer, met een Lunet aan de overzijde van de Ringvaart. Deze is nog steeds zichtbaar in het landschap maar veel van het reliëf is verdwenen in de loop der tijd, door inklinking en gebruik als baggerdepot. Ook van het fort is de omwalling niet meer zichtbaar, wellicht zijn de wallen afgegraven om de grond op te hogen waar de magazijnen begin 20ste eeuw zijn gebouwd.

Verdedigingswerken aan den mond van het Nieuwe Meer. Ontwerp voor het Fort aan de Nieuwe Meer, met in het midden de Ringvaart. Het zuidwesten is boven; 1845.
Met de drooglegging van het Groot Haarlemmermeer veranderde er veel in de militaire situatie van de hoofdstad. Toen diverse forten of ‘Posten van Krayenhoff’ hun functie verloren werden nieuwe forten gebouwd, onder andere het Fort aan het Schiphol, enkele kilometers naar het zuiden. Door de ligging in de as van de Ringvaart kon de vaarweg effectief beheerst worden. De Riekerpolder kreeg een stevige oever aan de westzijde maar moest een flink stuk grondgebied afstaan dat aan de andere kant van de Ringvaart kwam te liggen. Dit is nog steeds goed te zien in het landschap, het Koekoekslaantje markeert de oude westoever. Hier werd het Lunet aangelegd.

Minuutplan uit omstreeks 1845 van de Sloter Bovenwegs Polder (Riekerpolder) met linksonder de pas gegraven Ringvaart van de nog niet drooggemaakte Haarlemmermeer. Het fort aan het Nieuwe Meer is doorsneden. Links daarvan een deel van de Riekerpolder dat in de Haarlemmermeerpolder is komen te liggen.
Op de plek van het vroegere ‘Fort aan de Nieuwe Meer’ verrees vanaf 1918 een magazijn, later werd dit het ‘Magazijn voor Bijzondere Opkomst en Marechaussee Kazerne Nieuwe Meer’. Sinds circa 1990 zit hier ‘Stichting Nieuw en Meer’.

Magazijnen gebouwd vanaf 1918 op de plek van het vroegere Fort aan de Nieuwe Meer; 4 december 2025. Foto: Erik Swierstra.
De Lindeboom
Door de huidige bewoners van de Magazijngebouwen op de plaats van het eertijdse fort werden we opmerkzaam gemaakt op een fraaie, vijf-stammige, lindeboom tussen bosschages aan de zuidzijde van hun terrein. Op woensdag 12 november 2025 namen we poolshoogte en zien inderdaad, bijna op de erfgrens, de fraaie boom staan. De boom heeft op het maaiveld een stamomvang van 4,1 meter en op geringe hoogte is de stam uitgegroeid in 6 stammen. Daar moet in een grijs verleden iets gebeurd zijn, snoeien of beschadiging door grote grazers. Op ettelijke meters afstand van de stam zijn er takken tot op de grond doorgebogen en hebben wortels gevormd en zijn uitgegroeid tot nieuwe bomen met reeds behoorlijke omvang. Afleggers heet dat in jargon, zoiets hebben we nooit gezien bij lindes, deze boom moet jarenlang met rust gelaten zijn.
De vraag rijst waar deze linde vandaan komt, want het is beslist geen algemeen voorkomende soort in het Hollandse veen, waaruit de bodem hier bestaat. In de Oeverlanden staan maar een tiental lindebomen die waarschijnlijk allemaal door toedoen van de mens hier terecht zijn gekomen. De gedachte is dan ook dat deze boom hier ooit is geplant. Soms werden linden gebruikt als markeringsboom om bestuurlijke grenzen aan te duiden. Een mooi voorbeeld hiervan is de ‘Napoleonslinde’ op het plateau van Margraten nabij het dorp ’t Rooth. Maar veel vaker gebruikt als beplanting van een erf om schaduw en koelte te verkrijgen in het huis of boerderij.

Kaart van de Militaire Magazijnen langs de Ringvaart bij de Nieuwe Meer. Aan de bovenkant de nog niet vergraven Riekerpolder, aan de onderkant de contouren van het vroegere Fort aan de Nieuwe Meer. De oude oeverlijn is goed zichtbaar en loopt in vloeiende lijn naar het Koekoekslaantje (aan de onderkant); circa 1940. Uitsnede van een kaart van Publieke Werken Amsterdam.
In de Franse tijd, rond 1809 onder Louis Bonaparte, koning Lodewijk Napoleon, werd het Jaagpad aangelegd op de kade van de Riekerpolder langs de Nieuwe Meer. Dit in samenhang met een nieuwe schutsluis in de Kostverlorenvaart / Schinkel ter vervanging van de overtoom. Een belangrijke verbetering voor de scheepvaart. Het zou dus kunnen dat aan het einde van het Jaagpad er een markeringsboom is geplant. Het is echter moeilijk voorstelbaar hoe toentertijd de situatie precies was. Door de aanleg van de Ringvaart is er aan de Riekerpolder ook een stuk grond aangeplempt in de Nieuwe Meer. Dit stuk grond ligt ten zuiden van het terrein van de stichting ‘Nieuw en Meer’ en werd gebruikt door jachthaven de Boekanier. Er zitten nog steeds enkele bedrijven in de watersport en er is een bunkerstation voor scheepsbrandstoffen.

Luchtfoto van de Ringvaart met erboven de Militaire Magazijnen. Bovenaan de uitgegraven Riekerplas met de nog niet afgebroken Riekermolen. Rechts de oude oever van de Nieuwe Meer met Café Opoe, helemaal rechts. De oude oeverlijn laat zich goed zien en loopt in vloeiende lijn naar het Koekoekslaantje (aan de onderkant); mei 1956.
In de jaren vijftig werd de Riekerpolder 60 hectare kleiner door zandwinning ten behoeve van de ophoging voor de bouw van de tuinsteden in Amsterdam Nieuw-West. De luchtfoto uit 1956 laat zien dat een zandzuiger de Riekerpolder verzwelgt. Het Jaagpad met Café Opoe ligt er nog als een smal dijkje, maar de Riekermolen is vandaar uit al niet meer te bereiken. De molen werd al gedemonteerd en verhuist in later naar de Amstel, waar die samen met een beeld van Rembrandt een toeristentrekker vormt. Alle bebouwing aan het Jaagpad werd gesloopt, het munitiedepot op nrs. 200-201 en Café Meerzicht (Opoe) op nr. 234 en enkele kleinere schuren.

Uitsnede van een Kadasterkaart van de omgeving van ‘Nieuw en Meer’; 2025. In het groene gebied in het midden de vroegere Militaire Magazijnen. Boven is de Nieuwe Meer. Rechts aan het einde het terrein van de jachthaven. Onder de Ringvaart zijn de contouren zichtbaar van het vroegere Fort aan de Nieuwe Meer.
De Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam
Als het nabije verleden onbekend is biedt de Beeldbank soms uitkomst, al werden er vroeger natuurlijk niet zoveel foto’s gemaakt als tegenwoordig. Niet alles dat je nu wil zien vond men toen interessant om te fotograferen, want moeilijk en kostbaar. Klein voordeel in deze omgeving is: we zijn de buren van de luchthaven die is voortgekomen uit het militaire vliegveld dat in 1916 is aangelegd aan de voet van het Fort aan het Schiphol. Vanaf het begin is er gefotografeerd vanuit het vliegtuig, en dus ook ons hoekje.

Zicht vanaf de Ringvaartdijk naar het oosten. Het fortwachtershuis met daarachter een munitiemagazijn met omwalling. Links een loods die nog steeds aanwezig is, in het midden in de verte de Riekermolen. Foto: J. van Eck; 1922.

Fort het Schiphol aan de Ringvaart in 1925 (gesloopt in 1936), met op de achtergrond het gelijknamige vliegveld.

Waar het Jaagpad eindigt bij de Ringvaart. Midden rechts het huis van de fortwachter, waarachter de lindeboom zal hebben gestaan. Links van de zeilboot is nog net het pontje over de Ringvaart van Piet Eilander zichtbaar. Foto: J.van Eck;

Vlak aan de Ringvaart, midden onder, staat het huis van de fortwachter. Links daarvan een magazijn van explosieven binnen een aarden omwalling. De aanplemping rechts is goed zichtbaar. Midden boven Café Opoe. Rechtsonder de veerpont van Piet Eilander over de Ringvaart tussen het Jaagpad en de Ringvaartdijk: 1931 (detail van een luchtfoto).
Bezoek aan de linde op 12 november 2025
Ter plaatse zijn enige hoogteverschillen te zien: dit duidt wellicht op de oude oever van de Nieuwe Meer die dicht onder het fortterrein langs liep naar het Koekoekslaantje aan de overzijde van de Ringvaart. Het fort beheerste de ingang van de Nieuwe Meer. Op het terrein van de jachthaven is echter vrijwel alle reliëf verdwenen.
Bezoek aan de linde op 4 december 2025
Op 4 december bezoeken we nogmaals de bundellinde en meten de stamomvang op 1,30 meter hoogte, waar die iets meer dan 3 meter is. Tevens meten we de afstand tot de oever van de Ringvaart die ongeveer 24 meter bedraagt. Op de Nieuwe Oude Haagsebrug over de Ringvaart meten we de breedte van de Ringvaart om een goede maateenheid te krijgen bij de luchtfoto’s. De Ringvaart blijkt hier 40 meter breed te zijn.
Alles in acht genomen moet de boom vlak achter het fortwachtershuis hebben gestaan. Dat huis is wellicht in de oorlog beschadigd geraakt en gesloopt. Wanneer het huis is gebouwd is lastig te bepalen, maar gezien de bouwstijl lijkt het aannemelijk dat het begin 20ste eeuw zal zijn geweest.
Komende tijd zal nog door meer mensen naar de boom gekeken worden en kan meer gezegd worden over leeftijd. Op de leeftijd van een lindeboom die wel 500 jaar oud kan worden, in gunstige omstandigheden, is deze boom waarschijnlijk nog wel een jonkie.

De lindeboom nog in blad. Vooral de diagonale structuur oogt heel speciaal; september 2025. Foto: Wouter van der Wulp.
Een aardige vondst in de beeldbank van het Stadsarchief is de bevinding dat de meeste foto’s in deze buitengebieden van Amsterdam gemaakt zijn door Jacobus van Eck, makelaar in thee. Liefst 1.822 foto’s van hem zijn in het beeldarchief opgenomen. De foto’s hebben vaak een zeer hoge kwaliteit, mede door assistentie van A.M. van de Waal, en beslaan eigenlijk alle windstreken van stad en land van Amsterdam.
Ook het Jaagpad en de Nieuwe Meer hadden zijn belangstelling, een aantal foto’s moet vanaf een boot gemaakt zijn, zoals de foto uit 1936. Met wisselende productiviteit fotografeert hij van 1917 tot april 1940, de bezetting maakt er een einde aan. Zijn fascinatie voor de metamorfose die Amsterdam en ommeland doormaakt gedurende zijn leven en zijn wens de herinnering aan hoe het was voor het nageslacht vast te leggen, vat hij samen in het boek ‘De Amsterdamsche Schans en de Buitensingel’ dat postuum verschijnt in 1948 bij het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Hij was er jarenlang penningmeester.
Nico Jansen; december 2025.
Zie ook:
* Wat er nog rest van de Riekerpolder
* Sloten en de Stelling van Amsterdam
* Fort aan de Nieuwe Meer op Wikipedia
Het staat verkeerd in álle schoolboeken. De eerste trein in Nederland reed níet tussen Amsterdam en Haarlem.
Ja, het toenmalige spoorwegstation lag op het huidige grondgebied van Amsterdam. Maar de eerste trein vertrok op 20 september 1839 vanuit de gemeente Sloten. Dat was toch echt 82 jaar vóór de annexatie van Sloten door Amsterdam.

In aflevering 2 van de serie ‘Welkom in Amsterdam’ nagespeeld hoe het vertrek van de allereerste trein vanaf het Slotense station d’Eenhonderd Roe op 20 september 1839 er – met een beetje fantasie – uit had kúnnen zien. Afbeelding: NTR 2025.
Historie met kwinkslag toegankelijk getoond
De redactie van de NTR-serie ‘Welkom in Amsterdam’ heeft de feiten wél goed op een rijtje gezet. Hierin wordt de 750-jarige geschiedenis van de hoofdstad in vogelvlucht verteld: van de eerste nederzetting aan het IJ tot aan de rolkoffers van vandaag. De serie is gemaakt voor kinderen, maar zeker ook voor volwassenen het bekijken waard. Aflevering twee gaat over de 18de en 19de eeuw. Hierin wordt het vertrek van de eerste trein uit Sloten met een komische noot en tegelijkertijd zo mogelijk historisch verantwoord nagespeeld.
Station vernoemd naar Herberg d’Eenhonderd Roe
De uitspanning d’Eenhonderd Roe lag aan de zuidkant van de Haarlemmertrekvaart. Nét buiten Amsterdams grondgebied. De uitspanning was op een afstand van honderd roeden – bijna 400 meter – ten westen van de Haarlemmerpoort. Het station was met een houten vlotbrug over de Haarlemmervaart verbonden met de herberg. De trein werd getrokken door twee locomotieven: de ‘Arend’ en de ‘Snelheid’. Aanvankelijk bestond de dienstregeling uit vier ritten per dag die vanuit Sloten vertrokken om 8, 10, 15 en 17 uur. De trein reed via Halfweg naar Haarlem en begon daar om 9, 14, 16 en 18 uur aan de terugrit. Pas drie jaar later, in 1842, vertrok de eerste trein vanaf het nieuwe Amsterdamse station Willemspoort.
“Snelheid van 38 km/uur is levensgevaarlijk”
De trein had een maximum-snelheid van 38 km/uur. Dat werd in die tijd nog als een “enorme vaart” beschouwd. In de serie spreekt de Amsterdamse arts, ondernemer en weldoener Samuel Sarphati zijn afgrijzen hierover uit: “Ahgrrrr… dood eng! De trein rijdt sneller dan 20 km/uur. Sneller dan op een fiets. Dat is veel te snel. Levensgevaarlijk! De koeien langs het sporen raken helemaal van slag. Die geven straks zure melk en de kippen leggen geen eieren meer…
Bovendien, de doctoren zeggen dat je als passagier in de trein kans loopt op verstikkingsgevaar. Want hoe kun je nog ademhalen als je zo snel gaat?” Deze uitspraken klinken vergezocht, maar ze gaan telkens vergezeld van bordjes in beeld met de tekst “Echt waar!”. Aangezien de auteurs zo zorgvuldig waren om te benoemen dat Sloten de vertrekplaats van de trein was, ligt het voor de hand dat ook deze feiten zullen kloppen…
Tamar Frankfurther; 30 november 2025.
Na een pauze van zes jaar worden er weer films gemaakt waarin (voormalige) bewoners van het landelijke gebied hun herinneringen over vroeger delen.
Filmer Simon ten Kate uit Badhoevedorp en interviewer Ellen van Kessel uit Nieuw Sloten zijn het nieuwe team dat de komende tijd nieuwe persoonlijke verhalen zal vastleggen.

Voor de oorlog was de doorgang op de Sloterweg ter hoogte van de huisnummers 1263 en 1238 nog erg smal. De foto is gemaakt vanaf de Sloterweg ter hoogte van het huidige Dorpsplein met zicht op de kruising met de Osdorperweg. Aan deze weg is het pand Osdorperweg 1 te zien met daarop de tekst ‘Koffiehuis’. Dit huis en het pand links ervan met de scheve muur met drie vensters (Sloterweg 1238) is gesloopt. Daar loopt tegenwoordig de Sloterweg en ligt de tuin van Ruud. Hier waren vroeger een tapperij, koffiehuis en een stalling gevestigd.
Ruud: “Op zondagochtend kwamen de boeren met hun vrouw met paard en wagen naar het dorp. Aan de linkerkant van het pand kon je zo de stal inrijden. De boeren gingen vervolgens naar het café. Hun vrouwen naar de kerk.” Rechts staat het huis (‘Koffiehuis’) waar Ruud en zijn echtgenote Marion wonen. Hun voordeur is tegenwoordig links, aan de Sloterwegzijde. Vroeger had dit pand nog wel het adres Osdorperweg 1.
Ruud: “Hier zat vroeger een herberg in. Op de bovenverdieping stond een hele rij bedstedes waarin de veenarbeiders sliepen.”
Prentbriefkaart uit familiearchief Van Boom, circa 1905.
Osdorperweg 1 of Sloterweg 1238?
Ruud van Boom (79) had de eer om als eerste in de nieuwe serie te worden gefilmd. Hij werd geboren aan de Osdorperweg 1, op het oudste stukje van het dorp Sloten. In zijn film vertelt Ruud niet alleen over zijn eigen geschiedenis, maar deelt hij ook andere herinneringen aan het leven op Sloten in vervlogen tijden. En over hoe hij tegenwoordig als vrijwilliger het Dorpshuis Sloten verbouwt. Uiteraard komt ook zijn bijzondere huis aan bod. Daaraan heeft hij in de loop der jaren al veel vertimmerd. Ruud vertelt wat de betekenis is van het wapen boven de vroegere voordeur van het pand waarin voorheen een herberg was gevestigd. En hoe zit dat nou met het adres? Woont hij op Osdorperweg 1 of op Sloterweg 1238? Ruud legt voor eens en altijd uit hoe het écht zit: “Ik woon in het pand dat het adres Osdorperweg 1 zou moeten hebben, maar door een vergissing van de gemeente is het nu – wat mij betreft helaas – Sloterweg 1238 geworden.”
Laat uw verhaal ook vastleggen
Daarnaast deelt Ruud verhalen over het op straat spelen met leeftijdsgenoten en hoe dorpsgenoot Gerrit van der Puij – tegenwoordig bekend van de straat – altijd van alles voor de jeugd organiseerde. Ook over hoe de katholieken en protestanten met elkaar omgingen. Bijzonder is daarnaast het verhaal over hoe ongebruikelijk het was dat hij koos voor zijn echtgenote Marion. Als protestant werd hij nu eenmaal verliefd op een katholiek meisje…
Laat u uw verhaal ook vastleggen voor het nageslacht
Kent u iemand die ook zijn of haar verhaal wil vertellen voor de camera? Of misschien wilt u dat zelf wel doen? Zo belandt u nooit in de vergetelheid en – niet onbelangrijk – uw nakomelingen zullen er blij mee zijn. U hebt de regie: u vertelt alleen wat u wilt delen en verder niets. Meer weten? Stuur een mail naar Tamar Frankfurther van de Werkgroep Historie of neem op een andere manier contact met haar op.
Zie ook: Toen en Nu in Sloten-Oud Osdorp (Osdorperweg 1).
Tamar Frankfurther; 11 november 2025.
In oktober 2025 hopen leerlingen van de Sloterschool – die in 1959, 1960 en 1961 werden geboren – elkaar te ontmoeten bij een reünie op het dorp Sloten.
Aangezien de leerlingen van de Sloterschool in deze periode altijd met twee klassen samen in één lokaal les kregen, kiezen de initiatiefnemers ervoor om beide jaren rond hun eigen geboortejaar 1960 ook uit te nodigen.
Graag aanmelden voor 1 oktober
Het plan is om komend najaar samen te gaan eten in Café-restaurant Kerkzicht op Sloten. Om te kunnen reserveren is het nodig dat iedereen zich voor 1 oktober 2025 via de e-mail aanmeldt bij Marga Weltevrede-Dooijeweerd. Ook broers en zussen van deze drie jaargangen zijn welkom bij de reünie.
Na hun kleutertijd bij juf Seyerling in de lokalen op de begane grond, kregen deze leerlingen eerst twee jaar in het meest zuidelijke lokaal les van juf Tekenbroek-van Geyn. Wie niet goed oplette of stout was werd door haar in de ‘Koude Kast’ gezet om af te koelen. Daarna stroomden de kinderen voor klas 3 en 4 door naar het middenlokaal bij de uitgesproken juf Komijn-de Gast. In het derde lokaal kregen zij les van meester De Graaf. Op de drie foto’s hierna is te zien hoe de kinderen opgroeiden.
(N.B. Door op de afbeeldingen te klikken kan een vergrote weergave worden getoond.)

De eerste en tweede klas van de Sloterschool tijdens het schooljaar 1966/1967. Achteraan v.l.n.r.: Juf Rie Tekenbroek-van Geyn, Adri Poelman, Thea Bruinis, Arnie Seyerling, Olaf Rutters, Harry Amelsbeek, Arie Hilgen, José Siekman, Gert Veldhuisen, Ingrid Frissen, Gradus van Limpt, Tim Kok en Peter van der Stad. Zittend v.l.n.r. per rij: Felix Frankfurther, René Scheltes, Thijs Jan ?, Marina van den Brink, Dini Troost, Karin Kerkwijk, Adriaan Polman, Martin Vrijbloed, Anjo Gerritsen, José Notenboom, Ellen Vogel, Rufina ? en Marga Dooijeweerd. Foto: Archief Familie Frankfurther.

De derde en vierde klas van de Sloterschool tijdens het schooljaar 1968/1969: Achterste rij staand van Links naar rechts: Juf Bloos, José Siekman, Wim Sjeret?, Henk Schokkenbroek, Rob Verburg, Anton Aalst, Rens van Dijk, Wouter Verwijk, Martin Vrijbloed, Gert Veldhuis, Juf Lenie Komijn- de Gast. Middelste rij staand v.l.n.r.: Tineke Schuilenburg, Arie Hilgen, René Scheltes, Tim Kok, Gradus van Liempt en Dini Troost. Zittend v.l.n.r.: Marina van den Brink, Felix Frankfurther, Karin Kerkwijk, Ingrid Frissen, Rita Bol, Yvonne Menger, Ellen Vogel en Marga Dooijeweerd. Foto: Archief Familie Frankfurther.
De twaalf leerlingen geboren van september 1959 t/m augustus 1960 die in de vijfde en zesde klas nog op school zaten, kregen in die jaren les van meester J.J. van der Burg. Dit was in het meest noordelijke lokaal. Enkele leerlingen van de hoogste klas namen de telefoon voor de school aan. Net buiten het lokaal hing boven de trap een toestel aan de muur.

De vijfde en zesde klas van de Sloterschool tijdens het schooljaar 1970/1971 met links achteraan de gymjuf en helemaal achteraan meester Van der Burg. De namen van de leerlingen volgen later. Foto: Archief Familie Dooijeweerd.
Op 11 oktober 2025 ontmoetten 13 oud leerlingen van de Sloterschool uit de geboortejaren 1959-1961 met broers en zussen elkaar op het Slotense Dorpsplein. Daarna nam Ben Meijer de groep mee naar het voormalige schoolgebouw waar zij bij twee gezinnen naar binnen mochten om herinneringen op te halen. Toen volgde een bezoekje aan het Politiebureautje, dat voorheen bijna altijd gesloten was. Afsluitend genoot iedereen van een heerlijke maaltijd bij café-restaurant Kerkzicht, die lang in beslag nam. Er viel immers veel bij te praten.

Op de plek waar zij vroeger hun speelkwartier doorbrachten en waar de juffen en de meesters eindeloos heen-en-weer liepen, maakte Tamar Frankfurther een klassenfoto van hen. Staand van links naar rechts: Jeannette Catsburg, Ellen Vogel, Ronald Catsburg, Don Schokkenbroek, Martine Verwijk, Wouter Verwijk, Berry Verwijk, Ed Dooijeweerd en Yolanda Brouwers. Zittend: Gradus van Limpt, René Scheltes, Marga Dooijeweerd en Els de Jong.
Schoolgebouw werd stap voor stap uitgebreid
Vermoedelijk was er al veel langer een school op Sloten, maar de oudste overgebleven bron die de Sloterschool vermeldt dateert uit 1595. Oudere archiefstukken gingen helaas verloren tijdens een grote brand op Goede (?) Vrijdag 1572 in de Sloterkerk. Op 4 mei 1827 heeft deze kerk zijn Schoolhuis voor duizend gulden verkocht aan de gemeente Sloten, die toen onder de Regeling Landelijk Onderwijs over een gemeenteschool diende te beschikken.
Het oorspronkelijke uit bakstenen opgetrokken schoolgebouwtje werd in 1884 verlengd tot een langwerpig gebouw met daarin drie lokalen met ieder drie ramen naast elkaar. In 1899 werd er haaks op het bestaande pand een groot pand bijgebouwd op het schoolplein. Hierin kwamen twee leslokalen die later werden verbouwd tot gymzaal. Om het nog ingewikkelder te maken: bij een latere uitbreiding in 1929 verhuisde de schoolpoort verhuisde naar de noordzijde van het pand, aan het Kerkrondje. Deze imposante deur is ontworpen door Publieke Werken.
In die tijd stond café Het Rechthuis nog op de plek waar tegenwoordig het Dorpsplein ligt. De leerlingen liepen in deze periode door het steegje naast het café achterom naar school.
Het leerlingenaantal bleef groeien. Kinderen kwamen zowel uit Sloten als Badhoevedorp en ook van de Noorder- en Zuiderakerweg en heel soms uit Oud Osdorp. In het tuintjesseizoen van april tot oktober werden de klassen aangevuld met kinderen die een half jaar met hun ouders op een volkstuin op Tuinpark Eigen Hof of op Tuinpark V.A.T. woonden.
In 1930 werd er aan de nieuwbouw nog een lokaal aangebouwd. Opnieuw ging dit ten koste van de speelplaats. In deze ruimte kregen de kleuters van De Rietvoorn les. Er was echter nog steeds sprake van ruimtegebrek. Tot ver in de jaren zestig was er daarom een dependance van de kleuterschool in een gebouwtje aan de steeg naar Tuinpark V.A.T., die nu de Lies Bakhuyzenlaan heet. Ook de kinderen geboren in 1960 gingen nog in dit noodgebouwtje naar de kleuterschool. Op de eerste verdieping kwam het handwerklokaal (alleen voor meisjes!).
Om ruimte te creëren voor alle leerlingen, werden er in 1952 drie lokalen bovenop het oorspronkelijke gebouw geplaatst. De kleuters kregen toen beschikking over twee lokalen op de begane grond van het oudste deel van het pand. In het meest zuidelijke deel werd lesgegeven en was een zandbak, verf- en poppenhoek. En in het middelste lokaal stonden klimtoestellen en een piano. Daarnaast werd een kleine docentenkamer ingericht met daarnaast het handarbeidlokaal (alleen voor jongens!).
Een jaar eerder kreeg de Sloterschool na lang zeuren eindelijk zijn betegelde speelplaats op de plek waar tegenwoordig het Dorpsplein ligt. Dat was mogelijk omdat het slecht onderhouden café Het Rechthuis inmiddels was gesloopt. Dit was geen overbodige luxe omdat de oorspronkelijke speelplaats inmiddels immers voor een groot deel was opgeofferd aan nieuwbouw. Wat resteerde van de oude kleine speelplaats werd het veilige buitenspeeldomein van de kleuters.

De originele toegangspoort van de school uit 1929 aan de Osdorperweg 20 is gelukkig nog helemaal intact. Dit zorgt ervoor dat de Sloterschool – ook al werd deze in 1985 wegens leerlingengebrek opgeheven – tot op de dag van vandaag een levende herinnering blijft. Rechts naast de originele schoolpoort het venster met kleine ruitjes dat licht brengt in de hal en daar rechts naast de kleine raampjes van waar vroeger kleuter-wc’tjes stonden. Een bijzonder stukje cultuurhistorie binnen het Beschermd Dorpsgezicht Sloten.
Met de fiets door het poortje tussen Sloterweg 1214 en 1216
In 1964 telde de Sloterschool nog slechts 86 leerlingen. De ouders konden toen kiezen: of de school sluiten of verder gaan als de dependance van de Professor P.H. Kohnstammschool aan de Klaas Katerstraat in Osdorp. Gerrit de Jong – die met zijn gezin in de schoolmeesterwoning aan de Sloterweg 1216 woonde – was sinds 1962 hoofd van de Sloterschool maar werd in 1964 overgeplaatst naar Osdorp. De keuze viel niet zwaar. De Jong bleef tot zijn pensioen het schoolhoofd.
Leerlingen die met de fiets kwamen, konden de fietsenstalling van de school bereiken via het poortje tussen de huisnummers 1214 en 1216. Deze lag langs de (kleuter)speelplaats en naast het hok waar oude kranten werden verzameld.

Het schoolpoortje is aangewezen als gemeentelijk monument. Links de voormalige schoolmeesterwoning aan de Sloterweg 1216.
In de jaren zeventig en tachtig werd de school met kunst- en vliegwerk opengehouden. Wat hielp was dat er gedurende het tuinseizoen extra leerlingen naar de Sloterschool bleven komen. Toen het leerlingenaantal begin jaren zeventig verder afnam, werd besloten klassen niet langer per twee leergangen in één lokaal samen te voegen maar per drie.
In 1982 moest de Professor Kohnstammschool in Osdorp sluiten en zo werd de Sloterschool weer zo goed als ‘zelfstandig’. Het onderwijs ging gewoon door. Met nog slechts elf leerlingen sloot de school in 1985 definitief zijn deuren. Leerlingen die hun schooltijd toen nog niet hadden afgerond, maakten de overstap naar de Sint-Jozefschool, verderop op het dorp. Vroeger zou het ondenkbaar zijn geweest dat ‘de openbaren’ les kregen bij ‘de katholieken’…
Tegenwoordig wonen er drie gezinnen in de voormalige Sloterschool. Inpandig zijn er nog enkele details die herinneren aan de oorspronkelijke functie als schoolgebouw. Het trappenhuis uit 1929 is nog wel helemaal intact. De bewoners delen de binnentuin die is aangelegd op de plek waar vroeger de (kleuter)speelplaats lag. De gemeente heeft het pand binnen het Beschermd Dorpsgezicht Sloten aangemerkt als orde 2-waardering. Dat betekent dat het een beeldbepalend pand is.
Tamar Frankfurther*; 24 september 2025; aangevuld op 13 oktober 2025.
* Met gebruikmaking van de uitgave ‘1595 – Sloterschool – 1985’ die ter gelegenheid van de grote afscheidsreünie van de Sloterschool in het schoolgebouw werd gemaakt door de Werkgroep Sloterschoolboekje; november 1986.
Op de plaats waar sinds de jaren negentig het Dorpsplein van Sloten ligt is in september tot november 1991 een opgraving uitgevoerd door de Afdeling Acheologie van de gemeente Amsterdam. In de Archeologische kroniek Noord-Holland 1991 is hierover een verslag gepubliceerd.
In de dorpsterp van Sloten aan de Sloterweg is in de periode 16 september tot 1 november 1991 een opgraving uitgevoerd. Doel van het onderzoek was de ouderdom en de structuur van deze nederzetting vast te stellen. De opgraving maakt deel uit van een reeks opgravingen die de laatste jaren zijn uitgevoerd in het kader van onderzoek naar de ontginningsgeschiedenis van de regio Amsterdam.

Amsterdam-Sloten. Het inmeten en tekenen van de ophogingslagen in de dorpsterp in 1991. Op de achtergrond de Sloterkerk. Foto Afd. Archeologie, Amsterdam.
De vrij omvangrijke dorpsterp is goed zichtbaar in het huidige stratenpatroon. De terp bevat een kerk met eromheen een (thans gedempte) kerksloot, voorts een weg (de huidige Sloterweg) en ruimte voor huizen. Twee percelen hiervan werden opgegraven. Tot voor kort stonden hier twee 17e-eeuwse huizen, waarvan er één dienst deed als herberg en rechthuis.
De aanleg van deze huizen, zo bleek uit oudere funderingen, dateert al uit de 16e eeuw. Beide percelen vormden daarvoor één perceel waarop, zo tonen de oudere lagen aan, vanaf circa 1175 een boerderij of huis stond. Doordat het perceel gemiddeld om de tien jaar werd opgehoogd konden boven elkaar negen boerderij- en huisplattegronden worden opgetekend. Het eerste huis was 5 m breed en 10 m lang; huis 2: 5,60 x 8,50 m; huis 3: 5,60 x 9,70 m; boerderij 4: 6,60 x 10,80 m (stalgedeelte: 6,60 x 1,30 m); boerderij 5: 5,70 x 12,80 m (stalgedeelte: 5,70 x 2,30 m); boerderij 6: 6,30 x 13,50 m (stalgedeelte: 6,30 x 2,30 m); huis 7: 4,90 x 8,40 m en huis 8: 4,90 x 8,40 m. Huis 9 werd gedeeltelijk opgegraven.
Uit deze ontwikkeling blijkt dat de huizen aanvankelijk geen stalgedeelte hadden, dat daarna een periode aanbrak waarin ze een klein stalgedeelte met ruimte voor slechts enkele koeien hadden en dat uiteindelijk (bij de huizen 7-9) weer geen stalgedeelte meer aanwezig was. De boerderijen/huizen (1-6) lagen met de korte zijde aan de Sloterweg; de huizen 7-9 lagen daarentegen met de lengteas parallel aan de Sloterweg. Wel dient vermeld te worden, dat enige funderingsconstructies, gelegen achter de laatstgenoemde huizen, kunnen wijzen op een afzonderlijk gebouwde stal. De op deze plek aangetroffen mestlagen ondersteunen deze gedachte.
Samengevat kan gesteld worden, dat het huidige Sloten zich vanaf het laatste kwart van de 12e eeuw op deze plaats ontwikkeld heeft, dat het oudste Sloten, bekend uit schriftelijke overleveringen daterend uit de 10e-11e eeuw, zoals door De Cock verondersteld, gezocht moet worden aan de zuidzijde van de Sloterplas en dat een verplaatsing, net zoals dat het geval was met Assendelft, naar de plaats van het huidige Sloten, in de loop van de 12e en 13e eeuw moet hebben plaatsgevonden.
Afdeling Acheologie, Amsterdam, J.M. Baart
Uit: de Archeologische kroniek Noord-Holland 1991; pagina’s 330 en 331.
Sinds half mei 2025 staat het archief van de in 1988 opgeheven Sint-Jozefschool online. In juni 2023 droeg oud-schooldirecteur Theo Durenkamp het ‘Archief Sint-Jozefschool Sloten’ netjes geordend over aan het Stadsarchief Amsterdam.
Ongeveer twee jaar later is het archief inmiddels geïnventariseerd door medewerkers van het archief en staat het online op hun website geplaatst. Dit veelzijdige archief maakt nu deel uit van de bijzondere collectie van het Stadsarchief Amsterdam.
(N.B. Door op de afbeelding te klikken kan een vergrote weergave worden getoond.)

Een van de honderden foto’s uit het archief van de Sint-Jozefschool op Sloten: álle leerlingen en docenten samen op de foto. Geheel links Juffrouw Everts en rechts de Meesters Nijman, Schuss en Weegenhuise.
Stadsarchief Amsterdam, collectie Sint-Jozefschool; circa 1950.
Archief start in 1871; lang voor de stichting van de school
In 2022 is Durenkamp – die van 1971 tot en met 1988 aan de school was verbonden – gestart met ordenen en rubriceren van alle papieren herinneringen aan de school. Het merendeel van het schoolarchief betreft brieven, verslagen van besprekingen, schoolgidsen en schoolkranten. Daarnaast bevat het ook veel foto’s uit de periode 1914-1988, het jaar dat de school wegens een gebrek aan leerlingen moest sluiten. Het archief gaat echter veel verder terug. Ook van de periode voor 1914 in de aanloop naar de stichting van de school is van alles bewaard gebleven.
Geschiedenis school en klooster in een notendop
De eerste plannen om een katholieke school te stichten dateren namelijk al uit 1871. In dat jaar werd vanuit de Sint-Pancratiuskerk – toen nog gevestigd in de oude dorpskern van Osdorp aan de Osdorperweg – een vereniging opgericht om hiervoor geld in te zamelen. Pas nadat in 1901 de parochie verhuisd was van Osdorp naar Sloten en de nieuwe kerk het centrum van de Sint-Pancratiusparochie werd, kwam er schot in het oprichten van de school. De Sint-Jozefschool werd op 1 juli 1914 geopend.
Van het toenmalige schoolcomplex resteert tegenwoordig alleen nog de woning van het schoolhoofd op Sloterweg 1190. Kort na de Duitse inval in 1940 verliet de heer Schuss uit veiligheidsoverwegingen de schoolwoning om met vrouw en kind (Fiet) te gaan wonen op Sloterweg 1122. Even later werd de schoolwoning gevorderd voor de vestiging van Duitse officieren. Na de oorlog wilde het echtpaar Schuss niet meer terugkeren naar hun oude woning omdat deze volgens hen bezoedeld was.
Na de Tweede Wereldoorlog stelde de parochie het pand beschikbaar aan nonnen die o.a. les gaven op de eveneens katholieke kleuterschool. Het oorspronkelijke schoolgebouw werd in 1992 deels vervangen door nieuwbouw voor de huidige school voor speciaal basisonderwijs De Driesprong. In het pand waarin de kleuterschool was gevestigd – dat grenst aan de begraafplaats – woont tegenwoordig een gezin.
School was nauw verbonden met dorp
Theo Durenkamp geeft in zijn omschrijving van het archief een goed beeld van de positie van de school op het dorp:
“Uit alle bewaarde archiefstukken blijkt overduidelijk dat de school uitging van de parochiekerk en in nauw verband stond met het dorpsleven van Sloten. Het schoolarchief bevat daarom naast de gebruikelijke schoolstukken ook archiefstukken waaruit de betrokkenheid blijkt bij diverse ontwikkelingen in Sloten, zoals op het gebied van woningbouw, verkeer en vervoer.”
Ook documenten over verkeer, vervoer en woningbouw Sloten
Andere niet-schoolse archiefstukken – die deel uitmaken van het archief van de Sint-Jozefschool – gaan onder andere over de ‘Verkeersvereeniging Sloten’. Dit dossier uit 1915 deelt informatie over de aanleg van een tramverbinding tussen de Overtoomse Sluis en Sloten. Onlangs heeft Erik Swierstra deze archiefstukken opgevraagd en geraadpleegd en hier het artikel ‘Een elektrische tram naar het dorp Sloten?’ over geschreven. Zie ook: www.slotenoudosdorp.nl/een-elektrische-tram-naar-het-dorp-sloten/.
Ook informatie over de planvorming voor de Slotense nieuwbouwwijk tussen de Vrije Geer, Osdorperweg en de Plesmanlaan in de jaren tachtig maakt deel uit van dit archief. Daarnaast bevat het archief ook verkeersveiligheidsplannen voor de dorpskern van Sloten, die dateren van eind jaren zeventig van de vorige eeuw.
Deze stukken zijn in het schoolarchief terecht gekomen omdat zowel de schoolhoofden Schuss als Durenkamp toen deel uitmaakten van deze overleggroepen. Voor het tramdossier uit 1915 is niet duidelijk hoe dit in het schoolarchief terecht is gekomen. De Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp beschikt in de collectie – die in het Dorpshuis Sloten ligt – over diverse andere vergelijkbare plannen en stukken. De werkgroep zal de relevante stukken uit het Sint-Jozefschoolarchief uiteraard ook betrekken bij de inventarisatie van het brede dorpsraadsarchief.
Op het nippertje kwam er geen woonwijk met 135 woningen
In dit schoolarchief bevindt zich nog een ander – veel ouder – dossier dat op het eerste oog niet thuis hoort in een schoolarchief. Dit geldt bijvoorbeeld voor het zeer verrassende archief van de ‘Woningbouwvereeniging Sloten’. Hierin staan de plannen uit circa 1920 om grenzend aan de dorpskern van Sloten een nieuwe wijk van 135 woningen te bouwen. Durenkamp: “Dit plan leed overigens schipbreuk toen de gemeente Sloten in 1921 werd geannexeerd. Een van mijn voorgangers – Hubertus Schuss – was naast schoolhoofd ook een van de initiatiefnemers en secretaris van deze woningbouwvereniging. Hij heeft indertijd dit bijzondere archief bij de historische schoolstukken gevoegd en daardoor is alles bewaard gebleven. In 2019 heb ik hierover een artikel geschreven.” Zie ook: www.slotenoudosdorp.nl/annexatie-verhindert-dorpsuitbreiding-sloten/.
Grasduinen in het archief en zelf digitale stukken opvragen
Voortaan zijn alle documenten en foto’s die deel uitmaken van dit bijzondere archief toegankelijk voor iedereen die wil speuren in het verleden van de lagere school of belangstelling heeft voor bovengenoemde onderwerpen.
Het Stadsarchief gaat papieren documenten pas digitaliseren als iemand deze stukken wil inzien. Aangezien het archief recentelijk pas online beschikbaar is, moet een groot deel van deze collectie nog gescand worden. U kunt kosteloos via deze website kijken welke documenten u wilt inzien. Als u de eerste bent die bepaalde stukken opvraagt, zult u ongeveer twee weken geduld moeten hebben. Zolang duurt het totdat de aangevraagde documenten gedigitaliseerd zijn. Het archief zal u uiteraard op de hoogte stellen als de stukken online beschikbaar zijn. https://archief.amsterdam/inventarissen/details/31488/keywords/st.%20jozefschool%20sloten/withscans/0/start/0/limit/10/flimit/5
“Wat mij betreft wordt alles openbaar!”
“Eén ding is jammer”, laat Durenkamp afsluitend weten, “namelijk dat sommige archiefstukken niet via de website te raadplegen zijn. Dat komt door ‘auteursrechtelijke bescherming’, zoals de medewerkers van het Stadsarchief dat noemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor foto’s waarvan de fotograaf niet bekend is. Daardoor kan er aan niemand toestemming worden gevraagd of hun beelden openbaar gemaakt mogen worden. Bij sommige foto’s staat daarom aangegeven dat die alleen te bekijken zijn in de studiezaal in het Stadsarchief in de Vijzelstraat. Maar weet dat ik hierover nog in gesprek ben met het Stadsarchief. Ik streef ernaar om een zo groot mogelijk deel van deze collectie raadpleegbaar te krijgen via de website. Dan kun je alles gewoon thuis vanuit je luie stoel kunt inzien…”
Tamar Frankfurther; 6 augustus 2025.
In het begin van de 20e eeuw was er een diligencedienst tussen de Overtoomse Sluis en Sloten via de Sloterkade en Sloterweg. Deze was ingesteld in 1841 om mensen de gelegenheid te geven de droogleggingswerkzaamheden van de inpoldering van de Haarlemmermeer bij Sloten te bekijken.
Dit is artikel een bewerkte en aangevulde versie van het in 2008 verschenen artikel ‘De tram naar Sloten’.
(N.B. Door op de afbeeldingen te klikken kan een vergrote weergave worden getoond.)

Opening van de paardentramlijn van Sloten naar Amsterdam. Voorafgegaan door een fanfare rijden de feestelijk versierde paardentrams door de dorpsstraat van Sloten; 13 augustus 1918. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.
In 1901 kwam er zelfs een tweede omnibusdienst, die ook door particulieren werd geëxploiteerd. Vanaf 1900 werden in Amsterdam de paardentrams door elektrische trams vervangen. De laatste paardentram reed in 1916 tussen Nassauplein en Sloterdijk.

Paardentram van de Gemeentetram Sloten op het vertrekpunt in de Bosboomstraat. Na annexatie door Amsterdam werd de naam van deze straat gewijzigd in Andreas Schelfhoutstraat, omdat er in Amsterdam al een Bosboom-Toussaintstraat bestond, waarmee verwarring zou kunnen ontstaan. Op de achtergrond is de brug van de Overtoomse Sluis zichtbaar die de verbinding vormde tussen de Sloterkade (gemeente Sloten) en de Amstelveenseweg (gemeente Amsterdam, voorheen Nieuwer-Amstel), waar kon worden overgestapt op de elektrische tramlijn 1; circa 1920. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.
In diezelfde periode wilde ook de gemeente Sloten zijn verbinding tussen Sloten en Amsterdam verbeteren. Daarom wilde men de diligencedienst vervangen door een gemeentelijke tramdienst. Al in 1906 waren er plannen voor een tramverbinding langs de Sloterstraatweg. Ondanks de verleende vergunning duurde het nog meer dan een decennium voordat de plannen tot uitvoering kwamen.

Paardentram van de Gemeentetram Sloten in de Jacob Marisstraat onderweg in de richting van het dorp Sloten; circa 1920. De huizen op de achtergrond zijn voor een deel nog aanwezig in deze straat. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.
In juni 1917 besloot de gemeenteraad van Sloten tot aanleg van een elektrische tramlijn. Al eerder was er ook een elektrische tramlijn tot stand gekomen tussen Amsterdam en Sloterdijk, in 1904 via de Admiraal de Ruijterweg en in 1916 via de Haarlemmerweg. Als gevolg van Eerste Wereldoorlog waren de kosten voor aanleg voorlopig nog te hoog. Uiteindelijk kon de tram in 1918 worden gerealiseerd.

Paardentram bestaande uit twee rijtuigen (een gesloten en open rijtuig), getrokken door twee paarden onderweg van Amsterdam naar Sloten rijdt langs de Sloterweg; circa 1920. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.
Over de Sloterkade en Sloterweg werd aan de zuidkant van de weg een tramspoor aangelegd, met een wisselplaats onderweg. De baanlengte was 5200 meter. Een moderne elektrische tram was echter te hoog gegrepen. De gemeente Amsterdam wilde daaraan ook geen medewerking verlenen. Daarom werd het toch weer een paardentram. Dit was de laatste nieuw aangelegde paardentramlijn in Nederland. In het dorp Sloten werd een oud graanpakhuis verbouwd tot onderkomen voor de tramwagens. Nieuw materieel was echter te duur, dus tweedehands rails en trams werden aangeschaft. De rails waren afgedankt door de Stoomtram Oostelijk Groningen. De tramwagens hadden eerder gereden in Amersfoort, Gouda en Winschoten.

Paardentram verlaat het dorp Sloten richting Amsterdam. Rechts op de achtergrond is de in 1901 gebouwde R.K. Sint-Pancratiuskerk zichtbaar; circa 1920. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.
Op 13 augustus 1918 kon de nieuwe tramdienst feestelijk worden geopend. Aanvankelijk reed er iedere anderhalf uur een tram, vanaf 1919 was er een veertigminutendienst. Bij grotere drukte reden er twee gekoppelde wagens. De trams reden van de Andreas Schelfhoutstraat bij de Overtoomse Sluis via de Jacob Marisstraat (die toen nog Bosboomstraat heette), Theophile de Bockstraat, Sloterkade en Sloterweg naar de Akerweg, bij de brug naar Badhoevedorp.

Paardentram in de dorpsstraat van Sloten. Links van de tram is achter de boom het thans nog aanwezige politiebureautje te zien. Op de achtergrond is nog de toren zichtbaar van de R.K. Sint-Pancratiuskerk; circa 1920. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.
Per 1 januari 1921 werd de gemeente Sloten geannexeerd door Amsterdam. De directeur van de Slotense tram stelde aan zijn Amsterdamse collega voor om te gaan ‘samenwerken’, maar het verschil in grootte tussen de beide trambedrijven was te groot om aan dit voorstel gehoor te geven, dus ook dit werd annexatie. De Gemeente Tram Sloten ging hierbij ook op in de Gemeente Tram Amsterdam.

Paardentram aan het eindpunt Akerweg, nabij de Sloterbrug over de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder; circa 1920. Het gebouw links achter de tram bestaat nog als restaurant op Sloterweg nr. 1345. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.
Zoals hiervoor vermeld had men net vijf jaar eerder de laatste paardentram door een elektrische tram vervangen. Maar het vervoer naar Sloten was te gering en de investering te hoog om ook deze tramlijn te elektrificeren. Bovendien had men in Sloten uit zuinigheids overwegingen gekozen voor smalspoor (1067 mm), terwijl de Amsterdamse tram gebruik maakte van normaalspoor (1435 mm), zodat een kostbare omsporing nodig zou zijn. Voorlopig liet men de tram naar Sloten bij het oude. Wel werd het rollend materieel vervangen. De eerdere tweedehandsjes werden vervangen door afgedankte Amsterdamse paardentramwagens.

Motortram met autobus nr. 2 en tramrijtuig nr. 4 (ex-paardentram van de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij), nu van de Gemeentetram Amsterdam, onderweg op de Sloterweg, richting Sloten. Het koersbord vermeldt de route Akerweg – Bosboomstraat; circa 1922. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.
Een jaar later werd als proef het paard vervangen door een tractor. Dit was een in de jaren twintig in Nederland wel meer toegepaste modernisering. Tevens werd het vertrekpunt van de Andreas Schelfhoutstraat verplaatst naar de toen nog nieuwe Jacob Marisstraat en kreeg de tram een lijnnummer: 21. De laatste paardentram reed op 28 februari 1922.

Motortram onderweg naar Sloten rijdt links op de Sloterweg. Om het tegemoetkomende verkeer te waarschuwen staat op het dak de tekst ‘TRAM’. Ook is het nieuwe lijnnummer 21 aangebracht; circa 1922. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.
In een volgend stadium konden er ook passagiers mee in het trekvoertuig. Toen in 1925 betere motorvoertuigen beschikbaar kwamen liet men de paardentramwagen achterwege en werden de passagiers voortaan nog uitsluitend in het trekvoertuig vervoerd. Hiermee kwam op 3 december 1925 een einde aan de tramdienst. De autobus naar Sloten was geboren.

Pekelwagen nr. 14, afkomstig van de Gemeentetram Amsterdam, voor de remise van de Slotense tram in het dorp Sloten. In de deuropening is nog een trambus te zien; 1925. Dit gebouw (Sloterweg 1275) was een voormalig graanpakhuis en als remise in gebruik van 1918 tot 1925. Het werd in 1988 gesloopt. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.
Terwijl de tram vanaf de annexatie het lijnnummer 21 droeg, werd de bus van de lijnletter G voorzien. Vanaf 1927 ging deze via de nieuwe Zeilbrug naar het Haarlemmermeerstation rijden. In 1960 werd de route verlegd via de Vlaardingenlaan en Johan Huizingalaan. Dit bleef zo tot 1965, toen lijn G werd vervangen door buslijn 29. In 1970 nam lijn 69 zijn plaats in. Deze ging tevens doorrijden naar Badhoevedorp. In 1980 ging de exploitatie over naar Centraal Nederland, sinds 1999: Connexxion. In 1988 werd het vroegere onderkomen van de paardentramwagens in het dorp Sloten gesloopt, waarmee een einde kwam aan de laatste tastbare herinnering aan de tram in Sloten.

Deze foto is op dezelfde locatie genomen als foto nr. 6. Vanaf 1925 was buslijn G de opvolger van de vroegere tram naar Sloten. Deze buslijn reed tot in 1965 de oude route via de Sloterweg en door het dorp Sloten tot bij de Sloterbrug. Daarna werd deze vervangen door buslijn 29, die om het dorp heen ging rijden. Autobus 4 in de dorpsstraat van Sloten. Links op de achtergrond is nog de toren zichtbaar van de R.K. Sint-Pancratiuskerk; 8 augustus 1965. Foto: Tj.E. Swierstra.
Vanaf 1993 reed Connexxion-buslijn 145 elk half uur van de Marnixstraat naar Station Hoofddorp tussen de Johan Huizingalaan en de Ditlaar over de Sloterweg. In 2016 verdween deze lijn van de Sloterweg en ging omrijden via de Plesmanlaan. In 2017 werd lijn 145 opgevolgd door buslijn 195 die sindsdien de verbinding verzorgt vanaf Station Amsterdam Lelylaan via Johan Huizingalaan, de Sloterweg, Ditlaar en Vrije Geer en verder naar Badhoevedorp en Schiphol. Dit is dus een verre nazaat van de vroegere Slotense paardentram.

De route van de tramlijn Amsterdam – Sloten ingetekend op een recente kaart. De lijn volgde van linksonder (vanaf de Akerweg) de Sloterweg tot aan de Sloterkade en boog daar af naar het noorden. Aan het einde van de lijn is ook de slinger via Theophile de Bockstraat – Jacob Marisstraat – Andreas Schelfhoutstraat te zien. Het middelste gedeelte van de Sloterweg tussen de Johan Huizingalaan en het Aalsmeerplein is in de jaren zeventig onder het zand verdwenen i.v.m. de aanleg van de Ringweg A10. Bron: Wikimedia.
In 1991 kwam er weer een tram naar Sloten, nu echter naar de nieuwbouwwijk Nieuw-Sloten die toen verrees op het grondgebied van het vroegere tuinbouwgebied Sloten. Tramlijn 2 werd op 23 september 1991 verlengd vanaf de Louwesweg over een nieuwe trambaan die toen nog door een zandvlakte leidde. Langzamerhand kwam deze in de bebouwing te liggen en kreeg de tram zijn eindhalte bij het Oudenaardeplantsoen, nabij de Anderlechtlaan. Van daaruit is het nog tien minuten lopen naar het dorpsplein in Sloten. Met enige fantasie kan men bedenken dat Sloten weer per tram bereikbaar is.
Erik Swierstra; 25 juli 2025
Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp
Literatuur
* De Amsterdamse paardentrams. Auteur: H.J.A. Duparc. Uitgave: Schuyt en Co, Haarlem, 1997. ISBN 90-6097-455-7
* Het autobusbedrijf, de werk- en dienstauto’s van de Gemeentetram Amsterdam, 1905-1950, door P.H. Kiers, 1994.
* Amsterdam 366 dagen. Auteurs: Mariëlle Hagman, Martin Harlaar en Richard Hengeveld. Uitgeverij THOTH Bussum / Stadsarchief Amsterdam, 2006 ISBN 90-6868-425-6
Zie ook:
* Een elektrische tram naar het dorp Sloten?
* Buslijnen in Sloten
* De tram naar Sloten op het Geheugen van West
* Trams naar Sloten op het Geheugen van de Amsterdamse Tram
* De Gemeentetram Sloten op Wikipedia
Diverse afbeeldingen van de Tramlijn Amsterdam – Sloten

Op nummer E113 aan de Sloterkade is Café Sluiszicht en daarvoor staat een diligence die een verbinding verzorgt tussen de Overtoomse Sluis en het dorp Sloten; circa 1910. Sloterweg E110 – E114 (ged.) v.r.n.l., Gemeente Sloten. (Later hernoemd naar Sloterkade 11 – 14 v.r.n.l.). Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Omnibusdienst Sloten – Overtoomse Sluis. Ter hoogte van Sloterkade 56 (Sloterweg E 204), café ‘Aalsmeerder Veerhuis’, Eigenaar L. van Putten; 1914. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Opening van de paardentramlijn Amsterdam – Sloten, nabij de tramremise in het dorp. Op de voorgrond het remisespoor; 13 augustus 1918. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.

Opening van de paardentramlijn Amsterdam – Sloten, nabij de tramremise in het dorp. Op de voorgrond het remisespoor. Op het weiland op de achtergrond verrees enkele jaren later de Speeltuin Sloten; 13 augustus 1918. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.

Paardentram in de Dorpsstraat van Sloten met links op nr. A 173 (later Sloterweg 1190) het huis van de hoofdonderwijzer van de naastgelegen Sint-Jozefschool; circa 1918. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.

Paard met koetsier voor de remise van de Gemeentetram Sloten (GTS) op nr. A 236 (later Sloterweg 1275); circa 1920. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.

Paardentram met twee rijtuigen (een open en een gesloten rijtuig) met daarvoor twee paarden aan het eindpunt Akerweg van de tramlijn van Sloten naar Amsterdam. Links op de achtergrond Café ‘Rustoord’ aan de Akerweg op nr. A 283 (later ‘de Halve Maen’ op Sloterweg 1345); circa 1920. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.

Voormalige Gemeentetram Sloten (GTS), sinds 1921 tramlijn 21 van de Gemeentetram Amsterdam (GTA). Motortram op de lijn Andreas Schelfhoutstraat – Akerweg (Sloten) in de Jacob Marisstraat bij de Andreas Schelfhoutstraat (tot 1922 Bosboomstraat); augustus 1925. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Motortram van de Gemeentetram Amsterdam op lijn 21 Andreas Schelfhoutstraat – Akerweg (Sloten) met bus nr. 4 en rijtuig nr. 3 (ex-paardentram Amsterdam) voor de huizen Jacob Marisstraat 83-93, gezien naar de Andreas Schelfhoutstraat; 10 augustus 1924. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Voormalige Gemeentetram Sloten, sinds 1921 tramlijn 21 van de Gemeentetram Amsterdam. Motortram op de route Andreas Schelfhoutstraat (voorheen Bosboomstraat) – Akerweg (Sloten), met provisorische auto-trekktracht en twee rijtuigen, waaronder rijtuig nr. 7, afkomstig van de Slotense paardentram. Op de achtergrond de huizen Jacob Marisstraat 89-97. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Motortram op de lijn Jacob Marisstraat – Akerweg met een provisorische trekkracht in de vorm van vrachtauto nr. 14 van de Gemeente Amsterdam en een rijtuig van de Gemeentetram Amsterdam, afkomstig van de Amsterdamse paardentram, in de Jacob Marisstraat; circa 1922. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.

Motortram met een autobus als trekkracht en een rijtuig afkomstig van de Amsterdamse paardentram op lijn 21 Jacob Marisstraat – Akerweg (Sloten) buigt af vanaf het Jacob Marisplein naar de Theophile de Bockstraat; circa 1922. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.

Tram wordt voortgetrokken door een auto voor personenvervoer op de hoek Jacob Marisplein en Theophile de Bockstraat 2 – 4 (v.r.n.l.). Het spoor buigt rechtsaf naar de Sloterkade en gaat verder langs de kade en de Sloterweg naar Sloten; circa 1922. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Voormalige Gemeentetram Sloten, sinds 1921 tramlijn 21 van de Gemeentetram Amsterdam, op het eindpunt Akerweg (Sloten) nabij de Sloterbrug; circa 1922. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.

Rijtuig nr. 3 van de tramlijn Amsterdam – Sloten met aanrijdingsschade te Sloten. Dit rijtuig is een voormalige Amsterdamse paardentram; circa 1922. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.

Na de opheffing van de tramlijn Amsterdam – Sloten in 1925 werd de dienst op deze verbinding vele jaren onderhouden door buslijn G van de Gemeentetram Amsterdam. De bus had een keerlus aan de Akerweg, nabij de Sloterbrug. Rechts is het wachthuis van de bus te zien. Op de achtergrond in de verte de bomen van de Osdorperweg; 1938. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.

Buslijn G verzorgde tussen 1925 en 1965 de verbinding van het dorp Sloten met Amsterdam (Haarlemmermeerstation). De bus op het eindpunt bij de Ringvaart van de Haarlemmermeer tegenover Sloterweg 1345 met autobus 74 van het Gemeentevervoerbedrijf (GVB); juni 1953. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

De steeg tussen de huizen Sloterweg 1269 en 1277 gezien in zuidelijke richting. Op de achtergrond, op nummer 1275, de voormalige tramremise van de Gemeentetram Sloten annex-brandweerkazerne van de gemeente Sloten; 25 april 1984. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

De voorgevel van de voormalige tramremise van de Gemeentetram Sloten op Sloterweg 1275. Het gebouw was sinds de opheffing van de tramlijn in 1925 in gebruik als het pakhuis van Gerrit van der Puij en was nauwelijks gewijzigd (zie ook foto nr. 10). Het werd gesloopt in 1988. Foto van april 1984. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

De achtergevel van de voormalige tramremise van de Gemeentetram Sloten op Sloterweg 1275. Het gebouw was sinds de opheffing van de tramlijn in 1925 in gebruik als magazijn / opslagruimte. Het werd gesloopt in 1988. Rechts is nog de torenspits van de Sloterkerk te zien. Foto van april 1984. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

De achtergevel van de voormalige tramremise van de Gemeentetram Sloten op Sloterweg 1275. Het gebouw was sinds de opheffing van de tramlijn in 1925 in gebruik als magazijn / opslagruimte. Het werd gesloopt in 1988. Foto van april 1984. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Interieur van de voormalige tramremise van de Gemeentetram Sloten op Sloterweg 1275. Het gebouw was sinds de opheffing van de tramlijn in 1925 in gebruik als het pakhuis van Gerrit van der Puij. Het werd gesloopt in 1988. Foto van april 1984. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Interieur van de voormalige tramremise van de Gemeentetram Sloten op Sloterweg 1275. Het gebouw was sinds de opheffing van de tramlijn in 1925 in gebruik als magazijn / opslagruimte voor oude auto’s. Het werd gesloopt in 1988. Foto van april 1984. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

De dorpsstraat van Sloten met tramrails die een goede indruk geven van de route van de tramlijn door het dorp. Links is het voormalige Rechthuis zichtbaar op nr. A 218 en A 219 (vanaf 1922: Sloterweg 1230); circa 1918. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

De dorpsstraat van Sloten met tramrails die een goede indruk geven van de route van de tramlijn door het dorp. Links zijn zichtbaar de huizen A 201 en 202 (vanaf 1922: Sloterweg 1224-1220). In de verte de toren van de Sint-Pancratiuskerk; circa 1918. Foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

De Akerweg te Sloten met tramrails die een goede indruk geven van de route van de tramlijn door het dorp. Links zijn zichtbaar de huizen A 284 en A 285 (vanaf 1922: Sloterweg 1252 en 1246). In de verte de toren van de Sint-Pancratiuskerk; circa 1918. Foto: Collectie Werkgroep Historie Sloten-Oud Osdorp.