Acht eeuwen Sloterkerk

Aan de westrand van Amsterdam ligt het oude dorp Sloten, dat zijn karakter ondanks de nabijheid van aangrenzende nieuwbouwwijken in De Aker en Nieuw-Sloten aardig heeft weten te behouden. Blikvanger van de dorpskern is de protestantse Sloterkerk op het Dorpsplein. Het huidige gebouw dateert uit 1861, maar de voorgeschiedenis gaat terug tot ruim acht eeuwen geleden.

Door Bert Stilma – 9 januari 2004

Sloten is als woongemeenschap veel ouder dan Amsterdam, dat waarschijnlijk rond 1200 ontstond. De kapel te ‘Scloten’ wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1063, die waarschijnlijk gebaseerd is op een nog ouder document uit 993. Dat oudste Sloten lag echter niet op de huidige plek, maar een stukje noordelijker, pal ten zuiden van het toenmalige Slotermeer.

De kerk van Sloten in de winter (op het ijs kolfspelers en schaatsers). Schilderij van Jan Abrahamsz. Beerstraten; omstreeks 1650.

Dat meer werd in 1644 drooggemaakt al is het daarna nog een paar keer overstroomd en opnieuw drooggelegd. In het kader van de bouw van de Westelijke Tuinsteden werd de polder kort na 1950 uitgegraven en kreeg het de nieuwe naam Sloterplas. Het oer-dorp lag waarschijnlijk vlakbij het huidige Osdorpplein. Dat blijkt uit de aanduiding ‘Oud Kerkhof’ (in diverse spellingen) op enkele 16de-eeuwse streekplattegronden, want waar een kerkhof was, moeten ook een kerk en woonhuizen zijn geweest.

Met behulp van die oude kaarten hebben in 1949 de historisch geïnteresseerde Slotense boeren J.P. Reijnierse en J. Hopman berekend waar in het toenmalige weidelandschap (dat kort daarop volgebouwd zou gaan worden) het Oud Kerkhof en dus ook het oudste dorp gelegen moesten hebben. Ze roeiden erheen, en zowaar, ze groeven er wat brokstukken van kogelpotten op en een beeldje van Sint Barbara. Over de ouderdom van die (slecht gedocumenteerde) vondsten bestaan echter stevige twijfels.

De eerste professionele opgraving, onder leiding van stadsarcheoloog Jan Baart, vond pas plaats toen de Westelijke Tuinsteden al ruim dertig jaar oud waren. Dat was een kort onderzoekje aan het Hoekenespad (ten zuidoosten van het Osdorpplein), toen daar in 1984 een school werd afgebroken. De archeologen vonden er wel wat aardewerkscherven uit de 11de en 12de eeuw, maar geen spoor van een kerk of kerkhof.

Waarschijnlijk lag dat nét iets noordelijker. Dat het Oud Kerkhof nog steeds genoemd werd op kaarten van omstreeks 1600 suggereert dat het nog een paar eeuwen bleef bestaan nadat de nederzetting was verplaatst naar de huidige, zuidelijker gelegen locatie, langs de Sloterweg. Op grond van opgravingen op het Dorpsplein in 1991 trok stadsarcheoloog Jan Baart de conclusie dat die nieuwe nederzetting werd gesticht omstreeks 1175, en dat daar wat later, toen steeds meer dorpelingen naar de nieuwe plek waren verhuisd, een nieuwe kerk is gebouwd. De reden van de verhuizing van het dorp staat niet vast; mogelijk had men last van overstromingen vanuit het Slotermeer.

Het houten kapelletje aan het meer bleef waarschijnlijk ongebruikt staan tot het verging door weer en wind. Op de nieuwe plek bouwden de Slotenaren een stenen kerkje, gewijd aan Sint-Pancras, ongeveer waar de huidige kerk staat. Jan Baart sprak in 1992 in Ons Amsterdam het vermoeden uit dat dat kerkje begin 13de eeuw nog iets van plaats is veranderd: dat viel af te leiden uit de plots veranderde plattegrond van een in 1991 opgegraven huis náást de kerk. (Archeologisch onderzoek onder de kerk zelf was helaas niet mogelijk.)

Sloter Kerck – De Sloterkerk met het verwoeste koor gezien vanuit het noorden; circa 1650. Prent van Roghman, Geertruyd, Roghman, R. (Roelant; 1627-1692).

De oudste – anonieme – tekening van de (bijna?) oudste Sloterkerk in het nieuwe dorp stamt uit 1594, maar die afbeelding moet uit het geheugen zijn gemaakt, want dat gebouw was, in het krijgsgewoel van de Tachtigjarige Oorlog, al in 1572 door de geuzen verwoest. Uit het Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Outheden, dat voor het eerst in de 17de eeuw verscheen, komen we te weten dat de oude kerk van Sloten “veel wyder van omtrek en veel hoger is geweest dan de tegenwoordige kerk die naauwlyks de halve grote der oude heeft”.

Een deel van de ruïne van de oude kerk is nog lang blijven staan, leert een ets van Geertruyd Roghman uit omstreeks 1645. Alleen het westelijkste deel van de verwoeste kerk (het deel bij het ingangsportaal onder de toren) werd opgekalefaterd of nieuw opgetrokken. Links op Roghmans ets staan van het koor (het in een ronding eindigende oostelijke deel van het gebouw) nog geblakerde resten overeind. Die werden in 1654 afgebroken. De vernieuwde kleine kerk, waarvan het schip aanvankelijk provisorisch werd afgesloten door een houten achterwand, kreeg er toen een bescheiden kooromgang bij. In die vorm werd het geschilderd door Jan Abrahamsz Beerstraaten.

Een andere belangrijke verandering was natuurlijk dat het nieuwe kerkje niet meer werd gebruikt voor de katholieke maar voor de protestantse eredienst.

‘Alle dienst onmiddellijk staken’
Toen halverwege de 19de eeuw dit stenen kerkgebouw steeds gammeler werd, begon men te denken aan de bouw van een nieuwe Sloterkerk. Omdat in het jonge Koninkrijk der Nederlanden de rijksoverheid steeds dirigistischer werd, kwam de bouw onder toezicht van Rijkswaterstaat te staan. Als die instantie de bouwkundige kwaliteit van een kerkgebouw onvoldoende bevond, dan werd de kerkelijke gemeente gesommeerd om uit eigen middelen over te gaan tot restauratie.

We weten dit zo precies omdat op 4 april van het jaar 1857 de heer J. Keijzer, opzichter van de Provinciale Waterstaat, zijn bezoek voor een inspectieonderzoek aan de predikant van Sloten aankondigt. Dat inspectierapport moet vernietigend zijn geweest. Het kerkbestuur kreeg het bevel “om alle dienst in de kerk onmiddellijk te staken en tot spoedige sloop van het gebouw over te gaan”.

Sloterkerk

Architect P.J. Hamer, die in dienst was van Rijkswaterstaat, ontwierp de huidige Sloterkerk. Jonkheer J.W.G. Boreel van Hoogelanden, het zeven jaar oude zoontje van de commissaris van de koningin in Noord-Holland, mocht op 27 maart 1860 de eerste steen leggen. Een jaar later werd de kerk geopend. Een paar elementen uit de 16de-eeuwse kerk vonden weer een plaats in het nieuwe gebouw: de lezenaars uit 1664, de kroonluchters en het Knipscheer-orgel uit 1850.

Tegen het eind van de 20ste eeuw begon de Sloterkerk weer ernstige gebreken te vertonen. De toren bleek in 1965 zelfs zó bouwvallig, dat die geheel moest worden gesloopt en herbouwd. Maar waarschijnlijk op een koopje, want twee jaar terug bleek het weer slecht gesteld met de leien van de spits en het voegwerk van de kerktoren.

De eigenaar van de toren besloot tot een ingrijpende opknapbeurt. Dat was stadsdeel Osdorp, want begin 19de eeuw werd het eigendom van alle kerktorens toebedeeld aan de lokale overheden, als uitkijkposten voor het signaleren van eventuele branden en onverhoopt oprukkende vijandelijke legers.

Ook de hooggelegen plafonds bleken aan een grondige renovatie toe, net als de tien hoge ramen met hun sterk verweerde houten kozijnen. En om verdere verzakkingen te voorkomen diende de vloer geheel opnieuw te worden gelegd. Die werkzaamheden kwamen voor rekening van het kerkbestuur, eigenaar van de rest van het gebouw. Uit efficiency-overwegingen besloten beide huisbazen hun afzonderlijke karweien samen aan te besteden en tegelijk uit te laten voeren.

De restauratie is ten dele ook een modernisering. De nieuwe vloer wordt bijvoorbeeld van beton, op piepschuim en trekstangen. En de bouw van een podium en een invalidentoilet preludeert op het streven om na de restauratie de Sloterkerk ook open te stellen voor meer algemeen culturele activiteiten.

Interieur Sloterkerk

Het ligt namelijk nadrukkelijk in het voornemen van het kerkbestuur om de Sloterkerk naast de zondagse kerkdiensten ook – al of niet geleidelijk aan – open te stellen voor andere, meer cultureel gerichte activiteiten. Daarbij wordt in eerste instantie gedacht aan het organiseren van muziekuitvoeringen. Zowel de akoestiek als de typische 19de-eeuwse ambiance lenen zich er uitstekend voor.

Er wordt ook gedacht aan het houden van lezingen. Want het kerkbestuur vindt dat dit met rijkssubsidie gerestaureerde monument best een bredere groep mag bedienen dan de eigen geloofsgemeenschap.

B. Stilma is historisch pedagoog en auteur. Als lid van de wijkgemeente van de Sloterkerk verdiepte hij zich in de geschiedenis van de kerk.

Zie: www.sloterkerk.nl en ‘De Sloterkerk, een eeuwenoud verhaal’, geschreven door Bert Stilma. Hierin wordt nader ingegaan op de geschiedenis van Sloten en zijn kerk. Drukkerij Mart Spruijt verzorgde en sponsorde deze rijk geïllustreerde publicatie.

Van: www.onsamsterdam.nl/acht-eeuwen-sloterkerk