Het Jaagpad, Café Opoe

De Westerpost heeft veel reacties ontvangen op het stuk over het Jaagpad, de Riekerpolder en Café Opoe. Hieronder treft u een bloemlezing aan van deze reacties en ook enkele foto’s. De foto’s zijn niet van de beste kwaliteit, maar we wilden u deze plaatjes niet onthouden.

Er vallen twee dingen op, dat er in korte tijd zo veel veranderd is, en dat het ook zo ontzettend dichtbij is. Als je je ogen sluit en je hand uitsteekt kun je het verleden bijna aanraken. De enorm hard werkend boeren, de sloten overal, de vogels, de ruimte, de stilte. Het andere tempo van leven, maar ook het harde, harde bestaan. Kinderen van tuinders en boeren die om 4 uur ‘s morgens al opstonden om mee te werken. Werk dat nooit afwas, steeds en steeds maar weer opnieuw, zwaar, zwaar en nog meer zwaar. Nog maar gisteren…

De Herinneringen
Van de nu 84 jarige J. Dijkema ontvingen we een brief met foto’s. Twee van deze foto’s treft u ook hier op de pagina aan. Verder schreef hij: “Ik ben uit eigen ervaring zeer bekend met dit voormalige café. Wij (mijn vader, broer en ikzelf) kwamen destijds vaak op de op korte afstand staande molen, die midden in de toenmalige Riekerpolder de waterhuishouding regelde. Behalve langs het pad, beginnende vlak buiten Sloten, kon men de molen ook bereiken via een pad langs de molensloot dat begon bij dat café Opoe.” […]

“Langs dat pad waren talrijke vogels te zien, die nu zeldzaam zijn geworden, zoals rietzangers, wielewaal e.a.. En in de polder kievit, snip, wulp en leeuwerik. Bij de foto’s ook een afbeelding van een der weinige huizen aan het Jaagpad. Hier woonden in het linker gedeelte mijn ouders. Mijn vader is de laatste veldwachter van Sloten geweest, en na zijn pensionering bewaker van de munitie opslagplaatsen. In het rechter gedeelte woonde iemand van de toenmalige binnenlandse veiligheidsdienst.” Van Meneer F. Rijnierse ontvingen we ook een interessant schrijven, waaruit het volgende: “Mijn vader was boer en had land in de Riekerpolder en in de Sloterpolder, samen 23 hectare. De percelen werden van elkaar gescheiden door sloten, verbonden door dammen, waarop hekken, openzetbaar. Als de mestvaalt [ruige mest met stro erin] gedurende 14 à 18 dagen met paard en wagen werd ‘uitgereden’ moesten mijn broers en ik meehelpen of oppasser zijn bij de openstaande hekken” […]”

“De percelen land waren lang en smal, vooral bij de Sloterweg; land van buren ging soms niet verder dan 2 of 3 kampen, ons land werd dan breder. In de Sloterpolder hield ons land dan weer op en onze buurman had achter ons land een breed stuk tot aan de Sloterplas van toen. De toppen van mijn vaders land lagen, naar ik schat 6 kilometer uit elkaar! Zeer oneconomisch! Een veeboerbestaan bestond uit melken, mestrijden en slachten, sloot kanten snijden en uithalen, daarna sloten uitbaggeren, allemaal handwerk. Door drinken uit de sloten trapten de koeien de sloten smaller. Kort gezegd “melk, bagger en mest” was het werk van een boer in de Rieker- en Sloterpolder.”

Van mevrouw P. Tomassen- Balk kregen we een brief waarin de aandacht wordt gevestigd op het feit dat “Café Opoe” ook nog beheerd is geweest door haar opa en oma, Jacoba en Dirk [Hendrik] Wiebes- Kerkwijk. En we kregen ook nog een brief van Roelof van Schooneveld uit Monnickendam, hij schreef het volgende: “Mijn opa, Klaas van Schooneveld was een kleinzoon van Roelof en Dirkje (beheerders van Café Opoe, red.) en uit de verhalen van mijn opa die hij mij heeft verteld weet ik dat de vader van mijn opa een fouragehandel op de Sloterkade had. Mijn opa heeft verteld dat het hele gebied tussen ringvaart de Haagse weg en de Hoofddorpweg tot de begrenzing Leimuidenstraat het eigendom was van de familie, er werd hier gras gemaaid en dit werd doorverkocht in de fouragehandel. Het was hard werken, want hij vertelde dat er ‘s ochtends om vier uur werd begonnen met maaien om op tijd vers gras te hebben voor de paarden die weer de stad in moesten en om warm te blijven kregen mijn opa en zijn broers, toen een jaar of twaalf, een maatje brandewijn mee. Het hele gebied is door een onduidelijke transactie in andere handen over gegaan, mijn overgrootvader kon niet lezen en schrijven en heeft een kruisje gezet op een acte en was zijn bezit kwijt, aldus het verhaal wat ik gehoord heb van mijn vader, ook een Roelof.”

Henk Smit en Nico Jansen; april 2006.